Je hoeft ècht maar één kaartje te kopen

Sacramentsdag, zondag 14 juni 2020
evangelie: Johannes 6,51-58
Deuteronomium 8,2-3.14b-16a. Psalm 147B (147,12-20). 1Korinthiërs 10,16-17



“Een mens leeft niet van brood alleen” [Dt 8,3b. Mt 4,4], maar óók van brood [Mt 6,11]. Wij mensen zijn nu eenmaal geen engelen, puur geestelijk; ons lichaam is een essentieel onderdeel van ons menszijn. In deze tijd van corona-maatregelen is maar weer eens duidelijk geworden dat wij het nodig hebben om elkaar te zien en aan te raken: te omhelzen, een hand te geven, een kus.

In de geschiedenis zien we hoe gelovigen steeds hebben gezocht om het geestelijke en het lichamelijke met elkaar verbonden en in evenwicht te laten zijn. En we zien dan ook dat het mis gaat, als één van de twee absoluut wordt: het huidige materialisme brengt ons geen heil, maar ook het vergeestelijken van heel het leven komt de mens niet ten goede.

In [de gaven van de Heilige Geest en in] de sacramenten die wij van Godswege gekregen hebben, zien we hoe dat evenwicht wel wordt bereikt: [de gaven van de Geest hebben óók een lichamelijke uitwerking. En bij de sacramenten:] aan de buitenkant gaat het dan steeds om een lichamelijk toedienen en ontvangen (van water, brood en wijn, van olie) èn tegelijkertijd verkrijgen wij zo ook genezing van binnenuit en nieuwe innerlijke kracht. [Bij de biecht moeten priester en biechteling fysiek aanwezig zijn – internetbiechten gaat niet – en bij het huwelijk geven degenen die elkaar het sacrament aanreiken c.q. huwen, elkaar fysiek de rechterhand (en in afwezigheid van een van de huwelijkspartners trouwt de aanwezige dan “met de handschoen”, ook weer fysiek].

Dit doet recht aan ons menszijn. Jezus en heel de Schrift roepen ons op om niet op te gaan in het materiële en fysieke en tegelijkertijd is er positieve aandacht voor het lichamelijke. Bij genezing door Jezus gaat het nooit alléén om de binnenkant, de ziel, maar óók dat mensen fysiek kunnen horen, zien, spreken, lopen èn proeven [cf. Ps 34,9. Joh 2,9v].

We hebben het net gevierd met Pinksteren: in de Heilige Geest is de Heer “werkelijk en geheel” aanwezig. Dit is nog wel voor te stellen, misschien. Waar wij ook gaan, Hij is met ons en in ons.

[Maar dus óók in het dopen en zalven is Hij er, actief. De bedienaar doopt en zalft immers “in Naam van de Vader, de Zoon en de Geest”; het is de Heer Zelf Die doopt en zalft. De bedienaar is een instrument in Zijn hand.] Bij de Eucharistie geloven we dat de Heer bovendien nog onder de tekenen van het brood en de wijn aanwezig en werkzaam is, dus niet alleen tijdens het vieren van de Eucharistie, maar ook nog erna – zoals Jezus het Zelf ook zegt: Dit brood en deze wijn zijn Mijn Lichaam en Bloed [Mt 26,26-28. 1Kor 11,24v].

Net als in het evangelie van vandaag [Joh 6,52] kan hierover verwarring ontstaan, zeker als wij Latijnse termen verkeerd vertalen en het mysterie van de consecratie opvatten als een scheikundige verandering - alsof het anders “niet echt” zou zijn… [cf. verus in Joh 6,55].

Ter vergelijking: als een dierbare bloemen geeft, kost het moeite om die weg te doen als ze zijn uitgebloeid. Want die bloemen zijn een tastbare vorm van zijn/haar aanwezigheid en liefde. Evenzo is de trouwring van je ouders méér dan een klompje goud; hij representeert je ouders en stelt hun trouwe liefde tastbaar tegenwoordig. Wie mag deze erven? Het verbranden van een nationale vlag is méér dan een symbolische handeling; in die concrete vlag wordt het volk zelf en alles waar het voor staat verbrand. Dáárom ligt het zo gevoelig!

