Tergend langzaam

15e zondag door het jaar, 12 juli 2020
evangelie: Mattheüs 13,1-9
Jesaja 55,6-11. Psalm 65. Romeinen 8,18-23


“De krisis” is nog lang niet voorbij. Toch zijn we al bezig om te zien wat we er van kunnen leren. De boeren en klimaatactivisten die van zich doen spreken, de protesten tegen racisme en vrijheidsbeperkingen, de mensen die aandacht vragen voor machtsmisbruik en ongerechtigheid nu en in het verleden [dit weekend bijv. 25 jaar Srebrenica], laten zien dat er veel onvrede is op de manieren waarop omgegaan is èn wordt met de mens en de schepping.

De gevolgen van de corona-pandemie leggen o.a. bloot dat niet alleen in onze maatschappij, maar wereldwijd ons denken en voelen bepaald wordt door de drang naar succes, naar efficiëntie, productie en het maken van winst: steeds meer [cf. Lk 12,14-21], steeds verder, steeds goedkoper. Dat hierbij mensen over het hoofd worden gezien, onder de voet worden gelopen en gebruikt, is de prijs die wij daarvoor betalen. We kunnen niet God dienen èn de Mammon/het Geld, wel God èn de naaste [Mt 6,24. 22,36-40].

“Preken helpt niet,” zei iemand tegen mij; “zelfs in landen die gevormd zijn door het christendom, is er veel mis.” Deze manier van redeneren is ook weer een goed voorbeeld van denken in termen van efficiëntie en succes: zo is er geen ruimte voor groei, rekenen we onszelf en elkaar af op basis van alleen het resultaat, het meetbare resultaat. Ongeduldig, alsof de weg er naartoe niet meer zou gelden: het moet meteen en al het andere moet kapot – hm, zo denken de Taliban in Afghanistan ook.

“Jullie gedachten zijn niet mijn gedachten” [Js 55,8], zegt God bij monde van de profeet Jesaja. Hij roept mensen op om de Heer en Zijn Koninkrijk te zoeken [Js 55,6 cf. Mt 6,33]; dàt is winst [cf. Fil 3,7-10]. Toch gaat het dan niet om een dictatuur van het nu: bekering of het zwaard. Nee! Jesaja beschrijft een proces van regen die valt en in de grond trekt, waardoor gewas begint te groeien [Js 55,10]. Dat gaat langzaam! Tergend langzaam! Wij zijn misschien ongeduldig met elkaar en met God, maar de Eeuwige is geduldig met ons, uiterst geduldig.

Zo zien we dat ook in het evangelie van vandaag: het zaad van Gods Koninkrijk wordt verspreid, maar er gaat wel erg veel verloren. Door onze angst van binnenuit, door druk van buitenaf, door oppervlakkigheid, hardheid en de verleiding van de rijkdom draagt Gods Woord geen vrucht [Mt 13,19-22]. Het lijkt wel of het zaaien niet helpt en niks uithaalt. In onze tijd wordt dan gezegd: dan creëren we ons eigen ‘perfecte’ zaaigoed wel [genetisch gemanipuleerd] en verdelgen we eerst grondig alle onkruid [i.t.t. Mt 13,28v], dan is de oogst gegarandeerd en veel groter.

In feite zet ons geloof zulk denken over vruchtbaarheid en succes volledig op z’n kop. We herdenken dit telkens weer, wanneer we Eucharistie vieren en het Lijden van Christus in herinnering roepen. Hoe kan Hij aan het Kruis in Gods Naam zeggen: “Het is volbracht”?! [Joh 19,30 cf. Js 55,11] Wij zouden eerder zeggen: “Het is mislukt, toch? Wat is het resultaat? Zijn leven brengt toch niks meer op?” Maar dan realiseren wij ons dat een graankorrel pas vrucht draagt als hij sterft… [Joh 12,24]

De parabel die Jezus vertelt, maakt duidelijk dat het in Gods ogen niet gaat om kwantiteit, maar om kwaliteit: niet hoe meer hoe beter, maar wat beter is mag meer zijn. Niet hoe groter hoe beter, maar wat in Gods ogen groot is, mag beter tot z’n recht komen. Niet 100% van het zaad draagt goede vrucht, maar het zaad in goede grond draagt 100-voudig vrucht.

Als we zo gaan kijken naar ons eigen leven, naar onze medemensen, naar de doelen die wij nastreven, naar de problemen in onze wereld, gaat het plaatje er heel anders uitzien. Zoals Paulus schrijft aan de christenen van Rome: Zoveel wat er gebeurt in deze wereld is zinloos – zoveel ellende, het is niks nieuws [cf. Pr 1,9b] – maar al dat lijden is als geboortepijn: een vrouw die zwanger is, weet uit eigen ervaring dat de weg naar nieuw leven pijn doet. Pijn en al wat van voorbijgaande aard is, houdt ons nu gevangen. Maar we moeten er doorheen, zegt Paulus, om op weg te blijven naar de toekomst waarin wij geheel vrij zullen zijn, vrij om samen te leven als Gods kinderen [Rm 8,18-23]: in geloof, hoop en liefde [1Kor 12,31-13,13].

Daarom wordt het bestaan van mensen die Zijn Koninkrijk tegemoet bidden [Onze Vader: Mt 6,10] en tegemoet leven [Mt 25,6], gekenmerkt door hoop [Rm 8,20b]. Hoop houdt ons gaande, juist als alles om ons heen tot stilstand komt. Hoop betekent dat wij niet meegesleept worden door hebben-en-houden, door onze boosheid en onze angst, maar dat wij gericht blijven op het goede dat ons van Godswege beloofd is [cf. Ps 119,82.162]. Hoop leidt ertoe dat wij samen met een positieve, open houding mee blijven werken om het zaad dat de Heer heeft gezaaid, vrucht te laten dragen: in onszelf en om ons heen, in heel de schepping.

“Jullie gedachten zijn niet Mijn gedachten,” zegt de Eeuwige. Maar onze gedachten kunnen dat wel wòrden. Want steeds als wij samen Eucharistie vieren, wordt ons hart weer een beetje meer vruchtbaar gemaakt, ontvankelijker, om het Woord in ons te laten groeien en door ons veelvoudig vrucht te laten dragen. In ons doen en laten worden we herkenbaar als kinderen van God [Mt 5,9. Rm 8,14. Fil 2,15. 1Joh 3,10].

Het is een soms tergend langzaam proces, waarin we zomaar ons geduld kunnen verliezen. Ironisch genoeg helpt de huidige pandemie ons om wat afstand te nemen van het alledaagse en opnieuw te leren waar het ook alweer om gaat in het leven en tot welke hoop wij geroepen zijn.

En de Zaaier? Die blijft uitgaan om te zaaien [Mt 13,3b], omwille van ons welzijn en omwille van ons heil. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland