Doelgericht

14e zondag door het jaar, zondag 7 juli 2019
evangelie: Lukas 10,1-12.17-20
Jesaja 66,10-14. Psalm 66. Galaten 6,14-18


Nog een paar dagen en dan ontvangt mijn nichtje haar diploma van het VMBO. En dan begint de vakantie echt. Ze gaat niet backpacken in Australië – daar is ze ook te jong voor en sowieso is zij meer van het samen-met-vriendinnen, gelukkig. De wijze waarop wij er op vakantie of bij wijze van sabbatperiode of na pensionering op uit trekken, zegt iets over hoe wij onze levensweg afleggen. Grosso modo, ofwel het is een contrast: het leven gaat z’n gangetje, maar dàn gaan we iets heel bijzonders of avontuurlijks doen. Ofwel het ligt in de lijn van het alledaagse leven: we gaan samen met partner en/of vrienden en zoals altijd vermaken wij ons wel.

In die zin is het evangelie van vandaag een mooie spiegel voor ons. De leerlingen worden op reis gestuurd. Het is geen vakantietripje. Maar mij valt wel op hoe bepakt en bezakt wij op reis zijn en hoe de leerlingen van Jezus op pad gaan zònder iets mee te nemen.

Is het niet zo in ons hele leven? Wat slepen we toch een ballast met ons mee! Iedereen die wel eens verhuisd is of -heeft, herinnert zich vast hoeveel spullen er dan tevoorschijn komen. Het kan zelfs enige schaamte oproepen. “Had ik dat ook nog?!” In het licht van het evangelie en van het feit dat wereldwijd zovelen tekort komen qua kleding, voedsel, een dak boven het hoofd, lijkt het mij niet overbodig om onze materiële gerichtheid eens kritisch tegen het licht te houden.

Het evangelie van vandaag gaat echter nog wat verder. Laten we ons leven eens spiegelen aan het verhaal dat we zojuist lazen, als een bewustwording.

Jezus zendt Zijn leerlingen uit. Daar blijf ik al bij haken: ons leven als een quaestie van gezonden zijn. We komen ergens vandaan en we gaan ergens heen. Deze notie bepáált hoe wij in het leven staan en door het leven gaan. Het leven zien als een toevallige, eenzame backpacktocht door een woestijn op zoek naar onszelf en we doen maar wat om zo leuk mogelijk te overleven? [cf. Rm 14,7v] Een doelloos leven wordt al gauw zinloos. Luxe, drugs, verre reizen kunnen ons daar echt niet van genezen. Ons krampachtig vasthouden aan wat we hebben? [cf. Lk 18,13-34] We gaan van hoogtepunt naar hoogtepunt en daar gaat het om?

Door het evangelie van vandaag realiseren wij ons dat heel ons bestaan een reis is met een oorsprong en een doel. Zo bezien wordt alles wat wij doen en alles wat wij ondergaan een puzzelstukje in dat verhaal, een stap op die weg. Zo heeft iedereen een eigen reisverslag en hoewel wij, gelovigen en zoekers, allen in dezelfde richting gaan, onze wegen zijn niet alle precies hetzelfde.

Het is Jezus Christus Zelf Die ons zendt: Hij is de oorsprong van de zending, maar zoals wij lazen, óók het doel. Alle leerlingen keren – behouden – weer terug tot Hem: dan is onze missie voltooid en wij zijn er nota bene zelf nog door verrijkt: niet alleen door wat wij hebben gedaan en gegeven, maar evenzeer door wat wij terugkregen! Wie echter alles al heeft en vol is van zichzelf, kàn niets meer ontvangen.

De wereld wordt in de Bijbel niet afgeschilderd als een woestijn [Js 45,18 enz.]. Er staat een grote oogst zelfs! Minder aantrekkelijk is het dat wij als schapen onder de wolven gezonden worden. De wolf is terug op de Veluwe – het is geen sprookje – maar ook mensen kunnen elkaar verslinden. Is het dan niet overdreven om niets mee te nemen voor onderweg dan het strikt noodzakelijke? – en dit is minder dan we in eerste instantie zouden denken! De enige zekerheid die we hebben is dat wij door Hem zijn toegerust en gezonden. Laten we eerlijk zijn, als ik met een Jaguar hier aan zou komen en zou verkondigen dat onze rijkdom als drijfzand is [cf. Mt 7,24-27], komt de boodschap niet geloofwaardig over. Kortom, rijkdom is geen bescherming, maar verzwakt juist onze zending!

Zijn leerlingen krijgen de instructie om Zijn komst aan te kondigen en om dit te doen met woorden en met daden, kortweg: wens de mensen vrede toe en genees de zieken en gewonden. Wij zijn dus niet vanuit onszelf goed aan het doen totdat we erbij neervallen. Het goede dat wij onderweg doen, is steeds een verwijzing; onze woorden en daden moeten aanwijzen dat Christus onder ons aanwezig komt. Dit maakt ons ook wel iets meer ontspannen, “relaxed”; als het niet lukt, als wij geen gehoor vinden, is dat geen reden om moedeloos te worden of woedend [cf. Lk 9,52-56], wel om het stof van ons af te schudden en verder te gaan. Wij zijn immers niet aan het voltooien; het heil hangt niet af van ons!

Opmerkelijk vind ik het daarom dat de leerlingen twee-aan-twee uitgezonden worden [cf. Pr 4,7-12]. Dat geeft zeker ook met het oog op onze priesters tegenwoordig wel te denken. Want als kloosterling woon ik met medebroeders in een communiteit en ooit woonden er ook op de pastorie hier een pastoor met meerdere kapelaans. Maar in het licht van Jezus’ zending vraag ik mij hardop af of het wel zo’n goed idee is om pastores met een missie nu te verplichten om alleen door het leven te gaan. Is dat werkelijk wat de Heer van al onze diocesane priesters vraagt?

Nog zo’n verontrustend contrast: Laat bij binnenkomst het eerste woord “Vrede!” zijn. Maar wat is het eerste woord dat gesproken wordt, als wij bij elkaar binnenkomen, bijv. via een Facebookpagina? Gisteren bekeek ik op Youtube een filmpje van een vriend. De reacties – van mensen die hem onbekend zijn – hadden weinig met vrede te maken.
Maar ook op een andere manier, bijv. via de reclame: de kleurrijke, vrolijke advertenties die langs allerlei kanalen ons huis binnenkomen, brengen geen vrede, maar onvrede: “U mist iets en wel ons product.” Onze samenleving draait op zulke onvrede: Steeds méér willen, altijd groeien, vermeerdert de onvrede die onszelf en heel de schepping uitput.

Als Zijn leerlingen zijn wij allen met gaven en talenten toegerust [Ps 66,7a] en gezonden om dáád-werkelijk te verkondigen dat het Rijk Gods gekomen is [2Kor 6,2]. Kijkend in de spiegel die de Heer ons vandaag voorhoudt, realiseren wij ons of wij hierop antwoorden en doelgericht leven of nog niet. Bidden wij daarom dat wij door het vieren van deze Eucharistie herkenbaar zijn als arbeiders voor de oogst: trouw, met wijsheid, liefde, geloof en hoop: omwille van een wereld waarin Zijn heerlijkheid verder doorbreekt [cf. Mt 13,33], en omwille van onszelf. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland