Heel creatief

25e zondag door het jaar, 22 september 2019, begin van de Vredesweek
evangelie: Lukas 16,1-13
Amos 8,4-7. Psalm 113. 1Timotheüs 2,1-8


Ik denk niet dat iemand nog echt te choqueren is met woorden van een profeet van acht eeuwen voor Christus. En ook niet zo gauw door profeten van onze tijd, trouwens. De onheilsprofeten van het klimaat brengen wel hordes mensen op de been, maar wordt aan hun oproep wel echt gehoor gegeven. Profeten die oproepen tot vrede en dialoog worden dagelijks overstemd door wapengekletter en aanslagen. En we hebben meer oog voor de gevolgen van de vluchtelingenkrisis dan voor de oorzaken ervan en voor de vluchtelingen zelf. Ergens dringt het bij ons wel door dat er structureel iets niet klopt in de manier waarop we met medemensen en met de schepping omgaan… Maar wat kan ìk eraan doen?

In het evangelie wordt onze taak op aarde vergeleken met die van een rentmeester. Een rentmeester is de beheerder van andermans goederen. De aarde en al wat erop is, ìs niet van ons [Ps 24,1]. Dat klinkt ráár. De Noordpool smelt en de omringende landen maken ruzie van wie de Noordpool is. Het regenwoud staat in brand, maar daar hoeft niemand zich mee te bemoeien, want het is zogenaamd een zaak van Brazilië, van de president daar. Dat vinden we normaal: het is van mij of het is van jou.

Vanuit een gelovige visie zijn wij echter rentmeesters: Nix is van ons, echt helemaal niks; zelfs niet ons eigen leven, aldus Paulus [Rm 14,7v]! Wij zijn geroepen en worden door God in staat gesteld om met ons verstand, onze goede wil en onze krachten dat wat aan ons toevertrouwd is, goed te beheren: om elkaar lief te hebben en zo de aarde te vervullen [Gn 1,28. Mt 22,34-38]. Zo dienen wij God [Lk 16,3].

Desalniettemin, zoals de rentmeester in het evangelie verkwisten ook wij in meerdere opzichten wat ons is toevertrouwd. Want zo voorzichtig gaan we over het algemeen toch niet om met de natuur, met elkaar en met onszelf.

De profeet Amos dreigt [in het vervolg, Am 8,8] de mensen die zichzelf verrijken ten koste van anderen, met aardbevingen en overstromingen. En ook al zien wij natuurrampen niet meer als directe straffen van God, er blijkt wel degelijk een verband te zijn tussen de klimaatsverandering, hoe wij met de natuur omgaan en hoe wij met elkaar omgaan: gaan wij barmhartig de slachtoffers helpen en er structureel iets aan doen of doen we dit koelbloedig niet? Blijkbaar is de wereld zo geschapen, dat alles en iedereen met elkaar samenhangt. Zo heeft zelfs ons kopen van bloemen en groenten invloed op het welzijn van mensen in Ethiopië... De wereld bevat een overvloed; van alles is er in feite genoeg. In de beeldspraak van het evangelie: God, de Eigenaar, is schatrijk [Lk 16,1]. Zolang wij echter, als onrechtvaardige rentmeesters, tijd en middelen verkwisten en vooral met onszelf bezig zijn – we willen “genieten” – komen velen toch tekort. Zo ontstaat onvrede: ver weg, maar ook bij onszelf.

Maar gelukkig: niets is zo veranderlijk als een mens! De rentmeester in het verhaal ondergaat een totále verandering. Jezus prijst hem. Want de middelen die hij tot z’n beschikking heeft, gebruikt hij voortaan om op een creatieve manier de schade te herstellen en vriendschappen te sluiten.

Dàt is het patroon dat ons vandaag, aan het begin van de Vredesweek, van Godswege wordt aangereikt. De onrechtvaardige mammon [Lk 16,10], de afgod van het geld, gebruikt hij niet om een veilige buffer voor zichzelf te creëren, maar om de schulden van z’n medemensen te verminderen en hij maakt er vrienden mee; kortom, gerechtigheid en vrede [Bar 5,4]. “Creatief met geld” blijkt de weg naar een duurzame vrede te zijn.

Volgens Jezus zijn mensen van goede wil niet creatief genoeg. Of het nu gaat om terroristen, criminelen of wie alleen maar bezorgd zijn om hun eigen portemonnee: degenen die kwaad willen zijn dikwijls veel gewiekster dan de kinderen van het licht [Lk 16,8].

Welke middelen heb je tot je beschikking om vrede en rechtvaardigheid te bevorderen, op je werk, op school, in je familie, in je woonplaats, in Nederland, in de wereld? Wij zijn geen eigenaars, maar rentmeesters. Aan òns heeft de Eeuwige veel toevertrouwd! Wat doen we met dit inzicht? Wat doen we met alles wat ons ter beschikking staat?

In het verhaal komt die onrechtvaardige rentmeester niet zomaar, uit zichzelf, zijn medemensen tegemoet. Pas wanneer we tegen onze grenzen aanlopen, gebeurt er iets in ons: de grenzen van ons kunnen en ons lijden, de grenzen van ons succes en de grenzen die onze gezondheid en leeftijd met zich meebrengen. Als de grenzen van onze tolerantie en respect overschreden worden, als we waarnemen dat mensen op de vlucht behandeld worden als beesten, gebeurt het dat er een omslag in ons plaatsvindt in ons voelen, in ons denken en in ons gedrag: een ommekeer.

Wanneer we hier samen Eucharistie vieren, raken we ook aan een grens. Het Evangelie en de sacramenten zijn immers aan ons als Kerk geven om ze te beheren, niet als bezit; wij hebben er geen controle over. Rakend aan die grens kan het zijn dat we ons met een schok realiseren dat we de vrede die we hadden kunnen stichten, met alles wat ons is toevertrouwd, niet ècht hebben nagestreefd. Door die schok kan een inzicht beginnen te groeien, zoals bij die rentmeester in het verhaal: met de middelen die mij ter beschikking staan, kan ik veel goed-maken en opnieuw helpen opbouwen.

Oneerlijke, afgedwongen vrede houdt geen stand [cf. 1Tm 2,7]. Maar als wij creatief met elkaar en met de ons toevertrouwde middelen omgaan, kan het mes aan twee kanten snijden: anderen en wijzelf worden er beter van, nu al en hierna [Lk 16,9b].

Vrienden maken met de middelen die voorhanden zijn [Lk 16,9], betrouwbaar [Lk 16,11v] en barmhartig, zonder verborgen agenda [1Tm 2,4-7]; oprecht en creatief zijn in alles [Lk 16,10], dàt is de weg die leidt tot welzijn en heil voor onszelf en voor àllen met wie we samenleven [cf. 1Tm 2,4]. Moge zo een duurzame vrede zich verspreiden in ons hart en in heel de wereld. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland