Kannie waar zijn

Hoogfeest van de Heilige Drie-Eenheid, zondag 16 juni 2019
evangelie: Johannes 16,12-15
Spreuken 8,22-31. Psalm 8. Romeinen 5,1-5


De waarheid. Poeh, daar deinzen we in eerste instantie toch een beetje voor terug: dè waarheid, dat klinkt zo absoluut. We worden overspoeld met nepnieuws, terwijl wat feitelijk juist is, bestempeld wordt als onwaar. De groten der aarde verdraaien bewust feiten of zij worden misleid – met alle gevolgen van dien. En misschien creëren we soms zelf onze eigen waarheid, omdat de werkelijkheid nu eenmaal niet altijd goed uitkomt of te pijnlijk is.

De waarheid, zegt Jezus ons vandaag, is niet gemakkelijk om te (ver)dragen [Joh 16,13]. Wat waar is, is soms schokkend en soms totaal anders dan je had verwacht. Dit gold in Jezus’ tijd in ieder geval voor Diens lijden en sterven en de betekenis ervan voor ons. Moslims zeggen nog steeds: dat kannie waar zijn, dat God toe zou laten dat degene die gezonden is, sterft als een misdadiger aan het kruis. En: het kannie waar zijn dat juist die kruisiging dè openbaring is van wie God is, Gods macht en Gods wijsheid [1Kor 1,18-25]. Het kannie waar zijn dat de Ene God Vader, Zoon en Heilige Geest zou zijn.

De waarheid is niet gemakkelijk te dragen. Daarom krijgen wij van Godswege hulp toegezegd: de Heilige Geest. Kortom, God Zelf helpt ons om de waarheid onder ogen te zien en te accepteren. Als Kerk, als geloofsgemeenschap, zijn wij in antwoord hierop altijd zeer bezorgd geweest om de waarheid: in de theologie, filosofie, in de ethiek (over goed en kwaad) [cf. encycliek Veritatis Splendor, 1993].

De Geest helpt ons om met onze geloofsmysteriën om te gaan als mysterie; de werkelijkheid van God is voor ons niet te doorgronden, met ons verstand. Ons geloof – een gave van de Geest – helpt ons evenwel om te leven met- en vanuit datgene wat we niet begrijpen maar wel de bron is voor ons leven [Joh 4,13-34]. De Geest beweegt ons naar elkaar toe, evenzo beweegt de Geest ons naar God toe.

Tevens helpt de Geest ons om de feiten onder ogen te zien. Want ook wat wij wèl met ons verstand kunnen doorgronden is soms maar moeilijk te (ver)dragen, zeker als die werkelijkheid veel minder mooi is dan we verlangen. We kunnen ervoor weglopen, het ontkennen. Want: het komt niet zo goed uit, “ik weet niet hoe ik hiermee om moet gaan”, “ik kan er niks mee”.

Menselijk onvermogen is een realiteit. De apostel Paulus gaat wel op een heel bijzondere manier om met Zijn eigen onvermogen: hij onderstréépt zijn eigen zwakheid voortdurend, ook vandaag weer in de Tweede lezing. Hij rechtvaardigt zichzelf niet, maar hij wòrdt gerechtvaardigd. De innerlijke vrede in een leven met God is geen eigen verdienste, maar wordt ons gegéven: genade heet dat. Mogen we dan nergens trots op zijn? Ja, op de hoop die wij hebben op het eeuwige geluk. Inderdaad, ook die hoop is uiteindelijk weer geschonken, maar het is aan ons om hierop te antwoorden en vanuit die hoop te leven.

Lastiger is het meestal om om te gaan met het onvermogen van anderen en vooral als je door hen teleurgesteld of pijn gedaan bent. Zo kun je van binnenuit volledig geblokkeerd worden. Dan schrijf je de ander af; je kùnt niet anders. Of toch wel? Want in heel Zijn optreden laat Jezus zien dat hoe wij met elkaar omgaan niet zozeer een quaestie is van jij-en-ik; altijd is onze relatie met God daarbij in het spel. Als Petrus vraagt aan Jezus hoe vaak hij zijn broeder moet vergeven, antwoordt Jezus niet alleen dat hij dit moet doen totdat hij de tel kwijt is, maar Jezus plaatst het relationele probleem van Petrus en zijn broeder in het licht van onze relatie met God [Mt 18,21-35]. D.w.z., ons onvermogen om goed om te gaan met elkaar staat in geen verhouding tot ons onvermogen om goed om te gaan met God. Zelfs t.o.v. elkaar kunnen wij onszelf niet rechtvaardigen; onze eigen – nou ja ‘eigen’, onze gekrégen hoop op het goede van Godswege beweegt ons om ons in ons onvermogen te laten bewegen tot de vergevingsgezindheid die ook wij zelf nodig hebben.

Op de zondag van de Drie-Eenheid trekken wij na Kerstmis, Pasen en Pinksteren de conclusie: God is voor ons, met ons en in ons [cf. Joh 14,17]. Het is daarom dat we op dit Feest steeds Bijbelteksten lezen over God Die ons zozeer liefheeft, dat Hij ons rakelings nabij komt en met ons het leven deelt en bij ons blijft, om ons te redden. Onszelf redden kunnen wij niet [Ps 49,8v. Js 45,21]; Napoleon, Hitler, Stalin, Pol Pot e.a. hebben het al eens geprobeerd.

De waarheid over God èn over ons mens zijn moet ons daarom niet afschrikken, maar juist aantrekken, ook al is zij voor ons alleen niet of maar moeilijk te verdragen [cf. Joh 8,32.45]. De grootste waarheid is N.B. God Die liefde is Zelf en alles en iedereen die in overeenstemming is met Hem, is waarachtig [Joh 17,17]. Gods goede Geest beweegt ons daarom om recht te doen aan mensen als mens en barmhartig te zijn, zoals wij dit in ons eigen vermogen alleen niet kunnen [Joh 15,5].

Is dit niet bovenmenselijk, slechts weggelegd voor de engelen en een paar heiligen? Ja, wel als God onbereikbaar en hoog in de hemel was gebleven. Maar dat geloven wij niet; met Kerstmis en Pasen hebben wij juist gevierd dat God uit liefde als mens met ons geleefd heeft tot het uiterste toe [Joh 3,16. 13,1]. “Het was Mij een genot om bij de mensen te zijn” [Spr 8,31]. In het [menselijke] leven en sterven van Jezus Christus hebben wij de Wijsheid en de goedheid van God leren kennen [Joh 1,17], op een manier die wij kunnen navolgen [Joh 21,19: "Volg Mij"]. En daarbij worden wij dan ook nog eens door de Eeuwige Zelf geholpen, geïnspireerd (zoals we vierden met Pinksteren) [Joh 16,13].

“Kannie waar zijn”? Is het teveel? Gaat het te ver? Gaat Gòd te ver? Telkens als wij een kruis slaan belijden wij dat God voor ons is en in ons is en met ons is. Om te leven met dit mysterie, om in ons onvermogen waarachtig samen te kunnen leven, vieren we Eucharistie [cf. Rm 9,1]: in Brood en Wijn wordt het goede van God voor ons tastbaar concreet. Hij laat ons hierin delen, en niet omdat wij het zouden verdienen! [genade: Rm 5,1-5] Mogen wij door deelname aan deze Eucharistie dankbaar groeien in de Wijsheid zoals wij die in Jezus Christus leerden kennen en geïnspireerd worden om barmhartig anderen tot hun recht te laten komen – omwille van ons welzijn en omwille van ons heil. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland