Genadeloos

23e zondag door het jaar, 6 september 2020
evangelie: Mattheüs 18,15-20
Ezechiël 33,7-9. Psalm 95. Romeinen 13,8-10


Stel: iemand maakt een fout. Iemand met een voorbeeldfunctie maakt een fout. Iemand met een voorbeeldfunctie met wie je het hardgrondig oneens bent of aan wie jij een hekel hebt, maakt een fout. En jij ziet dat. Wat doe je? Je grijpt je kans: pakt je mobieltje, legt het vast, “zo, die hebben we,” en je verkoopt het aan de pers, voor veel geld, natuurlijk…?

Het is in onze cultuur blijkbaar gewoon aan het worden om elkaar genadeloos in elkaar te slaan: op twitter, met woorden, en fysiek. Soms gebeurt dit zonder echte aanleiding, bijv. als iemand wordt aangesproken op wangedrag door een boa of ober. Maar diezelfde houding vinden we als er wel een aanleiding is, als iemand een fout maakt: meteen agressie, zoals in het verkeer. Evenzo zien we hoe instanties mensen die documenten verkeerd hebben ingevuld, genadeloos als criminelen behandelen [Belastingdienst]. En alles komt gewoon op
TV. Mensen kopiëren het gedrag dat ze zien.

Iederéén maakt fouten [cf Joh 8,7v]. Lastig maar menselijk. Sommige fouten zijn opzettelijk, andere per ongeluk. Sommige fouten zijn ernstiger dan andere. En sommige fouten worden bepaalde mensen zwaarder aangerekend. Maar hoe gaan wij, gelovigen, hiermee om? Hoe gaan wij met iemand om die een fout heeft gemaakt? Hoe handelen wij in zulke situaties in de Geest van Christus?

Als we het evangelie van vandaag leggen op wat we bijvoorbeeld van de week in de Tweede Kamer hebben zien gebeuren, dan zien we hoe ver deze twee uit elkaar liggen. Jezus stelt een weg voor van conflictbeheersing als iemand heeft gezondigd; het gaat niet om “een foutje”: spreek elkaar aan, eerst onder vier ogen en als dit niet gaat, met één of twee erbij als getuigen. Kom je dan niet tot elkaar leg het voor aan de bredere gemeenschap. Komt diegene tot inkeer, “dan hebt gij uw broeder gewonnen” [Mt 18,15]. “Gewonnen,” is dat niet een vreemd begrip in dit verband? Heb je niet “gewonnen” als je de ander volledig omver hebt gehaald?

Als we het evangelie van vandaag lezen, kan het lijken alsof er twee stukken bij elkaar staan die weinig met elkaar te maken hebben: het eerste stuk gaat over omgaan met iemand die een fout heeft gemaakt, het tweede gedeelte gaat over verbondenheid en eensgezindheid. Maar voor Jezus hebben die alles met elkaar te maken: bij omgaan met mensen die de fout zijn ingegaan, gaat het niet zozeer om een individu dat tot inkeer moet komen en excuses moet aanbieden; het gaat om een broeder/zuster, dus iemand met wie je verbonden bent. Als diegene tot inkeer komt, gaat hij/zij weer deel uitmaken van de gemeenschap. Iemand die een misstap begaat en luistert, wordt weer ver-één-igd, leeft voortaan weer in verbondenheid. Het werkwoord luisteren komt 4x voor [Mt 18,15-17 cf. Dt 6,4. Ps 95,7d]; dáár gaat het blijkbaar om. Zo zullen wij in harmonie leven: met elkaar en met God [Mt 18,18-20].

In het evangelie gaat het om conflictbehéérsing: zo omgaan met overtreders en zondaars, met als doel dat ze weer bij de gemeenschap gaan horen. Om dit te bereiken, moet je naar elkaar luisteren: elkaar proberen te verstaan. Dat gaat veel verder dan zeggen wat je denkt en vindt. De ander zien. “Geachte voorzitter, Allereerst wil ik Ferd graag van harte feliciteren met zijn huwelijk. Hierbij wil ik het voor nu laten. Dank u.” Ik heb het niet gehoord…

“Wil iemand tenslotte nog niet luisteren, beschouw diegene dan als een heiden of een tollenaar” [Mt 18,17b], m.a.w. als iemand die er niet bij hoort of er niet bij wil horen. Dit betekent echter niet dat mensen die niet luisteren, kapot gemaakt moeten worden. In tegendeel zelfs! Kijk maar hoe Jezus omgaat met vermeende ongelovigen, met agressievelingen, met tollenaars en met vrouwen die uitgestoten zijn: Hij zíét hen en gaat tot het uiterste om hen te betrekken bij het Volk van God.

Jezus spreekt Zijn leerlingen over verbinden: wat u bindt op aarde, zal ook in de hemel gebonden zijn [Mt 18,18, zoals vorige week tot Petrus: Mt 16,19]. In onze tijd klinkt dit vervreemdend. Want menigeen vraagt zich af: Wat bindt ons eigenlijk? Zijn wij niet allen ongebonden individuen, allen met een eigen menig en ieder voor zich?

In deze coronatijd staat precies deze individualistische levenshouding onder druk. Door de gevolgen van deze pandemie beseffen wij als nooit tevoren dat we rekening moeten houden met elkaar, meer nog: dat wij bij elkaar horen. Àlle levens dóén ertoe. Dit geldt voor de wereldwijde geloofsgemeenschap die de Kerk is en voor heel de mensheid.

Maar zijn leiders die fouten maken dan niet ongeloofwaardig? Diezelfde discussie vinden we in Vroege Kerk [4e – 6e eeuw, ten tijde van de H. Augustinus]. Donatisten beweerden dat priesters voor de effectieve verkondiging en geldige sacramentenbediening zonder fouten moesten zijn. Afvalligheid tijdens christenvervolgingen – niet zomaar een foutje – maakte in hun ogen een priester voorgoed ongeschikt. De Kerk besliste echter dat er voor wie zich bekeert, uiteindelijk wel vergeving en eerherstel mogelijk is, omdat wij geloven dat Gods genade altijd groter is dan onze zonden [cf. Ps 103. Sir 17,29-18,2. Lk 19,1-10. Jak 4,1-7].

Voor ons is genade meer dan een begrip; Gods goedheid is het licht waarin we omgaan met de tekorten en fouten van onszelf en van medemensen, in de Kerk en erbuiten. Een onderzoeksjournalist reageerde van de week verontwaardigd op het verwijt [van onze premier, een liberaal nota bene] van genadeloos optreden: “genadeloos,” dat zei haar niks. Maar wij realiseren ons heel goed dat genadeloos erop los slaan onverenigbaar is met ons eigen beroep op Gods goedheid [Mt 18,21-35].

“Waar twee of drie verenigd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in hun midden” [Mt 18,20]. Dit is zo wanneer wij samen Eucharistie vieren, maar óók in ons dagelijkse leven; het is de Heer Die ons samenbrengt en samenhoudt, Die ons draagt. Laten wij dankbaar hiervoor elkaar proberen te winnen (voor het Koninkrijk van God) en vol van genade samenleven – omwille van ons welzijn en omwille van ons heil. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland