Pleidooi voor de stilte

19e zondag door het jaar, 9 augustus 2020
evangelie: Mattheüs 14,22-33
1Koningen 19,9-13a. Psalm 85. Romeinen 9,1-5

In de vakantietijd zoekt menigeen de rust, om bij te komen van de dagelijkse drukte en het gejaagde bestaan. Maar niet iedereen zoekt die rust. En nu die rust ons a.h.w. opgelegd wordt door een virus, waar we vooralsnog geen controle over hebben, blijkt dat velen niet goed kunnen omgaan met de rust en de stilte: zo is het leven saai. We zijn verveeld? De roep klinkt om meer reuring, feest, festival! Jongeren komen hierbij in beeld en worden met name aangesproken. Maar iedereen weet: wat geldt voor jongeren, geldt altijd in meer of mindere mate evenzo voor ouderen. Beiden zijn immers van dezelfde soort, namelijk: mens.

Spektakel, lopen over water - het spreekt tot de verbeelding,
geeft een kick - maar eveneens “lekkere” muziek met een beat, die je meesleept, en een lichtshow die overweldigt, daar kun je door geraakt worden: een machtig gevoel. Dat is niet iets typisch van nu; hetzelfde zien we in het verhaal van de profeet Elia. Spektakel is op zich geen afgoderij, maar de afgodsdienst van Baäl, die Elia bestreed, was spectaculair [1K 18,20-29].

Elia ontdekt echter dat in dat overweldigende God Zelf niet is. De macht van God manifes-teert zich niet in groot, groter, grootst; in het Evangelie is de almacht van God nota bene een kind in een kribbe en een dode man aan een kruis…! De storm op het meer, de oerkrachten van de natuur, ze zijn géén directe uitingen van Gods majesteit; de Eeuwige staat erbóven [Ps 93,4v], maar dus niet met nòg meer geweld. En hier bij ons maakt het coronavirus het onmogelijk dat koren en wij samen zingen. Dat is een gemis. Wel maakt deze krisis zo duide-lijk dat het vieren van de Eucharistie geen poging is om wervelende show neer te zetten.

In de lezingen van vandaag wordt de Heer herkend in de stilte ná de storm. Jezus leert ons te bidden in de stilte [Mt 6,6. 14,23]. Als we samen Eucharistie vieren, is er ook altijd stilte bij. Mensen die een kaarsje gaan opsteken in deze kerk of op vakantie in een kapel of kathedraal, doen dit in stilte. In ons dagelijkse leven is stilte echter zeldzaam geworden: zowel in het verkeer als thuis, zowel in werktijd als in onze vrije tijd. Er is voortdurend drukte, lawaai om ons heen en ook in ons.

Meer nog, wij verdrijven de stilte, actief: als we wandelen in het bos, rennen door de duinen en of fietsen door de polder met een koptelefoon of oordopjes. Voortdurend geluid is zo gewoon geworden dat we stilte “saai” noemen, slaapverwekkend. Feest en gezelligheid verbinden we met een geluksgevoel, stilte met verlatenheid en isolement. Stilte confronteert ons met onszelf en wordt daarom wel ervaren als beangstigend. Dan vluchten we ervoor weg.

Storm, drukte, herrie verhinderen ons om de aanwezigheid van de Heer in ons midden te herkennen, zoals in het evangelieverhaal; in de storm menen Zijn eigen leerlingen in Jezus een spook te zien! [Mt 14,26] En als dan de storm in hen tot bedaren is gekomen [cf. Ps 131,2], vult Petrus onmiddellijk die stilte weer met zijn eigen woorden: “Heer, zeg mij dat ik naar U toe moet komen” [Mt 14,28]. Zelfs in de stilte blijkt luisteren nog best moeilijk [cf. Mt 17,1-5].

Stilte is geen luxe. Zelfs in eenzaamheid biedt de stilte in ons en om ons heen de mogelijkheid om de Stem te verstaan die tot ons spreekt: “Ik ben er. Vrees niet. Kom” [Mt 14,27.29]. Mogen wij in die weldadige stilte – ook hier – toegroeien naar een antwoord van geloof [Mt 14,33], hoop en liefde, omwille van ons welzijn en omwille van ons heil. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland