Gòd verleidt

22e zondag door het jaar, 30 augustus 20 20
evangelie: Mattheüs 16,21-27
Jeremia 20,7-9. Psalm 63. Romeinen 12,1-2


Soms denk ik: “Ik wil er niets meer van weten, ik spreek niet meer in Zijn Naam” [Jr 20,9a]. Prachtig, dat deze verzuchting van de profeet Jeremia “gewoon” in de Bijbel staat! De H. Schrift is geen ideaalboek waarin we precies kunnen vinden hoe alles zou moeten zijn. In het verhaal van God met de mensen vinden veeleer onszelf terug als gelovig zoekende mensen; met alle mensen van nu en vroeger maken wij deel uit van de heilsgeschiedenis. En: de profeten spreken juist, omdat er een krisis is, niet omdat alles zo goed gaat. En: de ontmoetingen met de Barmhartige, hulp van de Almachtige leiden tot genezing, vrede en gerechtigheid. Maar dit betekent dus dat mensen lijden, verlangen om ten volle te leven en er alleen niet uit komen [Ps 63 etc.].

Die zoektocht naar leven in overvloed is maar zelden een rechte lijn. De levensbeschrijvingen van de Bijbelse helden en de heiligen – mensen die we als voorbeelden hebben – laten dit overduidelijk zien: in de kunst (ikonen, schilderijen) en in ons gebed richten wij ons erop dat zij die zoektocht hebben voltóóid, maar hun leven ging dikwijls door donkere dalen [Ps 23,4]. De lijdensvoorspellingen van Jezus in het evangelie zijn zo niet alleen inzichten van Godswege; iedereen die niet de weg van de massa gaat, een ieder die trouw wil blijven aan de weg die God voor hem/haar openlegt [Rm 12,1], kan weten dat er onderweg hobbels te nemen zijn en dat er van medemensen onbegrip en weerstand zal komen.

Hoe gaan we dan om met die tegenwind, dat moeizame, zeker als dat lang voortduurt of diep ingrijpt, zelfs levensbedreigend wordt? Een eerste, normaal menselijke reactie is, om de moeilijkheden uit de weg te gaan. “Zou God van mij vragen om door dit lijden heen te gaan?” Inderdaad, het lijden hoeven we niet op te zoeken – het komt toch wel, zogezegd – maar soms horen inspanning en strijd er ook echt bij. Als je een doel wilt bereiken of als je “iets” wilt veranderen, gaat het vaak al moeizaam: verandering is voor menigeen niet nodig; “Het is toch goed genoeg zo? We hebben het altijd zo gedaan.” Dan moet je wel echt ergens in geloven, om door te kunnen gaan.

Zo gaat het al bij het alledaagse. Maar in de liefde, in de hoop en in ons geloof is dat nog veel sterker zo. Vechten voor je relatie, je huwelijk, “in voor- en tegenspoed”, voor je vriendschap. Niet wanhopen bij ellende. Je geloofsvertrouwen behouden bij ziekte en dood, bij ernstig geweld en aanhoudend onrecht.

Als je God-geloof-en-kerk vaarwel zegt, lijkt het op het eerste gezicht veel gemakkelijker te gaan. Zeker voor wie geloven beleeft als het naleven van regels die beklemmen, puur “normen en waarden”, kan geloven op een gegeven moment teveel gevraagd worden en is het loslaten ervan een bevrijding. Je hoeft niet meer te voldoen aan verwachtingen; je kunt a.h.w. gewoon helemaal zelf je keuzes maken. Als iets veel moeite kost, vermijd je het liever, om je leven te redden [Mt 16,25]. Kies het leven en geniet ervan [cf. Pr 2,1. Rm 12,2], zogezegd.

Deze levenshouding vinden we echter eveneens bij gelovige mensen. Petrus in het evangelie kan God en het lijden van goede mensen niet samen krijgen in zijn gedachten. Daardoor zwicht hij voor de gemakkelijkste weg, om je eigen leven te behouden... [en God zou hiervoor dan moeten zorgen, Mt 16,22]

Bij Jeremia kunnen wij ons in die zin hopelijk beter thuis voelen. Deze profeet is in heel zijn openbare optreden door zijn eigen mensen compleet verkeerd begrepen. Hij trad op tegen onrecht en sprak in Gods Naam waarheid [cf. Rm 12,1], maar zonder daarvoor enige waardering te krijgen; Jeremia werd als een verrader gezien en als zodanig bejegend, zelfs met fysiek geweld. Geen wonder dat bij hem de gedachte weleens opgekomen is: “Ik kàp ermee; ik hou dit niet meer vol,” [net als een paar weken geleden de profeet Elia, 1K 19,4]. En een ieder met z’n volle verstand zou dit kunnen beamen. “Dit is toch geen leven zo? Waarom beschermt God Zijn dienaren niet een beetje meer?” [cf. Ps 63,8v]

Jezus blijft voortgaan op de weg die de Vader voor Hem opengelegd heeft [Mt 16,21-23]. En vandaag realiseren wij ons dat je dus niet Gods eniggeboren Zoon hoeft te zijn, om die weg te gaan en óók niet een uitzonderlijke heilige! Want Jeremia verwoordt precies hoe dat werkt in ons geloven. “Heer, U hebt mij verleid” [Jr 20,7a]. “Verleiden,” dat gebruiken wij juist bij de satan/duivel, bij wat niet-God is. Maar Jeremia gebruikt dit woord juist m.b.t. Gòd: “U hebt mij verleid…” Leven met geloof, hoop en liefde, daar kunnen we met ons verstand niet helemaal bij. Je wordt a.h.w. overgehaald, meegenomen in een stroom (als in een mui – iedereen weet nu wat dit is); “U was mij te sterk, ik kan er niet tegenop” [Jr 20,7b], ik kàn niet anders meer – zoals bij je eerste verliefdheid of je favoriete muziek: “Dan laait er een vuur op in mijn hart, het brandt in mijn gebeente; ik doe alle moeite om het in bedwang te houden, maar het lukt mij niet” [Jr 20,9]. “U hebt mij verleid…” [en dus niet: gedwongen!]

Ik zie het bij mensen die vragen hebben en twijfels (niets om je voor te schamen!), ik zie het bij vrienden die andere wegen gaan dan hun ouders, en bij velen die om uiteenlopende redenen afgehaakt zijn van God-en-Kerk: ondanks van alles blijven ze toch serieus zoeken naar wat waar is en waarachtig, wat strekt tot welzijn en heil [cf. Ps 63,2v]. De één noemt het dat wij “ongeneeslijk religieus” zijn (Gerko Tempelman), een ander noemt het de werking van Gods Geest in ons, “meer innerlijk dan ons diepste innerlijk” (H. Augustinus). Kunnen wij dan meewerken met de genade en elkaar in Gods Naam verleiden met een goed woord, elkaar verleiden met een helpende hand, om samen deze weg te gaan?

“Gij hebt mij verleid.” Maar U laat mij vervolgens niet in de steek: “Het is Uw hand die mij steunt” [Ps 63,9]. Laten wij in deze Eucharistie Hem daarvoor danken, opdat wij onderweg open blijven om het leven gevende van Hem te blijven ontvangen en het van harte met elkaar te delen – nu en hierna. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland