Wees niet bang

12e zondag door het jaar, 21 juni 2020
evangelie: Mattheüs 10,26-33
Jeremia 20,10-13. Psalm 69. Romeinen 5,12-15


“Wees niet bang!” Deze oproep staat meer dan 100 keer in de Bijbel. En toch worden we regelmatig door angst bevangen. Wij vinden onszelf misschien best wel rationeel, maar als we goed kijken om ons heen en naar onszelf, ontdekken we dat angst en vrees een grote rol spelen in ons leven. Onze gezondheid is maar één voorbeeld.

Maar angst is een slechte raadgever. Daarom worden wij steeds weer opgeroepen om te leven met vertrouwen. Vertrouwen is geen overmoed of doen alsof er geen problemen zijn! De huidige corona-krisis maakt maar weer eens duidelijk dat wij echt geen controle hebben over het leven. Wij, mensen, zijn onderdeel van de natuur, van de schepping. Wij nemen er een bijzondere plaats in in [cf. Gn 1,28. Sir 17 etc.], maar wij staan niet erboven.

Leven met vertrouwen betekent niet dat wij ons verstand op nul zouden moeten zetten; fides quaerens intellectum zeiden de Middeleeuwers al, d.w.z. wij zoeken te begrijpen wat wij geloven. Tussen geloven en denken is dus geen tegenstelling, in tegendeel; net als geloof is verstand nota bene een gave Gods en de Heilige Geest inspireert ons met wijsheid en inzicht.

Daarom laat Jezus het vandaag niet bij een eenvoudige aansporing om niet bang te zijn; Hij geeft er drie redenen bij. Maar wat voor soort redeneringen zijn dit? En zijn ze voor ons overtuigend? Helpen ze ons om samen te leven zonder angst?

Want er staat niet dat gelovigen nooit iets zal overkomen! Zelfs volmaakt geloof en volmaakte liefde zijn géén garantie voor een zorgeloos bestaan – kijk maar naar Jezus’ eigen leven en sterven!

(1) Wees niet bang, want alles wat in het geborgene gebeurt, zal openbaar worden [Mt 10,26]. M.a.w., op den duur komt er gerechtigheid en vrede: nog tijdens dit leven, of erna [cf. Mt 25,31-46: het Laatste Oordeel als echatologisch perspectief]. Ik voel mij erg thuis bij deze visie. Maar deze redenering is erg onbevredigend voor ongeduldige mensen die willen dat alles in het nú gebeurt en voor hen die menen dat er na de dood niets meer is. Voor gelovigen is dit perspectief echter bedoeld als een hart onder de riem: spoedig of uiteindelijk komt alles goed. Wij staan immers in de schepping en in de tijd, maar de Eeuwige staat erboven.

(2) Wees niet bang. De angst om onze lichamelijke en geestelijke gezondheid te verliezen enorm, hoewel we medisch gezien zoveel kunnen. Tegelijkertijd zien wij, gelovigen, dat mensen méér zijn dan hun gezondheid [Mt 10,28]. Juist mensen wie ernstig kwaad wordt aangedaan, putten kracht uit het diepst van hun ziel, innerlijke kracht: christenen die vervolgd worden, jongeren die op school worden gepest, vrouwen en mannen die gediscrimineerd en ernstig beschadigd zijn – zij ontdekken daar hoop, moed, geduld en doorzettingsvermogen die hun de weg opent naar het leven. Jezus zegt ons: mensen die ons kwaad doen, kunnen geen schade aanrichten aan die innerlijke bron van leven. En dit komt, doordat de Aanwezige ons dáár van binnenuit sterkt en blijft sterken [cf. Joh 4,14]. Wees dus niet bang!

(3) Geloof en ervaring helpen ons dus om niet bang te zijn. Maar ook als je denkt dat je weinig of geen geloof hebt of niet ervaart dat je van Godswege wordt gesterkt, helpen óók wijsheid en inzicht ons nog om niet bang te zijn. Jezus opent ons vandaag de ogen, om te zien hoe de Barmhartige zorgt voor zelfs het kleinste vogeltje. Dit kan iedereen zien – deze dagen vliegen jonge vogels uit – behalve als je wilt blijven volhouden dat alles puur toevallig is. Als God zorgt voor het kleinste, zal Hij ook zorgen voor de mens, geschapen naar Zijn beeld [Gn 1,27] en voor wie Hij een bijzondere liefde heeft [Mt 10,29-31 cf. 6,25-34].

Geloofsvertrouwen, wat we zien en meemaken en onze reflectie hierop helpen ons om onze angsten te overwinnen en in vrijheid samen te leven: geloof, ervaring en denkvermogen. Wie iets minder heeft van het ene, kan groeien in vertrouwen door het andere. Dan zullen we niet verlamd, moedeloos of wanhopig worden of meegesleept worden door onze angst.

“Ik heb mijn zaak in Uw handen gelegd” [Jr 20,12b]. Toch is dit óók moeilijk. Want we worden in beslag genomen door ons werk [cf. Lk 10,38-42], de zorgen van nu, door dingen uit het verleden. Daarbij zijn er die ons bewust bang maken. Zo kunnen we ons bedreigd gaan voelen i.p.v. medeverantwoordelijk, solidair en barmhartig. Als wij geen houvast zoeken in ons geloof en zonder aandacht door het leven gaan, zullen wij onszelf verliezen in onze angst, die gevoed wordt door onze vooroordelen en gebrekkige kennis.

Dit lijkt onvermijdelijk. Daarom is geloof zo belangrijk voor ons leven, al is het maar zo groot als een mosterdzaadje [Mt 17,20]. Want geloofsvertrouwen bevestigt ons in een relatie die niets en niemand kapot kan krijgen [Rm 8,35]. Door te geloven – het is een werkwoord! – kunnen we ons steeds opnieuw oriënteren: welke weg legt de Heer voor mij open?

Angst sluit ons af van elkaar en van de werkelijkheid, die in Gods hand is. Angst sluit ons op in onszelf. Door het evangelie beseffen wij vandaag dat de Ene onze angst wil verdrijven door ons te laten groeien in geloven – omdat Hij ons liefheeft [1Joh 4,18].

Daarom brengt Hij ons juist óók in deze corona-tijd, samen om Eucharistie te vieren. Door Zijn Woord weten wij beter. Door het Brood dat Hij ons geeft, ervaren dat Hij voor ons zorgt. En doordat Hij ons hier in de Geest van Christus samenbrengt, sterken wij ook nog elkaars geloofsvertrouwen.

Zo verlost de Heer ons van onze angst die ons gevangen houdt [cf. Ps 69,34-37], ook als dingen anders gaan dan verwacht en wij onze gezondheid, baan en zelfs ons leven zouden verliezen. In onze gebrokenheid en in ons zoeken laat Hij ons van harte en ten volle leven met Hem en met elkaar: aandachtig, rechtvaardig en barmhartig – omwille van ons welzijn en omwille van ons heil. God-dank! [Jr 20,13] Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland