Dat is toch niet normáál; met drie woorden spreken

Hoogfeest van de H. Drie-eenheid, zondag 7 juni 2020
evangelie: Johannes 3,16-18
Exodus 34,4b-9. Psalm = Daniël 3,52-56. 2Korinthiërs 13,11-13


We leven in de tijd van “het nieuwe normaal”. Niet “doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg”, maar: “zoek elkaar niet op en houd afstand.” Maar… dat is toch niet normaal?!

Katholieken, gelovigen zijn sowieso al van het méér dan normaal, het overvloedige: niet alleen vrienden en familie liefhebben, maar ook degenen met een andere huidskleur en geaardheid, vluchtelingen, vreemdelingen en zelfs je vijanden! [Mt 5,44. Rm 12,20] Onze naastenliefde gaat verder dan de algemene norm van goed zijn voor de mensen van de eigen groep [Lk 10,25-37]. En zodra wij ons realiseren hoe rijk wij zijn terwijl anderen armoede lijden, geven wij van harte weg aan degene die niet heeft [Ps 112,5. Lk 6,38. 16,19-31]. Zo’n vrijgevigheid, die bij ons past, is niet normaal in onze wereld, maar buitengewoon.

Wat “normaal” is, leren we in een cultuur, door samen te leven. Maar wat het normale overstijgt, wat overvloedig leven is, leren wij van Godswege [Joh 10,10]. Dit vieren we in de Eucharistie, telkens weer: God heeft niet een keer de boel rechtgezet, is niet ooit een keer barmhartig geweest voor ons. Nee, door de komst en het lijden van Christus en door de gave van Zijn Heilige Geest Hij heeft Zich voorgoed met ons verbonden. “Normaal” zou je kunnen noemen dat iemand iets voor familie en vrienden overheeft. Maar het leven delen tot het uiterste toe, je leven geven en trouwe vriendschap sluiten met vreemdelingen, alles uitdelen wat je hebt, onvoorwaardelijk (en niet omdat diegenen het zouden verdienen) [cf. Rm 5,7v], wat God allemaal doet – “dat is toch niet normaal?!” Dat is buitengewoon, zeer overvloedig!

Juist in deze tijd waarin heel de wereld in de ban is van de huidige pandemie, juist in deze tijd waarin mensen letterlijk uit elkaar worden gespeeld en uit elkaar worden gehouden, nu veel meer mensen dan “normaal” hun gezondheid en hun werk verliezen, vieren we vandaag dat God ons nooit aan ons lot overgelaten heeft en ook nu ons niet in de steek laat.

Toch blijft Hij ook verborgen [Ex 33,18-20. Js 45,15]. Zo vernemen we in de Eerste lezing hoe Mozes God ontmoet als een wolk. Van verre zijn wolken indrukwekkend [Ex 34,8]. Maar als je (per vliegtuig) door een wolk heen vliegt of (op een berg) in een wolk staat, sta je gewoon in een dichte mist. Zo wordt ook Mozes door deze Wolk het zicht ontnomen, als in een ondoordringbare nevel. [Hij kan alleen nog horen: Ex 34,6a.] Vandaar spreken we wel over bidden/God ontmoeten als het binnengaan in een wolk van niet-weten.

Maar we willen toch juist wèl weten?! Want niet-weten kan ons onzeker maken, juist ook nu: Hoe lang nog? [Ps 13 etc.] Tegelijkertijd brengt een wolk verkoeling [Ex 13,21] en regen, zodat alles weer gaat groeien en bloeien en wij kunnen drinken [cf. Js 35,1-10]. Kortom, dezelfde Wolk die ons het zicht ontneemt, brengt ons tot léven. Want telkens wanneer wij binnengaan in die Wolk, groeien we in geloof, hoop en liefde, gaven die waardevoller zijn voor ons bestaan dan welk weten dan ook.

De Drie-eenheid… Uit beleefdheid spreken wij met twee woorden. Dit vinden wij normaal. Maar in Zijn leven en sterven leert Jezus ons om m.b.t. het Mysterie van God met drie woorden te spreken. Voor Gods Volk is dit het nieuwe normaal geworden: in ons denken, spreken èn handelen blijkt dat wij vertrouwen op de ene God als Vader, Zoon en Heilige Geest. Juist in de huidige krisis is dit van belang voor een goed verstaan van ons geloof en Zijn liefde.

Want vandaag vieren we dat “God” niet alléén (1) “in de hemel” is, onmeetbaar ver weg, maar eveneens (2) hoorbaar en rakelings nabij: als wij Zijn Woord spreken tot elkaar en in ons gebed; in het vieren van de sacramenten waarin Hij ons weer heel maakt en sterkt; in elk samenzijn in Zijn Naam, als Lichaam van Christus [1Kor 12,27. Ef 5,29v]. Ten derde is Hij óók (3) onmeetbaar dichtbij, "meer innerlijk dan mijn diepste innerlijk" [Augustinus, cf. Joh 14,23].

In deze periode van covid-19 vraagt menigeen zich af waar de Eeuwige dan te vinden is, wat de Almachtige dan doet, waar God Die liefde is Zich manifesteert. Als we niet geloven in de ene God als Vader, Zoon en Geest, zullen we naar de hemel blijven staren [Hnd 1,11] en boos worden en teleurgesteld, omdat “God” niet “ingrijpt” zoals wij het ons voorstellen.

Op deze feestdag trekken wij echter de conclusie van de grote feesten van Kerstmis, Pasen en Pinksteren: God is er voor ons; van oudsher zorgt Hij voor ons [Ex 34,9]. God is met ons en met ons bezig: in Jezus Christus, in de sacramenten, in dingen, mensen en gebeurtenissen om ons heen. En God woont in ons: Hij spreekt tot ons beweegt ons dus óók van binnenuit.

Dit is de God Die wij vandaag vieren! Dit is de goede God Die wij aanbidden [Dn 3,52-56], de Enige op Wie wij hopen. Dit is de liefdevolle God Die ons laat delen in Zijn goedheid, zoals Paulus aangeeft [2Kor 13,13]: met Zijn genade, in liefde en in verbondenheid.

Kortom, nog altijd spreken mensen die God zoeken of aanklagen, alsof Hij een soort opperwezen is in de hemel dat niet aan onze verwachtingen voldoet. Maar als wij gelovig met drie woorden leren spreken over Hem en tot Hem, raken wij steeds meer met Hem vertrouwd. Laten we niet bang zijn om de Wolk van niet-weten binnen te gaan, want “de Eeuwige is een barmhartige God, groot in liefde en trouw” [Ex 34,6]. En door de gaven van Zijn Zoon en de Geest mèt al het goede erbij, laat Hij zien dat en hoe Hij de wereld liefheeft, er is en ons helpt omwille van ons welzijn en ons heil [Joh 3,16v]. Niet normaal! Buitengewoon! God-dank! Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland