Wijs

17e zondag door het jaar, 26 juli 2020
evangelie: Mattheüs 13,44-46
1Koningen 3,5-12. Psalm 119. Romeinen 8,28-30


Op de middelbare school had ik een vriend. Hij woonde in een mooi en mooi gelegen huis, twee auto’s voor de deur – niet de kleinste – en hij had bijv. een surfplank en droeg merkkleding, wat ik mij allemaal niet kon veroorloven. Zijn ouders waren rijk, maar… niet gelukkig. Ik herinner mij goed dat ik toen al besefte: geld, daar gaat het dus niet om in het leven.

Maar ja, waar gaat het dan wel om? Wat vind ik belangrijk; wat is het belangrijkste? Ofwel, wat maakt gelukkig? Het is een vraag van alle tijden en culturen. Waar gaat het om?

Ook de uiteenlopende antwoorden op die vraag komen steeds weer terug (bij jong èn oud). Zo is “yolo
you only live once”, je leeft maar één keer, dus feesten maar, zogezegd, ofwel “ik wil genieten” precies wat zo’n 300 jaar voor Christus de Griekse filosoof Epicurus zei, bekend als de grondlegger het hedonisme: als ik het voor mijzelf maar leuk heb, de rest is bijzaak [cf. Lk 16,19-31].

Zoeken naar de schat, het ultieme doel, is die “het Koninkrijk der hemelen”? Zo klinkt het misschien niet. Toch duidt Jezus met deze woorden aan wat gelukkig maakt, niet alleen "in de hemel”, maar ook hier op aarde [Mt 6,33 cf. Rm 14,17]. Het gaat bij “het Koninkrijk der hemelen” om wat wij zouden noemen “de hemel op aarde” en: “Ik voel mij de koning te rijk.” Dat gaat dan nooit om geld, maar heeft wel te maken met liefde, vrede, gezondheid, tot je recht komen als mens [gerechtigheid], vertrouwen, leven in vrijheid, leven zonder zorgen enz. [Joh 10,10]. “Kon dit maar eeuwig duren!” [Mt 17,4]

Door de covid-19 staat in heel de wereld het leven op z’n kop. Noodgedwongen denken we erover na: wat is nu ècht belangrijk in het leven, in het samenleven? Zo spreken we tegenwoordig over “vitale beroepen”, die we vóór 17 maart j.l. vanzelfsprekend achtten; alles draaide in feite om ekonomische groei. In het licht van het Evangelie is het een verbetering dat we nu tenminste meer oog krijgen voor kwaliteit van leven. Maar is onze blijdschap hierom nu zo groot, dat wij alles opgeven, heel ons leven veranderen, om deze schat in de akker gevonden te kopen? [Mt 13,44b]

Tegelijkertijd zien we nu (al) dat steeds meer mensen terug willen naar “vroeger”, toen “het” niet op kon [cf. Ex 16,2v: “de vleespotten van Egypte”] en we zogenaamd veel minder rekening hoefden te houden met elkaar. We zijn die corona wel een beetje zat, heet het dan.

Het is goed om te zien dat Jezus deze gelijkenissen vertelt aan “de menigte”, maar dat Hij ze uitlegt aan alleen Zijn leerlingen. M.a.w., het goede nieuws van Godswege is bedoeld voor iedereen, iedereen mag het ook horen, maar niet iedereen kan het nu al begrijpen [Mt 13,10v cf. Joh 13,7. 1Kor 3,2. Heb 2,8]. Daarom blijft het voor leerlingen die Jezus begrepen hebben [Mt 13,51], teleurstellend en kunnen zij zich druk maken over al degenen die dom bezig zijn. Toch is het niet hopeloos: Christus zet Zelf in op een nieuw groeimodel, voortschrijdend inzicht voor de mens, groeien in geloof, hoop en liefde. De Eeuwige laat ons niet in de steek en ook niet met rust; Hij blijft geduldig met ons bezig.

Voor Koning Salomo was het als een droom, dat God aan hem vroeg: “Wat wil je dat Ik je geef?” Echter, die droom blijkt dus werkelijkheid te zijn, óók voor ons! Want telkens wanneer we bidden, zijn ook wij vrij en uitgenodigd om Hem te vragen wat we willen [Mt 7,7].

Maar wat willen we? Wat willen we ten diepste? Deze coronakrisis maakt op een nieuwe manier duidelijk dat [1K 3,11] een lang leven op zich niet per se gelukkig maakt: als je eenzaam bent of geïsoleerd, weet je dit uit ervaring. En wie veel geld heeft, realiseert zich al gauw dat geluk niet te koop is [Mt 19,16-22]. En wie zijn vijanden uit de weg ruimt, lost daarmee niet alles op; voor je ’t weet, word je zelf uit de weg geruimd [Mt 26,52].

Wat maakt de hemel op aarde? Koning Salomo kiest voor de wijsheid: om te kunnen onderscheiden tussen goed en kwaad [1K 3,9]. Een goede keuze, zegt de Heer. Inderdaad, hoe anders zou de wereld er uitzien als alle mensen samen zouden zoeken naar wat wijs is! Maar… toch gaat ook Salomo voor de bijl. Door zijn succes raakt hij overmoedig en in de loop van de jaren verwordt zijn wijsheid tot eigen-wijsheid. Zo gaat het met bijna alle Bijbelse koningen [Sir 49,4] en met rechters die helden waren, zoals Gideon [Re 8,22-27], Jephta en Samson: zij lopen vast. Zo kan het ook met ons gaan.

Een middelbare scholier kan al heel goed weten dat het geen zin heeft om rijkdom na te streven als levensdoel. Maar wat dan wèl? Is het erg om in deze onzekere tijden toe te geven dat we het niet precies weten? [cf. 1K 3,7] Want ieder talent kan misbruikt worden om er zelf beter van te worden en anderen te benadelen; elke goede gave kan ontsporen ondanks goede wil.

In het Evangelie leren we daarom om te vragen om de Heilige Geest [Lk 11,1-13]. Dat betekent: om al het goede maar nooit op eigen kracht alleen; met hartelijke liefde [cf. 1Kor 13,1-3], maar niet die hartstocht die ons meesleurt en daarna weer uitdooft; met wijsheid en inzicht, maar niet die alleen berusten op ons eigen beperkte verstand en veranderlijke gevoel.

Kortom, wat we ook nodig hebben om de koning te rijk te zijn en de hemel op aarde te vinden, wij vragen gelovig om leven in verbondenheid: met Hem en met elkaar. Want alleen als wij open blijven om het goede te ontvàngen, raken we in ons succes niet overmoedig en in lijden en verdriet niet compleet boos, uitgeput en verdwaald.

Moge het vieren van deze Eucharistie waarin de Heer Zich met ons verbindt, ons richting geven op deze zoektocht. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland