Afscheid nemen bestaat wèl

Hoogfeest van Hemelvaart van de Heer, 21 mei 2020
evangelie: Mattheüs 28,16-20
Handelingen 1,1-11. Psalm 47. Efese 1,17-23


Afscheid nemen bestaat wèl. De leerlingen moesten op de dag dat Jezus naar de hemel ging, afscheid nemen van Hem, d.w.z. van de fysieke manier waarop Hij met hen samen was geweest [Hnd 1,9]. Dit geeft te denken, juist in deze corona-tijd waarin wij fysiek afstand moeten houden van elkaar.

Sinds de Vergrendeling (lockdown in ‘goed’ Nederlands) hebben wij, leerlingen van Jezus die samen de Geloofsgemeenschap van de Kerk op aarde vormen, afscheid moeten nemen van een fysieke manier van bijeenkomen. Wij kunnen alleen nog maar via de televisie of internetverbinding de vieringen volgen en meevieren, als dat tenminste lukt qua techniek en onze aandacht. Omdat deze overgang noodgedwongen en zonder overgangsperiode moest worden ingevoerd en omdat dit nu al weken duurt, valt het menigeen erg zwaar.

Alternatieven voor samenkomen in de liturgie worden al lang ingezet voor mensen die op reis zijn of door ziekte of om andere redenen niet erbij kunnen zijn om deel te nemen. Maar nu worden deze mogelijkheden ten volle benut. Over deze relatief nieuwe vormen van liturgie wordt veel uitgewisseld op punten waar directe vragen liggen: gemeenschap, het ritueel, plaats, ruimte en tijd, lichamelijkheid, participatie en het zogenoemde media-clericalisme (d.w.z.: Komt de priester, (bijna) alleen staande voor de webcam, zelf niet al te centraal te staan? Onlangs zag ik in een filmpje een presbyteriaanse priester als volgt uitnodigen voor de eucharistie: “Maakt u zich geen zorgen, u hoeft niet naar de keuken te rennen om brood en wijn te pakken; dit wordt een geestelijke communie. Ik zal hier zijn, terwijl u dit live aanschouwt. Ik zal de gebeden opdragen in de liturgie en de eucharistie vieren namens de Kerk. Deze video gaat u helpen om deel te nemen aan de liturgie, wetend dat ik ook hier ben.”)

Het is mooi om te vernemen hoe creatief mensen zoeken naar oplossingen, om in deze krisis toch in verbondenheid te vieren, te verkondigen en vormen van gemeenschap te vinden. Echter, in zulke processen wordt de sacramentaliteit van de Kerk niet of nauwelijks gethematiseerd. Terecht wordt wel opgemerkt dat het bij liturgie niet alleen over de Eucharistie gaat. Toch moet het gesprek aangaande liturgie in de huidige situatie ook juist daarover gaan. In het geloofsleven van katholieken neemt het sacrament van de Eucharistie immers onmiskenbaar een centrale plaats in. Ten tweede moet de quaestie van het sacramentele niet versmald worden tot vragen omtrent (traditionele en nieuwe) vormen van liturgie.

De katholieke geloofsgemeenschap is fundamenteel een sacramentele Kerk. Het Lichaam van Christus, de ene Kerk, als oersacrament van Gods heilzame genade [Ef 1,23. 3,6], brengt de sacramenten voort. De sacramenten bouwen de Kerk als concrete geloofsgemeenschap op; zij sterken de gelovigen om samen te leven in de Geest. Sacramentaliteit gaat dus verder dan de zeven sacramenten. Maar nu wij de sacramenten niet aan den lijve kunnen ontvangen, is dat een existentieel probleem [cf. Ps 104,27v. 136,23-25. 145,15v]. Het raakt aan onze essentie, en we ervaren dit ook van harte als een gemis.

De tastbare sacramenten zijn ons gegeven om ons als gemeenschap van gelovigen op te bouwen. Het is daarom dat de ziekencommunie en de ziekenzalving voor de mensen die niet naar de kerk kunnen komen, veel betekenen. De zogenoemde “geestelijke communie” [Is deze term niet verwarrend? Is het niet beter om te spreken in termen van “verbondenheid in de Geest”?] kan in een situatie als deze als een noodoplossing worden aangedragen, maar uiteindelijk volstaat zij niet.

“Al heeft Hij ons verlaten, Hij laat ons nooit alleen” [lied]. Om recht te doen aan ons mens zijn, geestelijk en lichamelijk, zendt Hij ons Zijn Heilige Geest, verzamelt Hij ons en ontvangen wij de sacramenten. Zo worden wij door Hem geheiligd. Hij brengt en houdt ons, individuele mensen, bijeen als Zijn lichaam, óók buiten de liturgie in het kerkgebouw. Levend door Hem, met Hem en in Hem [cf. Hnd 17,28] vormen wij Zijn Lichaam dat geschikt is gemaakt om te dienen tot instrument van Zijn vrede en gerechtigheid. Al doende bouwen wij elkaar op [Mt 28,18-20. Joh 14,12. 1Kor 14,3. Ef 4,29].

Ik besef heel goed dat wij als kloostergemeenschap, als communiteit van religieuzen, in dezen in een zeer bevoorrechte positie zijn. Want wat wij zoals altijd in de eigen kapel kunnen blijven vieren (lauden, vespers, Eucharistie, meditatie), belichamen en beleven wij ook in ons dagelijkse gewone samenleven: dat wij samen het Lichaam van Christus op aarde vormen en dat wij dit ook beleven als wij het goede van God doorgeven aan elkaar en wanneer wij het goede van elkaar ontvangen.

Afscheid nemen bestaat wèl. Laten we op onze zoektocht in deze corona-krisis afscheid nemen van een puur denken in oplossingen van problemen die aan de oppervlakte komen. Zeker, via het live-streamen van vieringen en participatie via Zoom kunnen velen bereikt worden die anders niet bereikt zouden worden. Maar laten we onze ervaringen van gemis en verlangen wel serieus nemen en benoemen en zoeken naar de onderliggende vragen. We kunnen de spanningsvelden die de huidige instructies van afstand houden oproepen, beter niet uit de weg gaan.

En tegelijkertijd mogen wij ons dus vooral op Hemelvaartsdag realiseren dat (zoals de liturgie niet versmald moet worden tot Eucharistie,) het sacramentele van Gods Kerk niet beperkt is tot wat wij vieren in de kerk; alle gelovigen samen vormen het Lichaam van Christus op aarde, voortdurend
[cf. 1Kor 12,4-27], en als zodanig worden wij van Godswege geleid om dit waar te maken.

Laten we ons nu, vanaf Hemelvaartsdag-in-coronatijd, zoekend en verlangend om te leven in het Mysterie, bewust worden van Zijn aanwezigheid èn afwezigheid, en komen tot een (her)waardering van ons samen Kerk zijn, Lichaam van Christus op aarde, en van de concrete sacramenten die Hij ons geeft om ons als zodanig op te bouwen.

Moge het vieren van dit Feest ons op deze weg verlichten en sterken [Mt 28,20. Hnd 1,8. Ef 1,17-20] in geloof, hoop en liefde [1Kor 13,13] – omwille van ons welzijn en omwille van ons heil. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland