"En de goede herder is... Maria!" [uiteindelijke versie, bijgewerkt 21 september 2019]

24e zondag door het jaar, 15 september 2019
evangelie: Lukas 15,1-32
Exodus 32,7-14. Psalm 51. 1Timotheus 1,12-17

Het was tijdens mijn noviciaat. In de Ochtendmis ging Pater Ernest voor, een heilig man met een grote Mariadevotie. Hij preekte over de goede herder, n.a.v. het evangelie dat wij zojuist lazen: rustig, zoals hij was; eenvoudig, niet echt opzienbarend. Maar toen kwam het: “En onze goede herder is…” – “Jezus,” vermoedden wij uiteraard – “Maria,” zei hij! We brùlden het uit van het lachen! Wij kwamen niet meer bij, zogezegd. De pater bleef vriendelijk, maar was wel verbaasd; “waarom lachen ze zo?”

Nu was Pater Ernest geen groot theoloog. En ik vermoed dat zijn vroomheid hier een beetje de overhand had gekregen. Toch zit er wel iets in. Want veel eigenschappen van Jezus hebben wij in de loop van de tijd gelovig aan Maria toegeschreven – direct ofwel in een afgeleide vorm. [Het is geen toeval dat Maria als Moeder van de Zeven Smarten herdacht wordt op de dag na het Feest van de Kruisverheffing, 14 september.] In het evangelie leren wij Jezus kennen als de Goede Herder. Jezus vertelt de parabel van de Goede Herder en van de Goede Vader met twee zonen aan de Farizeeën en Schriftgeleerden die zondaars veroordeelden i.p.v. hen te tegemoet te komen en te omarmen. In heel Zijn optreden zien wij hoe Jezus mensen die niet helemaal of helemaal niet in het ideale plaatje passen, opzoekt, ziet en hoort, opneemt en geneest van al hun wonden [cf. 1Tm 1,15] – zèlfs als die wonden veroorzaakt zijn door eigen schuld; hóé het schaap verdwaald is, doet er in het verhaal c.q. in de ogen van de Heer niet toe. En de verloren zoon, die heel wat te verwijten valt, wordt niet vastgepind op zijn eerdere dwalingen. Hij heeft spijt [cf. Ps 51], vertrouwt op de goedheid van Zijn Vader, wil naar huis en dat is voldoende!

Als 15 september niet op een zondag valt, gedenkt de Kerk dan Maria als Moeder van Smarten ofwel als de Bedroefde Maagd. Voor ons, Passionisten, is dit zelfs een Feestdag. Het gaat om Maria als degene die lijdt vanwege haar zoon. Een moeder is van nature onlosmakelijk verbonden met haar kind. Zij wil het goede, het beste voor haar kind en is zo betrokken, dat wat hem overkomt, haar diep treft: als haar aangekondigd wordt dat Hij op Zijn levensweg veel verzet zal stuiten [Lk 2,24v], als zij met Hem moet vluchten (naar Egypte) omdat mensen Hem willen doden [Mt 2,13-15] en als Hij zoek raakt [Lk 2,42-50], als zij ziet hoe Hij lijdt [Kruiswegstatie 4] en sterft als een misdadiger [Lk 23,49. Joh 19,25], als zij zijn dode lichaam omarmt [cf. de piëta] en Hem voor het laatst uit handen moet geven bij Zijn graf [Lk 23,55]. Steeds is het als een messteek in haar hart. Aan het kruis zegt Jezus tegen Zijn leerling en beste vriend dat hij Maria voortaan moet beschouwen als zijn moeder: door genade een onlosmakelijke band. Maria als moeder van al Jezus’ leerlingen en vrienden [cf. Joh 15,15], Moeder van ons allen.

Hierom wordt Maria wel afgebeeld met zeven zwaarden/dolken in haar hart [cf. Lk 2,35]; zij is begaan met haar Kind, met al haar kinderen die te lijden hebben. In dezelfde geest wordt zij afgebeeld als een zorgzame moeder met een mantel waaronder mensen kunnen schuilen, veilig zijn. Dat is geen vroom gedoe van katholieken; dat is oprecht geloof en Bijbelse spiritualiteit!

Mensen lijken op hun Schepper [Gn 1,26]. Kinderen lijken van nature op hun ouders. Zo lijkt door Gods genade Maria op haar Zoon. Maria voelt voor veel mensen dichterbij dan Jezus; Degene die waarlijk mens is maar óók de Zoon van God, lijkt te hoogverheven. Maria is “in ieder geval” mens zoals wij. Bovendien is moederliefde zo belangrijk in een mensen-leven, dat menigeen spontaan in haar de warmte herkent, die de werking is van Gods liefde. Dus, Maria lijkt inderdaad veel op de Goede Herder en op de Barmhartige Vader.

Het is goed om te zien dat mensen in allerlei fasen van hun leven die band met Maria als betrokken Moeder steeds weer ontdekken, beleven en willen versterken: om dankbaarheid te uiten, om hulp en kracht te zoeken en wijsheid, hoop en vertrouwen. Ook al is de kerk-betrokkenheid laag, Mariakapellen blijven populair en we branden een kaarsje bij Maria op vakantie of ook thuis.

Nu gaat het in ons geloof echter nooit alleen maar over personen: Maria of enig ander schepsel moet geen idool worden die ons afhoudt van God. Zij is geen alternatief voor de Barmhartige Vader, maar samen met ons en voor ons richt zij zich tot Hem. Zij neemt niet de plaats in van de Goede Herder [zij ìs niet de Goede Herder]; zij wijst ons veeleer op Jezus [cf. Joh 2,5]. En zo is zij de Moeder die Hoop geeft [cf. Sir 24,24: 9 juli] - zoals wij bidden in het Wees Gegroet: “De Heer is met u.”

Daarom zien wij in Maria als eerste gelovige met ons [Lk 1,38] en Moeder van Smarten voor ons een voorbeeld van- en voor heel de Kerk [cf. Gaudium et Spes n.22, Lumen Gentium nn.52-64]: een Kerk – de Geloofsgemeenschap van leiders plus alle gelovigen samen – die net zoals Maria ten diepste begaan is met haar kinderen en vooral met de verloren lopende schapen, met haar verloren zonen en dochters [cf. Mk 6,34]; begáán, d.w.z.: diep getroffen als door een zwaard in het hart. Als je begaan bent en geraakt wordt, kom je in beweging [cf. Lk 15,4], help je en bied je bescherming zoals je kunt.

Zo kunnen we ons rustig en veilig voelen: wij zoeken en als we verdwalen, al is het nog zo ver [cf. het Volk van God in Ex 32,7-11 en Paulus vóór zijn bekering, in 1Tm 1,12], wòrden we gevonden. De verloren zoon blijft altijd van harte welkom thuis; hij wordt omhelsd en er wordt gevierd, zoals wij hier samen dankbaar Eucharistie vieren: “Déélt in mijn vreugde!” [Lk 15,6.9.32]

Toch blijft er iets verontrustends: Jezus vertelt de parabels van het verloren schaap en de verloren zoon aan wetgetrouwe gelovigen. Zij klaagden erover dat Jezus te ruimhartig was voor “zondaars”. Ja, aanvankelijk herkennen wij ons misschien in de jongste verloren zoon, maar misschien lijken wij bij nader inzien wel opvallend veel op die oudste zoon [Lk 15,25-32]. Hij loopt evengoed verloren…

Mogen wij door samen Eucharistie te vieren blijven groeien in gelijkenis met de Barmhartige Vader, met de Goede Herder èn met de Moeder van Smarten - omwille ons welzijn en omwille van ons heil. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland van de B.M., C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland