BFF: de sleutelpositie

21e zondag door het jaar, 23 augustus 2020
evangelie: Mattheüs 16,13-20
Jesaja 22,19-23. Psalm 138. Romeinen 11,33-36

Het is een emotioneel moment: Jezus draagt een grote verantwoordelijkheid over aan één van Zijn leerlingen. Petrus krijgt de sleutelpositie in de geloofsgemeenschap. Daaruit spreekt een groot vertrouwen van de Heer in hem. Petrus heeft het namelijk door: deze Jezus is niet een van de vrijheidsstrijders tegen de Romeinse onderdrukkers en ook niet zomaar één van de profeten; Jezus is de Lang Verwachte, de Verlosser, de Messias, de Christus, de Gezalfde, de Zoon van God. Petrus heeft dit ingezien en gelooft dit en hij spreekt dit uit. Deze belijdenis komt uit het diepst van zijn hart [Mt 16,17 cf. Ps 16,5].

Einde verhaal, zo kun je denken. Want deze bff van Jezus Christus, zogezegd [= best friend forever, cf. Joh 21,15-17], heeft nu het gezag en de macht gekregen, de sleutels. Nu kan hij zijn verantwoordelijkheid waar gaan maken. Maar zo simpel is het niet. We zien namelijk dat Petrus vervolgens in opstand komt, als Jezus aankondigt dat Hij zal lijden en sterven – zozeer zelfs, dat Jezus hem als satan terugwijst. Kortom, Petrus en alle leerlingen die geroepen en begenadigd zijn om de geloofsgemeenschap besturen, moet zich niet laten leiden door menselijke gedachten, maar door wat God wil [Mt 16,21-23]. Ontdekken, leren wat God wil, dat is een gezamenlijke zoektocht, voor àlle leden van de Kerk.

Meer nog, we zien dat deze Rots [= petra, kefas] waarop de Heer Zijn Kerk wil bouwen [Mt 16,18], bij de arrestatie van Jezus wegvlucht, net als de andere leerlingen trouwens [Mt 26,56b]. Als hij dan op de binnenplaats aangesproken wordt – “Jij bent toch ook een leerling van die Jezus?” – verloochent Petrus Hem tot drie maal toe [Mt 26,69-75]. Onder het kruis is hij afwezig. En op Paasmorgen, kan Petrus bij het lege graf zijn ogen niet geloven [Lk 24,10-12. Joh 20,3-10]. Heeft Jezus Zich dan toch een beetje in hem vergist?

Het mag ons opvallen dat Jezus Simon Petrus (alleen) hier “zoon van Jona” noemt [Mt 16,17]. Het kan heel goed zijn dat Petrus’ vader inderdaad Jona heette. Maar “zoon van Jona” kan daarbij een verwijzing zijn naar de profeet Jona – u weet wel, die wegvluchtte van God toen hij geroepen werd en drie dagen in die “walvis” zat [naar wie Jezus N.B. nog refereert in Mt 12,39-41]. De profeet Jona was een man met uitzonderlijke kwaliteiten: op zijn eenmalige prediking bekeerde zich ineens een volstrekt ongelovig volk [Jon 3,1-10], zó groot was zijn overtuigingskracht. Maar Jona moest leren om goed om te gaan met zijn roeping en talenten en hij moest leren om volledig op de Eeuwige te vertrouwen. Dat was een lange weg!

Daarmee is er een parallel tussen Jona en Petrus. Want na Pinsteren komt Petrus juist naar voren als een leerling die inderdaad steeds beter leiding geeft in de Geest van Jezus en actief het geloof verkondigt tot in Rome toe [de Sint Pieter is gebouwd op zijn graf]: een rots in de branding [cf. de Handelingen van de Apostelen en in de brieven van Paulus].

Zo realiseren wij ons dat Petrus’ belijdenis van vandaag geen eindpunt is, maar een beginpunt, het begin van een leerproces: Wat het betekent het dat je gelooft “Gij zijt de Gezalfde, de Zoon van de levende God” [Mt 16,16]. Stap voor stap en met de kruisiging als dramatisch hoogtepunt, wordt het Petrus duidelijk dat het bij de verlossing die de Zoon van God bewerkstelligt, niet gaat om geweld en overheersen, maar om dienen tot het uiterste toe [cf. Joh 13,1-15], jezelf geven [Joh 10,11]. Dat de vrijheid die Christus brengt, niet betekent zomaar doen wat je maar wilt, maar: vrij zijn om lief te hebben, vrij zijn om te ontdekken wat goed is en vrij zijn om dit ook te doen [cf. Ga 5,13. 1Pe 2,16]. Als je leerling bent van díé Messias, wat betekent dit dan voor de manier waarop jij initiatief neemt en verantwoordelijkheid draagt thuis, bij je familie, buren en vrienden, op je werk en in de Kerk?

De apostel Petrus krijgt de sleutelpositie, omdat hij van harte gelooft en daadwerkelijk open staat om Christus beter te leren kennen. Priesters en bisschoppen ontvangen bij hun wijding evenzo een sleutelpositie. Zij staan in de zogenoemde apostolische successie (zij zijn aangemerkt als de opvolgers van de apostelen). Maar dit is dus niet als een beloning of als een vrijbrief om te doen wat hun toevallig goeddunkt. Een ieder die gewijd is, blijft leerling met de andere gedoopten, blijft leren en ontdekken wat de consequenties zijn van ons geloof in de Zoon van God Die liefde is en liefde doet.

Petrus heeft als eerste de vraag beantwoord: “Wie zeggen jùllie dat Ik ben?” [Mt 16,15] Maar die vraag stelt Jezus wel aan àl Zijn leerlingen – dus óók aan ieder van ons! “Wie ben Ik volgens jou?” En op die vraag kan een ieder zijn/haar antwoord geven: de Heer, Broeder, Vriend, Leraar, Raadsman, Wijsheid, Brenger van vrede en gerechtigheid, Trooster, Licht, Aangezicht van God, De Waarheid in eigen persoon, Brood van leven, Bron van liefde, Verlosser enz. Maar ons antwoord, onze geloofsbelijdenis, heeft wel gevolgen voor de manier waarop wij met Hem (en met elkaar!) omgaan. Want als wij Hem bijv. “Zoon van God” noemen, betekent dit dat wij Hem volledig vertrouwen en naar Hem willen luisteren. Als wij Hem “Helper” noemen, betekent dit dat wij ons tot Hem keren als wij hulp nodig hebben – en dat hebben we ‘best wel vaak’. Wie zeg jij dat Ik ben…?

Moge onze ontmoeting met Hem in de Eucharistie ons helpen om Hem beter te leren kennen, ons antwoord te vinden en ons antwoord te géven in gedachte, houding, woord en daad. Want in de Eucharistie [Woord, sacrament, samen verzamelde geloofsgemeenschap zijn] geeft Hij ons de sleutel die toegang geeft tot het goede leven met Hem en met elkaar, voor nu en hierna. God-dank! Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland