Geen slap verhaal

2e Paasdag / Maandag in het Octaaf van Pasen
evangelie: Lukas 24,13-35 ("de Emmaüsgangers")
Handelingen 2,14.22-32. Psalm 16
(canon XIIb “Jezus, onze weg”)

Ter voorbereiding op de Wereld Jongeren Dagen was ik in het klooster van Santo Domingo de Silos, Noord-Spanje (ja, die bekend zijn van de cd’s met Gregoriaanse muziek). In de kloostergang is o.a. een voorstelling in steen uitgehouwen van de Emmaüsgangers, het verhaal dat we zojuist lazen. Het schijnt de oudste uitbeelding van dit beroemde verhaal te zijn, uit de 11e eeuw. De jongeren die in augustus 2011 meegegaan zijn met de reis van het bisdom Rotterdam, hebben het gaan zien.

Dat verhaal van de Emmaüsgangers is in het Lukasevangelie hèt geloofsverhaal van Pasen. Na Zijn dood en verrijzenis mogen we weten dat Jezus met ons, Zijn leerlingen, is: terwijl we in verbondenheid met elkaar onderweg zijn [cf. Mt 18,20] en als we in Zijn Naam het Brood breken [Lk 24,31].

Die twee leerlingen waren op weg, op weg naar Emmaüs. D.w.z. dat ze de verkéérde kant op gingen! Ze hadden namelijk. in Jeruzalem moeten blijven, om daar de gave van de Heilige Geest af te wachten [cf. Hnd 1,4]. Het is dus geen romantisch verhaal over een mooie voettocht van Jeruzalem naar Emmaüs waarop twee leerlingen Jezus ontmoetten, maar over twee leerlingen die er niet meer in geloofden. Zij geloofden niet meer dat wat Jezus begonnen was, door zou gaan en goed zou komen [Lk 24,17-24]. Zij spráken onderweg niet alleen over hun teleurstel-lingen, zij hadden zich ook dáádwerkelijk afgekeerd van de andere leerlingen en hen verlaten.

Jezus neemt het initiatief [cf. Joh 15,16], trekt met hen mee en gaat met hen in gesprek. Als je je realiseert dat die leerlingen de verkeerde kant op gaan, is het opmerkelijk dat Jezus niet meteen zegt: “Wacht eens even; jullie gaan de verkeerde kant op!” Nee, Jezus gaat met hen méé, de verkeerde kant op. En niet even, maar de uren lang, totdat de dag voorbij is [Lk 24,29]. Aan het einde van de dag heeft Hij nòg niet gezegd: “Jullie moeten omkeren!” Hij heeft Zich eerst verdiept in hun verhaal, hun gevoelens en gedachten. De monnik in het klooster van Santo Domingo de Silos legde uit hoe dat in de kloostergang was uitgebeeld d.m.v. de voeten: de voeten van de leerlingen stonden één richting op en Jezus’ linkervoet wijst in dezelfde richting.

Jezus’ rechtervoet staat echter 90º gedraaid, gericht naar de kijker die voor de afbeelding staat. Die houding is dus in feite erg ongemakkelijk. Maar de kunstenaar heeft zo uitgedrukt dat Jezus onderweg niet zomaar meeging met de dwalenden; Jezus ging met hen mee om uit te leggen waar het in het leven en lijden van de Christus om gaat: de vervulling van Gods belofte aan ons [Lk 24,25-27]. De weg naar het leven en geluk zonder einde gaat dóór lijden en dood heen. Door deze uitleg brengt Jezus in de leerlingen opnieuw het gelovige vertrouwen naar boven. Dit is het begin van hun terugkeer naar Jeruzalem. Vandaar dus Jezus’ gedraaide voet. Deze beweging wordt voltooid wanneer Hij het Brood breekt en zij de vreemdeling herkennen als Jezus. Onmiddellijk keren zij om en gaan de goede richting op [Lk 24,33]. En zij getuigen vol vuur aan de andere leerlingen wat zij hebben beleefd [Lk 24,35].

Zij getuigen ervan: in woorden èn in daden, namelijk door meteen terug te keren, door het nachtelijke duister heen, en niet te wachten tot de volgende ochtend (“mañana” = “ach, morgen is er weer een dag”).

Jezus’ optreden in het evangelieverhaal geeft ons te denken: Hij leeft Zich in in de ander; eerst luisteren, aandachtig en niet maar eventjes, maar tot het eind van de dag! En als Jezus dan uitlegt, verwijt Hij hun dat ze traag van begrip zijn, maar verder horen wij geen enkele beschuldiging, geen aanval. Interessant. De confrontatie is niet op de man gespeeld, maar is gericht op de inhoud: het mysterie van Gods plan met Zijn mensen. Jezus richt onze aandacht op datgene waar het om draait: leven, lijden, sterven en verrijzen [cf. Ps 16].

Wij, Nederlanders, zijn meer van de harde confrontatie: zeggen waar het op staat; geen slap verhaal; recht voor z’n raap. “Daarvoor hoef je je toch niet in te leven in de ander? De waarheid is immers duidelijk, toch?” Hard tegen hard tekent de huidige samenleving.

De methode – methode betekent “de weg waarlangs” – de methode van Jezus, onderweg zijn mèt de ander, ook als je zeker weet dat diegene de verkeerde kant opgaat, neemt veel meer tijd in beslag, vraagt aandacht, maar is tenslotte wel veel effectiever. Op weg naar Emmaüs vindt een ware dialoog plaats; de dialoog als hèt middel om waarachtig te getuigen.

In de meeste afbeeldingen van de Emmaüsgangers loopt Jezus tussen de twee leerlingen in. In dat 11e-eeuwse sculptuur in dat Noordspaanse klooster gaat Jezus echter voorop – de verkeerde kant uit, dus! Zo raakt Hij Zijn leerlingen niet kwijt en zo raken zij Hem niet kwijt; zij gaan voort in Zijn voetspoor. Jezus toont Zich waarlijk een pelgrim met de pelgrims; Jezus draagt daarom de afbeelding van een jakobsschelp (symbool van de pelgrims op weg naar Santiago de Compostella) op Zijn reistas. De Zoon van God is één van ons en trekt met ons mee, terwijl Hij met ons in gesprek blijft.

Het is een prachtig beeld voor ons als Kerk, als geloofsgemeenschap. Want ook wij zijn pelgrims, onderweg naar onze Vaderstad. Zoals de leerlingen in het evangelie worden ook wij de wereld in gezonden om te getuigen van de verrijzenis [Lk 24,35]: hier in het breken van het Brood, en in onze houding, woorden en daden en d.m.v. de richting waarin wij ons begeven. Jezus leert ons vandaag hoe wij het beste hiervan kunnen getuigen, wanneer wij mensen tegenkomen die de weg kwijt zijn – en vandaag de dag zijn dat er zeer velen.

Moge het zo zijn dat ook wij Hem nu herkennen bij het breken van het Brood. Dan zullen ook wij in de kracht van de Heilige Geest en met hernieuwd geloof en enthousiasme met Hem de goede kant op kunnen gaan, en anderen meenemen op die weg – omwille van ons welzijn en omwille van ons heil. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciale Overste van de Passionisten in Nederland