Levenshouding

13e zondag door het jaar, 28 juni 2020
evangelie: Mattheüs 10,37-42
2Koningen 4,8-16a. Psalm 89. Romeinen 6,3-11


Het klinkt te mooi om waar te zijn? Zeer gastvrij onthaalt een kinderloze vrouw de profeet Elisa, telkens weer. Hij wil haar hiervoor bedanken. Daarom belooft hij de vrouw dat zij het volgende jaar een zoon zal hebben. Buitengewoon! Maar wat betekent dit voor ons?

We moeten ons realiseren dat dit verhaal toentertijd veel opriep. Een vrouw zonder kind was namelijk niet alleen een vrouw zonder toekomst – wie zou er voor haar zorgen op haar oude dag? – maar er zat óók een morele kant aan. Dat ook een man onvruchtbaar kan zijn, weten we nog niet eens zo lang – nog steeds worden hierover nieuwe ontdekkingen gedaan. Dus, de redenering was: er is vast iets mis met deze vrouw. Al was je koning, als je vrouw geen kinderen met je kreeg, heette je leven mislukt [Jr 22,30]. Meer nog: als kinderen een zegen zijn, is kinderloosheid dan een straf van God? [cf. 1S 2,5. Ps 128. Js 54,1] Dat de profeet deze vrouw toezegt dat zij een kind zal krijgen, betekent daarom: in Gods ogen is er niks mis met jou; God zegent jou voor je gastvrijheid.

Gastvrijheid is een constant thema in de Schrift. Het schenden van de gastvrijheid aan vriend èn vreemdeling is een doodzonde, zoals blijkt uit de zonde van Sodom en van Gibea [Gn 19,1-29. Re 19,1-20,48]. Gastvrijheid is een bijzondere vorm van zorg. In deze corona-krisis komen we tot een herwaardering van de zorg voor mensen.

Over gastvrijheid en zorg voor anderen spreekt ook Jezus in het evangelie van vandaag: “Wie aan één van deze kleinen maar een beker koud water geeft…” [Mt 10,42]. Dan gaat het niet alleen om zorg voor kinderen, maar voor al degenen die klein gehouden worden in onze wereld: de armen, mensen met psychische problemen, eenzamen, verslaafden en daklozen, minderheden wier rechten ontnomen zijn, vluchtelingen – zij die niet worden gehoord, in de Bijbel veelal aangeduid als “weduwen en wezen” [Ex 22,21 etc.] en “vreemdelingen”, die zogenaamd niet helemaal in het plaatje passen [bijv. Js 56,1-8]. Maar juist “voor kleine mensen is Hij bereikbaar!” [Ps 72]

Dit klinkt heel mooi. Maar in de prakrijk kan dit heel spannend worden, spanningen opleveren. Want in Gods Naam naastenliefde – het voornaamste gebod [cf. de Barmhartige Samaritaan] – en gastvrijheid kunnen botsen met onze neiging om vooraleerst op te komen en te zorgen voor onszelf, onze eigen familie, ons eigen volk. Als we ons bedreigd voelen door ontwikkelingen in de samenleving of door “vreemde” mensen, zoeken we naar houvast. Maar dikwijls menen we dan houvast te vinden in dingen die haaks staan op de weg die Jezus ons voorhoudt en voorgaat. Zo maakt Jezus vandaag verrassend genoeg korte metten met de zogenaamde “family valuesals het hoogste goed [Mt 10,37], omdat die ons opsluiten in ons eigen veilige wereldje en ons afsluiten van anderen en zo ook van dè Ander.

Onze angst om het leven te verliezen, de grip op ons leven kwijt te raken, doet ons vergeten waartoe wij van Godswege geroepen zijn. Wie zich vastklampt aan valse zekerheden, zal zijn/haar leven verliezen [Mt 10,39]. Bewust of onbewust zoekt menigeen om geaccepteerd te worden en mee te tellen. Dan kan het argument klinken: “Ook ik ben in Nederland geboren, hoor; ook ik ben succesvol in deze maatschappij; ik stel heus wel iets voor!” – pogingen om je eigen leven te redden. Maar: als je niet in Nederland geboren bent, stel je net zoveel voor! Anderen laten zich gelden door te schelden via de social media of door stenen te gooien naar de politie. Dan kom je misschien zelfs op televisie! Want wie wil er nu zijn als een onopvallende bloem in het veld die morgen is verwelkt? [Ps 103,15v, echter: Mt 6,28v]

Uit barmhartigheid willen we misschien best wel iets voor anderen doen. Maar we vinden het heel moeilijk om ècht aan de kant van de armen en de machtelozen te gaan staan, bij degenen op wie anderen neerkijken, bij wie zogezegd niets te halen valt: ouderen, allochtonen, homo’s en lesbiennes, slachtoffers van discriminatie en geweld, jongeren moeizaam op zoek naar toekomst, gescheiden mensen – zoals in Jezus’ tijd ook vrouwen zonder kinderen. En als we zulke mensen (die wellicht “anders” zijn dan wij, in zekere zin) niet leren kennen, worden we al gauw gevoed door vooroordelen die ons steeds verder van hen vervreemden en ons van hen afsluiten.

In het Goede Nieuws van Godswege vernemen we dat profeten gezonden worden naar mensen die niet aan het algemene ideaalbeeld voldoen: niet om hen te veroordelen, maar om hen te laten delen in het goede van God [cf. Joh 3,16v]. En we zien steeds weer dat Gods Zoon om diezelfde reden helemaal niet bang is om om te gaan- en Zich in te laten met de mensen naar wie anderen de rug toekeren: “hoeren en tollenaars” en allerlei vreemdelingen, die “er” in de ogen van het Volk niet helemaal bij zouden horen [Mt 11,19. Lk 7,36-50 etc.].

Van gedoopten, waarachtige zonen en dochters van God, wordt verwacht dat zij leven in Zijn Geest [Rm 6,3v.11] en in het voetspoor van Jezus Christus de barrières doorbreken die mensen van elkaar scheiden [Ef 2,14-18]. Kortom, in Gods Naam, kom uit je comfortzone! [Mt 10,37] Neem je kruis op en volg Mij! [Mt 10,38. 16,24v]; sta niet eindeloos voor de spiegel, wees niet voortdurend met jezelf bezig; accepteer jezelf mèt je schaduwkanten – neem ze op je schouders! – en wordt een dienaar zoals Hij [Fil 2,5-8], gastvrij voor de kleine mensen die je ontmoet [Mt 20,28 etc.].

Moge de ontmoeting met Hem Die hierom gekruisigd werd, ons in deze Eucharistie inspireren tot deze gastvrije levenshouding. Moge Hij ons als individuele kleine mensen en als parochie sterken om ook dáádwerkelijk voort te gaan op deze weg. Mogen wij dan samen van Godswege gezegend worden en zo het goede leven vinden dat toekomst heeft en het geluk dat niet voorbijgaat. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland