De taal van God leren

14e zondag, 5 juli 2020
evangelie: Mattheüs 11,25-30
Zacharia 9,9-10. Psalm 145. Romeinen 8,9-13


We zijn gewoon moe: niet alleen door corona, de verwachtingen van anderen, werkdruk en lange dagen. Moe zijn we niet alleen door al die politieke en ekonomische toestanden in de wereld, de onrechtvaardigheid, de domheid. Nee, meer dan dat: we zijn op een dieper niveau massaal levensmoe aan het worden: waar doen we het eigenlijk allemaal voor?

Twee reacties op deze vermoeidheid kunnen we dagelijks duidelijk zien. De ene is: “Wat een gezeur allemaal; ik doe gewoon waar ik zelf zin in heb! Ik neem het ervan; dan leef ik tenminste.” De andere is activisme en protest: “We pikken het niet langer!” Black lives matter – zeker!, Hongkong, alsmede coronawaanzin, boerenprotesten, klimaatactivisten, meer salaris enzovoort.

In beide reacties kun je een Bijbelse grondslag zien. Zij die willen genieten, staan in zekere zin in de traditie van de dichters die “ondanks alles” oproepen om de goedheid van God te blijven ervaren [bijv. Ps 145,16]. Zij die protesteren, sluiten zich aan bij de profeten die in Gods Naam opstaan tegen onrecht [bijv. Zach 9,9].

Toch, als we het bij deze twee reacties zouden laten, worden we misschien júíst zo levens-moe. Want we zijn steeds “bezig” – op onszelf gericht [Rm 8,5] of “goed bezig” zogezegd – maar we worden zo niet gevoed. Altijd maar vechten put ons uit. Maar ook de uitstapjes die we maken, kunnen vermoeiend zijn: bijkomen van de vakantie, van een avondje uit, van een verjaardagsfeestje…

“Ik zal jullie rust en verlichting schenken,” zegt Jezus [Mt 11,28]. Dat spreekt ons aan! Maar wat vreemd: hiervoor moeten we van Hem léren?! Leren klinkt als een inspanning. Nòg meer inspanning? We hebben het al zo druk: – jongeren èn ouderen…! [cf. Lk 14,16-20]

Als je een taal wilt leren, ga je achter de boeken/computer, doe je allerlei oefeningen. Na veel tijd en inspanning, hoef je er niet meer bij na te denken; je spréékt die taal gewoon. Wat eerst een zwaar juk was [cf. Mt 11,29], helpt je nu om beter te communiceren en fijner samen te leven.

Jezus in het evangelie nodigt ons uit om van Hem de taal van het léven te leren [cf. Joh 14,6]: het goede leven, dat de innerlijke rust en vrede geeft, die geen mens zelf maken kan. Want die innerlijke vrede komt ons echter niet zomaar aanwaaien; zij is geen quaestie van “even de knop omzetten”. Vrede is a.h.w. de taal het leven met God. Ook deze taal moeten we leren, anders kunnen we haar niet spreken en in de praktijk brengen en geen contact maken elkaar en met Hem.

De rust en de vrede die Christus ons leert, is, zegt Hij, alléén toegankelijk voor eenvoudige mensen [Mt 11,25]. Zij is geen esoterische occulte leer. En je hoeft niet rijk [cf. Js 55,1. Joh 7,37], geleerd of intelligent te zijn om te groeien in geloof, hoop en liefde; goede wil, een goed hart, is genoeg om te beginnen om die taal te leren.

De Geest Die in ons woont, zegt Paulus in de Tweede lezing, beweegt ons van binnenuit in de goede richting [Rm 8,9]. Door te bidden, lezen, te vieren en de liefde in praktijk te brengen [cf. Joh 13,34], leren we het goede leven [vs. Rm 8,12v]. “Learning by doing”; van Hem leren we door het te doen (= navolging), “met hart en hoofd en handen” [cf. Mi 6,8]. We worden geleid door de Geest en gevoed door Gods Woord en de sacramenten.

Dáár worden we niet moe van. Als wij zo de taal van het leven met God leren spreken, ontvangen wij juist nieuwe levenskracht en bovendien te midden van alle onvrede om ons heen een innerlijke vrede die blijft. God-dank! Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland