Een gevaarlijke herinnering

Goede Vrijdag, 10 april 2020
evangelie: Johannes 18,1-19,42
Jesaja 52,13-53,12. Psalm 31 (Psalm 22). Hebreeën 4,14-16. 5,7-9


In onze Congregatie (Passionisten) leren wij om het Lijden van Christus in ons hart te overwegen en de herinnering aan dat Lijden te bevorderen [Const. n.6]. Krachtens onze speciale 4e - ofwel allereerste - kloostergelofte is dit onze opdracht in Kerk en wereld. Zonder deze focus hebben wij als Passionisten in feite geen bestaansrecht.

Als nooit tevoren doet het coronavirus ons besffen dat wij àllen kwetsbaar zijn. Van nature heeft de mens echter de neiging om zich juist van het lijden àf te keren, omdat het zo afschuwelijk is. Bovendien confronteert het lijden ons met onze machteloosheid; dikwijls kunnen wij het niet oplossen. We weten niet wat te doen. We zijn sprakeloos. Het lijden uithouden, het samen doorleven kan ons een heel ongemakkelijk gevoel geven.

Eveneens zijn wij geneigd om ons van het lijden af te keren, omdat wij ons beschaamd realiseren dat wij zelf mede-oorzaak zijn van dat lijden, al bedoelen we het niet zo. Zo weten we dat degenen die cocaïne gebruiken, het geweld en het terrorisme in de wereld mede-financieren. Maar evenzo geldt dit voor “gewone dingen”, onze alledaagse boodschappen, kleding, àlles wel. Waar wij geld aan besteden, kan systemen en situaties bevorderen waar heel de schepping ernstig onder gebukt gaat. Foute keuzes houden dit lijden in stand. Zo kan achter een bodemprijs enorm leed schuil gaan. Hier willen we geen onderdeel van zijn. Maar verandering in ons denken en doen kost ons veel. Vandaar de afkeer van dit lijden; het is te confronterend [Js 3,15. Jr 5,28 etc.].

Hetzelfde geldt voor onze visie, onze perceptie en vooroordelen: wat mooi is trekt aan, wat niet mooi is of wat we raar vinden, kan nog een trap na krijgen [Jak 2,1-13]. Maar achter de façade van wat we onaantrekkelijk vinden, woont het leed.

Wij, Passionisten, zijn in beginsel niet anders dan andere mensen, ook niet qua geloven. In de Kerk wordt Jezus wel in één adem “de Gekruisigde en Verrezene” genoemd. Zeker, kruis en verrijzenis horen in ons geloof onlosmakelijk bij elkaar. Tegelijkertijd verdienen beide onze vòlle aandacht. Wie al op Goede Vrijdag “Alleluia” zingt of op Pasen de wonden totaal vergeten is [Joh 20,20a], stapt over het lijden heen, net als degenen voor wie elke dag “een feestje” is. Voor mensen, gediscrimineerd, gemarginaliseerd, onderdrukt en op de vlucht is elke dag ‘goede’ vrijdag [Lk 16,19v]. Gestimuleerd door “onze speciale gelofte”, willen wij ons daarom juist tóékeren naar het lijden en naar degenen die lijden. Het is onze missie. Met hulp van Gods genade doen wij dit ook, als het goed is: als Provincie, als Communiteit en ieder van ons in onze omgang met elkaar en met degenen die wij onderweg ontmoeten.

De Memoria Passionis, de herinnering aan het Lijden van Christus, (1) verbindt ons met Christus Zelf. Zij laat ons groeien, zodat wij steeds meer op Hem gaan lijken: in ons willen en denken, in onze houding, woorden en daden; dienstbare liefde tot het uiterste toe [Joh 13,1. Fil 2,5-8]. In de loop der jaren heb ik zo met name de Zeven Kruiswoorden mogen ontdekken als handleiding op weg naar gelijkvormigheid met Hem [Joh 12,32].

Zo maakt de herinnering aan Christus’ Lijden ons tevens (2) gevoeliger voor hen die vandaag de dag een kruis dragen. In de geest van onze Stichter, de H. Paulus van het Kruis, gaan wij in het gelaat van weggezette en vergeten mensen steeds beter het gelaat van Christus Zelf herkennen [Const. n.72]. Hoezeer wij zelf ook lijden, de herkenning van Christus in onze naasten kan ons niet onberoerd laten [cf. Joh 20,20b].

De herinnering aan het Lijden van Christus maakt ons óók (3) meer bewust van zondige structuren die zinloosheid en onwaarheid, onrecht en onvrede brengen, met alle leed van dien. Vooral de meest kwetsbaren in deze wereld worden zo nog elke dag gekruisigd: gekruisigd in naam van de afgod van het geld, die “de Ekonomie” heet en “Onze Koopkracht” [Mt 6,24]; gekruisigd in naam van de macht en de controle die “Onze Autonomie” en ook wel ten onrechte “Vrijheid” wordt genoemd [Joh 8,34. Rm 6,17]; gekruisigd door al die grote ego’s (c.q. onze trots, onze drang naar waardering) die zich maar niet laten ontwapenen [cf. Mt 4,1-10]. Die zondige structuren zijn niet slechts buiten ons; zij zijn ons eigen geworden.

In de schaduw van het Kruis wordt dit helder en groeien wij in geloof, hoop en liefde, in wijsheid (voorzichtigheid), moed (sterkte), gerechtigheid en gematigdheid.

Passionisten spreken in dit licht over the Crucified One and the crucified ones, “de Gekruisigde en de gekruisigden.” In het verlengde hiervan gebruiken wij tegenwoordig ook de uitdrukking crucified earth, “de gekruisigde aarde” – naar onze medebroeder Thomas Berry cp. Dit heet voortschrijdend inzicht. Tegelijkertijd roepen deze termen ook weerzin op, misschien zelfs bij onszelf.

Want inderdaad, het is een ongemakkelijke identificatie. Wij kunnen er evenwel niet omheen: in onze Constituties (1984) wordt precies deze verbinding gelegd: de echo van Mattheüs 25,31-46 [meteen hierna begint het Lijdensverhaal], de roep van het Kruis:

Wij Passionisten, stellen het Paasmysterie centraal in ons leven.
Dit brengt onvervreemdbaar met zich mee: een liefdevolle toewijding om Jezus de Gekruisigde na te volgen, en: een vastberaden besluit om Zijn Lijden en sterven te verkondigen met geloof en liefde. Zijn Lijden en sterven zijn niet slechts historische gebeurtenissen; zij zijn voortdurend actueel, een realiteit voor mensen in de wereld van vandaag, “gekruisigd” als zij zijn door onrecht, het gebrek aan een diep respect voor het menselijk leven en door een hongerend verlangen naar vrede, waarheid en de volheid van menselijk bestaan.

Onze roeping als Passionisten geeft ons in en zet ons ertoe aan om ons geheel en al vertrouwd te maken met het Lijden van Christus, zowel in de geschiedenis als in de levens van mensen vandaag, want de Passio Christi en het lijden dat Zijn Mystieke Lichaam ondergaat, vormen samen het ene heilsmysterie. Dan mogen we hopen dat we de gelovigen begeleiden naar een groter bewustzijn en een dieper begrip van dit mysterie, en dat we hen brengen tot een hechtere vereniging met God, een grotere zelfkennis en een gevoeliger antwoord op de noden van hun naasten
.” [Const. n.65, vert. uit het Engels, MR]

Dit gebeurt alleen, als wij ons laten raken door het Lijden van Christus en door het lijden van nu en ons laten meenemen in het ene Verhaal van God met de mensen, de heilsgeschiedenis. Moge deze gevaarlijke Herinnering ons bewegen. Moge de Gekruisigde ons hart, onze ogen en oren openen [Jl 2,13. Js 35,5. 50,5]. Dan zullen wij in Zijn Geest met hart en ziel en al onze krachten Zijn weg gaan: door lijden heen, leven ontvangend, leven gevend – omwille van onze missie, omwille van ons welzijn en omwille van ons heil. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal SPE