In de Eucharistie gaat het nog een stap verder: Christus is – naar Zijn woord – aanwezig als het Brood. Toch zetten wij gelovig geen wiskundig isgelijkteken tussen geconsacreerd Brood-en-Wijn en Jezus; als we de Communie voor iemand meenemen en we maken gebruik van het OV, kopen we niet twee kaartjes…

In de Heilige Geest is Gods aanwezigheid echt, werkelijk (en werkzaam) en geheel. Zodra wij deze woorden gaan gebruiken om een onderscheid te maken en te benadrukken hoe heilig de Eucharistie is, ontstaat evenwel/daarom verwarring. Die woorden zijn dan ook een mislukte poging om de Latijnse term praesentia realis te vertalen. Het woord realis lijkt op het Engelse real, dat “echt” betekent. Maar het Latijnse realis betekent iets anders dan “echt” en “werkelijk”; realis komt van res – ding. Praesentia realis moeten we vertalen en opvatten als “aanwezigheid op een dingelijke manier: stoffelijk, fysiek, concreet, materieel”. [Zo betekent transsubstantiatie, het substantialiter veranderen, niet dat er een chemische reactie plaats zou vinden, maar dat brood en wijn qua essentie veranderen; een quaestie van goed vertalen.] U die via de live-stream met ons meeviert, bent ècht [Latijn: vere] met ons verbonden, maar niet realiter, niet op een tastbare manier!

En dàn wordt duidelijk wat wij vandaag vieren: na Zijn Hemelvaart is Christus niet alleen op een geestelijke manier met ons, in en door de Geest (die dus net zo echt, werkelijk en geheel is), maar middels de sacramenten óók nog op een tastbare manier: zeker en vast. Ook als je dit niet ervaart of er geen gevoel bij hebt, kun je je daar nog aan vasthouden.

Met de gave van de sacramenten doet God recht aan ons menszijn: omdat mensen geest èn lichaam zijn, is het geestelijke alleen is voor ons niet genoeg! De Eeuwige Zelf voorziet hierin, door ons naast de Geest óók de sacramenten te geven: in de sacramenten [in de handelingen van het dopen en het zalven en in het dingelijke van Brood en de Wijn] is de Heer ons rakelings/aanraakbaar nabij èn werkzaam; zo raakt Hij ons aan en zo worden wij weer heel, genezen (van onze wonden en onze zwakheid)!

Paulus in de Tweede lezing gaat nòg een stapje verder: door deelname aan de Beker en het Brood worden wij zo verenigd/verbonden met Christus, dat wij samen één lichaam vormen [1Kor 10,16v], het Lichaam van Christus [Rm 12,5. 1Kor 12,27 cf. Jezus tijdens het Laatste Avondmaal: Joh 17,11]. M.a.w., Christus is dus niet alleen (materieel) “aanwezig” (in ons concrete menszijn), maar óók werkzaam; Hij werkt in ons (zodat wij veranderen, groeien) en door ons (zodat ook de wereld om ons heen verandert, groeit)! Daarom wordt de Kerk het oersacrament genoemd: de geloofsgemeenschap waarin en waardoor de Heer Zelf in de wereld aanwezig en werkzaam is.

Klinkt dit kryptisch of abstract? Nu moet u niet denken dat ik precies begrijp hoe het zit! Ik wil [zoals Paulus] slechts dit geloofsmysterie aanduiden, te groot om te bevatten. Maar, wat betékent dit dan?

Terug naar vandaag! Juist in deze tijd waarin ziekte en allerlei spanningen verdeeldheid brengen, is dit goed nieuws. Door de Geest worden mensen solidair met elkaar: een geestelijke verbondenheid. Maar daarbij maakt de Heer ons zoals wij zijn, door ons te laten deelnemen aan het ene Brood één, één gemeenschap, één lichaam, dus: onze diversiteit wordt verenigd in Hem, over de grenzen heen van huidskleur, geslacht, geaardheid, cultuur en klasse! [Rm 10,12. 1Kor 12,13. Ga 3,28. Kol 3,11 cf Js 56,1-8]
Dan kunnen wij waarachtig samen Eucharistie vieren en de Communie ontvangen. Laten wij zo als wereldwijde geloofsgemeenschap (wereldkerk) in Zijn Naam het heilzame sacrament zijn voor elkaar en voor heel de wereld [cf. Joh 6,51b]. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland