Wij willen meer!

27e zondag door het jaar, 6 oktober 2019,
evangelie: Lukas 17,5-10
Habakuk 1,2-3. 2,2-4. Psalm 95. 2Timoteüs 1,6-8.13-14


Niks nieuws onder de zon, zo lijkt het. De klacht van de profeet Habakuk, zo’n zes eeuwen vóór Christus, kun je tegenwoordig nog steeds horen: Hoe lang nog moet ik roepen, God; de ellende van verwoesting en geweld gaat maar door! [Hab 1,2v] Allerlei problemen in mijn eigen leven, geweld, discriminatie, vluchtelingen, de klimaatkrisis... God doet toch niks, dus waarom zou ik naar de kerk gaan? Waarom zou ik mij bezighouden met het evangelie?

We zien hoe mensen zich afkeren van God, van het Evangelie, van de Kerk – alsof we dan beter af zouden zijn: vrijblijvend geloven, het kost je niks; jezelf rechtvaardigen omdat je beter weet? Voortaan alleen nog geloven in jezelf? Mensen die opgevoed zijn met angst voor “God Die alles ziet en elke misstap bestraft”, houden het voor gezien. Ze zijn niet alleen teleurgesteld dat God niet ingrijpt als het ‘moet’, maar zijn ook boos dat zij vroeger voor niks zijn bang gemaakt.

Geen angst meer voor God is bevrijdend. Maar wat komt ervoor in de plaats? Angst voor de toekomst, omdat onze vrijheid, welvaart, de natuur en de vrede worden bedreigd? Ook de angst voor wie anders is neemt toe: “zij” hebben een andere cultuur, godsdienst of geaardheid… Wie geen houvast heeft, is extra vatbaar voor allerlei angsten.

Maar “God heeft ons niet een geest geschonken van vreesachtigheid, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid,” schrijft de apostel Paulus ons [2Tm 1,7]. M.a.w., die angst voor God moeten we loslaten. God Zelf moeten wij evenwel niet loslaten. Want wie God loslaat, wordt niet meer gevoed door de kracht, de liefde en de wijsheid die Hij geeft [dus: God doet wèl wat, zogezegd, cf. Joh 3,16v]. En dit is precies wat we momenteel om ons heen zien gebeuren: angstige mensen verliezen hun kracht om het goede te doen; zij projecteren al hun hoop en vertrouwen op een krachtige leider [vs. Ps 146,3]. Door angst verliezen mensen hun liefde, waardoor ze alleen nog met zichzelf bezig zijn; leven wordt voor hen óverleven [vs. Joh 10,10]. En eeuwen oude wijsheid wordt heel gemakkelijk overboord gezet, alsof die waardeloos zou zijn. Maar de doelloosheid van deze vorm van vrijheid nekt ons! [Pr 10,2v]

Welk antwoord kreeg dan die profeet Habakuk, zes eeuwen voor Christus? Een visioen. Een belofte. Wie geloof hecht en geloof blijft hechten aan dat visioen, zal leven: niet pas hierna, nu al! [Hab 2,4]. Wij zijn daar misschien niet zo van onder de indruk, maar in zijn tijd was dit revolutionair. Want Mozes had voor Gods volk 613 geboden ontvangen als leidraad voor het leven. De profeet Habakuk reduceerde ze tot 1: zoek God, vertrouw op Hem, gelóóf en je zult leven [cf. Mt 22,37-40]. Het is wat Jezus zegt als Hij vergeeft en geneest, nieuw leven geeft: “Uw gelóóf heeft u gered” [Lk 7,50. 8,48.50. 17,19. 18,42. Hnd 16,31 etc.]. Geloof in God laat geen ruimte voor angst [Heb 11,27 cf. 1Joh 4,18].

De vraag van Jezus’ leerlingen – dus ook van ons – is daarom niet zo gek: Geef ons meer geloof! [Lk 17,5] Want wij willen léven, zonder angst. Meer nog, leerlingen willen dit leven leren: “leer ons bidden” [Lk 11,1], leer ons gerechtigheid (hoe geven we wat God toekomt en wat mensen toekomt [Lk 20,21-25]), leer ons vergeven [Mt 18,21]; leer ons geloof, hoop en liefde!

Jezus’ leerlingen vragen om meer geloof. De vraag om méér geloof, duidt erop dat wij al geloof hebben – het is misschien maar zo klein als een mosterdzaadje, maar we hèbben al het geloof gekregen dat we nodig hebben. Echter, gebruiken we die gave van het geloof ook om goed samen te leven (met God en met elkaar) en hierin te groeien? [cf. Lk 13,19]

Want daar gaat het om bij Jezus’ beeld van die moerbeiboom: die is diepgeworteld en lijkt dus volkomen onverplaatsbaar, onveranderlijk – zoals onze ingesleten gewoontes, onze vastgeroeste manier van denken, onze onverschillige, zelfzuchtige en negatieve houding, onze angsten die ons in bedwang houden. Zeg tegen díé moerbeiboom: “Plant u in zee” [Lk 17,6], in de eindeloze zee – haar grenzen kunnen wij niet zien. Die zee is daarom het beeld van de eindeloze goedheid van God. Laat uw leven dáárin geworteld zijn!

Dat ‘kleine beetje’ geloof dat wij van Godswege gekregen hebben, is groot genoeg voor een verandering qua houding, gedachten, woorden en daden. En, zoals Paulus schrijft aan Timoteüs: de Heilige Geest Die in ons woont, helpt ons hier nog bij [2Tm 1,14]. “Plant u in zee!”

Maar wat dan, tot slot van het evangelie? Als jullie dan dagelijks in elkaar [Mt 25,40] en aan Mijn tafel (Eucharistie) Mij hebben gediend, zoals jullie opgedragen is [cf. Mk 12,28-34], verwacht dan geen beloning. Zegt veeleer: “wij zijn slechts nutteloze (!) knechten; we hebben alleen maar onze plicht gedaan”? [Lk 17,10] Daarmee maakt Jezus precies duidelijk waar het bij geloof om gaat. Geloofsvertrouwen voert ons wèg van het denken in termen van nut: “Wat heb ik eraan; wat levert het mij op?” Wij, mensen, delen in Gods overvloed, niet omdat wij er recht op hebben of het zouden verdienen, maar omdat Hij ons onvoorwaardelijk liefheeft!

Door dit inzicht groeit ons geloofsvertrouwen. En zo vinden wij een geluk dat niet te koop is: zonder angst voor de toekomst, omdat die in Gods hand is; zonder angst om naar een medemens toe te gaan, elkaar te ontmoeten, te helpen en te dienen; zonder angst om tot de Heer Zelf te naderen, want Hij is groter dan ons hart en weet toch alles al [Heb 4,16. 1Joh 3,20].

Geef ons meer geloof! Mogen wij door het samen vieren van deze Eucharistie groeien in geloofsvertrouwen. Dan kunnen wij zonder enige angst de weg gaan die Jezus ons voorgaat – omwille van ons welzijn en omwille van ons heil. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciale Overste van de Passionisten in Nederland