Niemand wordt weggestuurd

18e zondag door het jaar, 2 augustus 2020
evangelie: Mattheüs 14,13-21
Jesaja 55,1-3. Psalm 145. Romeinen 8,35-39
Canon XIIc

Het verhaal van de vijf broden en de twee vissen doet mij denken aan de Eerste H. Communie, ook die van mijzelf. Dit is een uitstekende lezing daarvoor. Want hier wordt ons een levenshouding geleerd: bij Jezus ben je àltijd welkom [Mt 11,28]; bij Hem is genezing [Mt 14,14b cf. Ps 41,5] en overvloed [Mt 14,20a cf. Js 25,6]; en Hij instrueert ons, Zijn leerlingen, om van die overvloed die er is, van de overvloed die gegeven is, te delen [Mt 10,8]. Deze levenshouding wordt vandaag verbonden met de Eucharistie. Want deze maaltijd van vijf broden en twee vissen staat overduidelijk model voor de Eucharistieviering zoals wij die als Kerk vieren: de spijzen worden aangedragen, de mensen gaan bij elkaar zitten, Jezus slaat Zijn ogen ten hemel op, spreekt de zegen uit, breekt het brood, geeft het aan Zijn leerlingen en dezen delen het uit aan heel het verzamelde volk, en wat overblijft wordt verzameld [Mt 14,17-20].

Maar, kun je je afvragen, zijn die vele duizenden die deelnemen eigenlijk wel allemaal gelovigen, “echte” gelovigen, zogezegd? Geloven zij In God, in Jezus Christus of komen zij voor het gebeuren, de Jesus event? Hechten zij geloof aan Zijn verkondiging van het Koninkrijk Gods en léven zij er ook naar? Helemaal of zo goed als ze kunnen? [cf. Joh 6,26vv] De leerlingen van Jezus willen de mensen wegsturen; iedereen moet maar voor zichzelf zorgen... [Mt 14,15] Maar Jezus stuurt niemand weg! Niemand! De leerlingen moeten voor hen zorgen. Iedereen die wil, iedereen die gekomen is, neemt deel aan de Maaltijd van de Heer. Wat betekent dat voor ons: voor òns Eucharistie vieren, voor ons samen Kerk zijn?

We zien ook elders in het Evangelie dat Jezus omgaat met mensen in de marge. Hij éét zelfs met zondaars. Hij kiest daarvoor! [Lk 19,5 etc.] Zij zijn niet mensen waarbij je (a) zou kunnen vermoeden dat ze (b) in een bepaald opzicht (c) misschien (d) niet helemaal volmaakt zijn, maar met name ook “hoeren en tollenaars” [Mt 21,31v]. Voor de joodse leiders was dit een groot probleem [Lk 7,39. 15,2]. Want voor hen was de Wet van Mozes de norm en die werd op deze manier zwaar overtreden.

Met de komst van Christus is evenwel een nieuw tijdperk aangebroken. Daarom begint het Johannesevangelie als volgt: “de wet is gegeven door Mozes, de genade en de waarheid zijn gebracht door Jezus Christus” [Joh 1,17 cf. 7,19.23. 8,5].

Wat is voor Christus dan het criterium? Zijn liefde, de liefde van God [cf. Joh 13,34 cf. Rm 8,39]. Die liefde maakt ook dat Hij geráákt wordt bij het zien van die menigte mensen [Mt 14,14 cf. 9,36]. Zonder liefde, als je niet echt om een ander geeft, word je niet geraakt. Dan zie je het misschien niet eens als diegene lijdt. Daarom is het zo pijnlijk dat Jezus’ naaste leerlingen niet geraakt zijn; zij willen de mensen wegsturen. Dit gebeurde vóór de gave van de Geest, inderdaad. Maar ook na Pinksteren tot op vandaag zijn er leerlingen van Jezus die zoekende mensen liever laten verhongeren… Mij raakt dat.

Maar wordt er dan helemaal niets van de mensen gevraagd? In het Evangelie is het genoeg dat mensen oprecht zoeken wat heilzaam is. In het verhaal van vandaag zien we dat ze er veel moeite voor doen. Gedreven door hoop en wanhoop gaan ze heel ver [Mt 14,13] – een teken van geloof [cf. Mt 8,10. Lk 7,9], al is het maar zo groot als een mosterdzaadje [Mt 17,20]. Maar wat ook precies hun drijfveren zijn, zij komen naar Jezus toe en voor Hem is dit genoeg.

Het lijkt misschien wat minimaal. Maar Jezus kiest bewust voor deze zoekende mensen die in een verlaten gebied zijn beland. Wat Hij voor hen doet, is niet zomaar een spontane actie; het past volkomen in Zijn missie: Hier breekt het Rijk der hemelen door! Hier raakt de hemel de aarde! Wat hier gebeurt, is de vervulling van de profetie van Jesaja in de Eerste lezing [Js 55,1]: “Kom naar het water” dat leven geeft [cf. Joh 4,14], “zonder te betalen!” – het is pure genade [Joh 1,17]; het wordt gegeven uit liefde. “Kom, ook al heb je geen geld,” dus: ook al heb je het niet verdiend. “Heer, ik ben niet waardig” [Mt 8,8. Lk 7,6v] zeggen wij voordat wij de Communie ontvangen: een teken van zelfbewustzijn en een teken van het geloof dat Zijn liefde altijd groter is dan onze onwaardigheid [1Joh 3,20, cf. 1Pe 2,9. Ap 1,6: dat Hij ons waardig maakt].

Deelname aan de maaltijd die de Heer voor ons aanricht, is daarom, zoals Paus Franciscus het zegt, “niet als een beloning voor goed gedrag of als een prijs die je gewonnen hebt, maar als een geneesmiddel, een bemoediging, als voedsel voor onderweg naar Hem toe” [Evangelii Gaudium n.47]. Ook ik, wij allemáál hebben dat nodig! Vijf-broden-en-twee-vissen gaat daarom ook niet alléén om de Eucharistie; het gaat om de vorming van een gelovige levenshouding.

Dit evangelie lezen we nu aan het einde van de zgn. Pride week, waarin veel aandacht is voor lesbiennes, homo’s, bisexuelen en transgenders (LHBT+) en hoe over hen gedacht wordt en met hen wordt omgegaan. Ik word diep geraakt door hun ervaringen [cf. Mt 14,14], vooral ook als de Schrift en christelijk geloof worden beleefd als obstakel.

Homo’s en lesbiennes zijn van alle tijden. Zouden er ook zijn geweest onder de duizenden in dit evangelieverhaal? [Mt 14,21] Wat betekent dit dan voor de manier waarop wij anno nu samen Kerk willen zijn en Eucharistie vieren? “Wie of wat zal ons scheiden van de liefde van Christus?” [Rm 8,35]. Ook nú stuurt de Heer niemand weg die zoekt en de moeite heeft genomen om te komen. En ook nú zegt Hij tot mij, tot ons, Zijn leerlingen: “Geven jullie hun maar te eten” [Mt 14,16 cf. Js 55,3]. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland