Onkruidbestrijding

16e zondag door het jaar, 19 juli 2020
evangelie: Mattheüs 13,24-43
Wijsheid 12,13-19. Psalm 86. Romeinen 8,26-27


Beneden, in Goejan, hangen er nog twee aan de muur: stekeltrekkers, een soort grote tangen om distels mee uit de grond te trekken, met wortel en al. Het is een eenvoudig gereedschap en effectief. Tegenwoordig wordt – ook in particuliere tuinen – voor onkruidbestrijding gif gebruikt: minder arbeidsintensief en veel effectiever. Maar op deze manier worden ook de goede grassen, de insecten en de vogels mee verdelgd [cf. Mt 13,29].

Tweeduizend jaar na Christus kunnen we nog steeds dat evangelieverhaal vertellen als een bewustwording. We kunnen het gebruiken om na te denken over de manier van landbouw en tuinieren, een actuele discussie. Hoe geeft het Evangelie sturing aan de manier waarop wij aanplanten en verbouwen? Dan gaat het niet alleen over “de Natuur” (biodiversiteit) en bedrijfsvoering, maar eveneens over rechtvaardigheid, hoe we met mensen omgaan, wat een eerlijke prijs is, en over wat gezond is.

Met dit verhaal over de tarwe en het onkruid focust Jezus Zelf op een andere actuele quaestie: de realiteit van het kwaad in de wereld. Dagelijks worden we overladen met nieuwsberichten van kwade gebeurtenissen, zo erg, dat menigeen z’n geloof verliest. God heeft de schepping toch zeer goed gemaakt? [Gn 1,31. Mt 13,27] Waar komt het kwaad dan vandaan?

Op zoek naar een antwoord zouden wij in onze tijd een historische analyse geven en psychologische inzichten naar voren brengen in een documentaire. Jezus vertelt echter een parabel/vergelijking. En met dit verhaal maakt Hij duidelijk – waarvan heel de Schrift getuigt – dat het goede, het leven en het leven gevende, van God komt; het kwade komt niet van God [Mt 13,28]. Ik zou dan graag willen weten wie die vijand in het verhaal is, die het schadelijke onkruid heeft gezaaid.

Jezus gaat daar hier niet op in, maar misschien zijn wij soms zelf degenen die onkruid zaaien: door onze hebzucht en onze boosheid, als we niet willen luisteren en onwaarheid spreken. Het is goed om naar oorzaken van problemen te zoeken. En het kan dan nooit kwaad om ook kritisch naar onszelf te kijken: wat is mijn aandeel hierin?

“De” oorzaken van “het” kwaad – zelfs àls we die zouden kennen, dan blijft nog de vraag: Hoe met het kwade om te gaan? We kunnen het kwade negeren. Want het is teveel, te groot om te behappen; er is teveel ellende. We zien dat mensen zich opsluiten in hun ivoren toren, in hun eigen “bubble”: “Als ik mijn leven maar kan leven, kan de rest het uitzoeken.” Maar… wie zijn leven meent te redden, zal het juist verliezen [Mt 10,39. 16,25]. Daarbij, wie ego-centrisch leeft, wordt zelf medeoorzaak van het kwaad – onbedoeld misschien, maar toch.

Hoe om te gaan met het kwaad? Een andere methode is: het kwade met grof geweld te lijf gaan. Zodra bepaalde planten onkruid worden genoemd, kun je je gerechtvaardigd voelen om helemaal los te gaan met het meest effectieve gif en ze uit te roeien. Deze manier van denken is van alle tijden. In Jezus’ tijd werden zo bijv. Samaritanen aangewezen als slecht en gevaarlijk en zelfs Jezus’ eigen apostelen stellen Hem voor om hen te laten vernietigen! Jezus wijst hen streng terecht! [Lk 9,54v] Er zijn ook vandaag de dag regeringsleiders die deze methode volgen. We zien dan dat deze weg geen oplossing oplevert, in tegendeel! Geen mens heeft bovendien de totale controle en daarom loopt deze weg al gauw hopeloos uit de hand, met vele “onbedoelde slachtoffers”. Als wij zelf (zogenaamd) onkruid radicaal gaan uitroeien, leidt dit juist tot nog meer kwaad. Laat dat maar aan de Almachtige Zelf over; bij Hem is het Laatste Oordeel [W 12,13. Mt 13,36-43].

Niet passief toekijken. Niet zo hard mogelijk aanpakken. Wat dan? Hoe gaat de Heer Zelf eigenlijk om met mensen die in de greep zijn van het kwade? Helemaal in lijn met de Eerste lezing uit Wijsheid [W 12,16-19] leert Christus ons (in de Bergrede) om onze vijanden lief te hebben en om te bidden voor onze vervolgers [Mt 5,44, zoals Hij Zelf deed op het Kruis: Lk 23,34]. Hij leert ons om het menselijke te zien in elke mens. M.a.w., extremisten en misdadigers worden niet als slechte mensen geboren. Geen mens is het kwaad, ook al doet hij/zij het kwaad.

Jezus laat het niet bij woorden; Hij geeft óók het goede voorbeeld. Zo geneest Hij bijv. de geliefde slaaf van een Romeinse bezetter [Mt 8,5-13. Lk 7,1-10], nodigt Hij Zichzelf uit bij een landverrader en bedrieger om te komen eten – Zacheüs [Lk 19,1-10] en als Hij gekruisigd wordt met misdadigers die wèl terecht worden gestraft: “Vandaag nog zul je met Mij zijn in het paradijs” [Lk 23,43].

Wij vinden dit prachtige verhalen, te vinden daarom ook in elke kinderbijbel. Maar zien wij ze ook als voorbeelden, als instructies voor ons eigen omgaan met mensen die in de ban zijn van het kwade? “Laat tarwe èn onkruid opgroeien tot de oogst” [Mt 13,30a]? Dat klinkt als passief toekijken. Maar wie, zoals Jezus, goed doet aan wie kwaad doet, werkt mee om die ander te laten op-groeien, als mens [Js 44,3v. Rm 14,19. 15,2]. Kortom, onkruidbestrijding: overwin het kwade door het goede! [Rm 12,21]

Meer nog, als “onkruid” goed wordt behandeld, kan het voor ons zelfs geneeskrachtig kruid worden! [Sir 38,2-4. Mt 9,9-13]

Moge het samen vieren van deze Eucharistie ons de ogen hiervoor openen en ons als Zijn leerlingen sterken op deze weg – omwille van ons welzijn en omwille van ons heil. Amen.


Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland