Heimwee

Hemelvaartsdag, donderdag 30 mei 2019
evangelie: Lukas 24,46-53
Handelingen 1,1-11. Psalm 47. Hebreeën 9,24-28. 10,19-23


Nu ben ik veel van huis, maar eerlijk gezegd heb ik dan nooit heimwee. Waar ik ’s nachts mijn hoofd neerleg, daar is voor mij thuis. Maar als we met de Wereld Jongeren Dagen ver van huis waren, waren er altijd wel een paar jongeren met heimwee. Zo merkte ik: heimwee is een enorme kracht, niet te stuiten, zo sterk!

Jezus had bepaald geen heimwee naar Nazareth. Aan het begin van Zijn optreden komt Hij er een keer op bezoek, maar heel goede herinneringen heeft Hij er niet aan overgehouden [Lk 4,14-30]. Eerder, als 12-jarige, raakte Hij in Jeruzalem zoek. Terwijl Jozef en Maria naar huis gingen [Lk 2,43], bleef Hij in de tempel. Toen zij Hem “op de derde dag” in de tempel vonden, vond Hij het vanzelfsprekend dat Hij in het huis van Zijn Vader was [Lk 2,46.48v].

Jezus’ hemelvaart wordt in de Bijbel gezien als een thuiskomen. Hij Die van de Vader was uitgegaan, keert nu naar Hem terug [Joh 20,17]. Je kunt je afvragen hoe die hemelvaart dan precies gegaan is en hoe Hij werd ontvangen [cf. Ps 47]. Bijbeluitleggers, kunstenaars en vele anderen blijven misschien naar de hemel staren, de engelen in de Eerste lezing richten onze ogen echter niet op de hemel zelf. Die blijft onttrokken aan onze ogen [Hnd 1,9].

Jezus’ hemelvaart is niet zomaar een feit, “fijn voor Hem”, nee; zij heeft ook betekenis voor òns [cf. Heb 9,24]. Daarom vieren we die hemelvaart uitbundig, als een zondag: “Zijn hemelvaart stelde de poorten van de hemel voor altijd open” [pref.zon. I]; “Waarheen Hij ons is voorgegaan, zullen wij eenmaal volgen” [pref.hemelvaart I, cf. Heb 10,20]. In het Evangelie stelt Jezus ons in het vooruitzicht dat wij eens met Hem verenigd zullen zijn in het Vaderhuis [Joh 14,2v]. Dus ook voor ons zal het zijn als thuiskomen, in de zin van: aankomen bij onze bestemming.

Kunnen wij dan ook heimwee hebben naar dat thuis, naar het hemelse Vaderhuis? Want ja, het is dan wel thuis, maar we zijn er nooit geweest, tenminste niet bewust. Jezus vertelt ons wel over dat thuis, maar alleen door te zeggen hoe het niet is [bijv. Lk 20,35v] of Hij gebruikt beelden en vergelijkingen [“Het Koninkrijk der hemelen gelijkt op…”].

Toch zou ik juist daarom het diepste verlangen van iedere mens benoemen als heimwee. Want wat verlangen wij, mensen, ten diepste? Eindeloos genieten van het goede, zonder enige angst, vrede zonder zorgen, liefde om te ontvangen en te geven, overvloed zonder gebrek, geluk zonder pijn en verdriet voorgoed [cf. canon V: Gij hebt ons bestemd voor het geluk]. Het zijn precies de kenmerken die genoemd worden door Mozes [Ex 3,17], de Psalmen [Ps 112,3], de profeten [Js 25,6-9], Jezus [Lk 13,29v. 23,43] en ook de apostelen Paulus en Johannes [1Kor 15. Ap 21,1-5] als het gaat om het beloofde land, de hemel, het paradijs.

Volgens hun eigen zeggen zijn de meeste mensen en zelfs veel gelovigen niet zo bezig met de hemel. Maar ondertussen is het verlangen naar het goede leven “en wel in overvloed” [Joh 10,10] wèll hun drijfveer. In het licht van het Feest van vandaag zou ik dit heimwee willen noemen: een enorme kracht om te leven, om te overleven, niet te stuiten, zo sterk!.

Op aarde gaan we dit niet ten volle bereiken. Totdat Hij komt [Joh 14,3. Hnd 1,11. 1Tm 6,15. Heb 9,28] leven wij van geloof, hoop en liefde [cf. Heb 10,23]. Door deze gaven van de Heilige Geest [als onderpand: 2Kor 5,5] vinden wij elkaar onderweg. En Hij komt ons tegemoet, soms onverwachts [cf. Lk 24,15v. Joh 21,4], dan weer volgens Zijn belofte, als wij in Zijn Naam het Brood breken. Moge daarom deze ervaring van heimwee ons blijven begeleiden op weg naar Huis. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland