Op de Matthäus Passion volgt Pasen

Hoogfeest van Pasen / Eerste Paasdag, 21 april 2019
evangelie: Johannes 20,1-9
Handelingen 10,34a.37-43. Psalm 118. 1Korinthiërs 5,6b-8


De uitvoeringen van de Matthäus Passion liggen weer achter ons. Hoewel… her en der worden vandaag tòch nog uitvoeringen gegeven. ‘We kunnen er geen genoeg van krijgen.’ Niet van Bachs Paasoratorium; dat wordt bijna nergens uitgevoerd. U kent het Paasoratorium van Bach misschien niet eens… [Het bestaat echt: BWV 249.] Het is muzikaal gezien dan ook niet zo indrukwekkend als “de Matthäus”. Blijkbaar had Bach niet zoveel inspiratie bij het componeren over de Verrijzenis.

Bij andere componisten is dat ook zo: zij leefden zich uit in het Lijdensverhaal, in het Stabat Mater of de klaagzangen van Jeremia. Maar de Paasjubelzangen die erop volgden zijn nooit zo populair geworden als het ingetogen Gregoriaans – behalve dan het het Halluluiah van Händel natuurlijk [maar dat wordt meestal juist rond Kerstmis uitgevoerd. N.B. ook Händels Paasoratorium La Resurrezione heeft niet de grandeur van de Passiemuziek].

In het algemeen is het zo: Goede Vrijdag krijgt in onze traditie meer aandacht dan Pasen. Kerstmis blijft de geboorte van Jezus, Goede Vrijdag Zijn Lijden en sterven, maar Zijn verrijzenis uit de dood… Dan met Pasen liever een soort lentefeest [met Lammetjesdag en Nationale Zaaidag etc.]; daar kunnen we ons tenminste nog iets bij voorstellen.

Die verlegenheid met de kern van ons geloof, de verrijzenis van Jezus uit de dood, is níét iets van de laatste tijd. Door de geboorte van een kind en door het lijden van mensen kunnen wij diep geraakt worden; we zien het, maken het mee van dichtbij of via tv en internet. Maar opstaan uit de dood was en is onvoorstelbaar. Toen de vrouwen terugkwamen van het lege graf geloofden de apostelen hen daarom eerst ook niet: ze vonden het maar “onzin!” [Lk 24,11] Maar ook daarna gaat geloven niet vanzelf; Pasen betekent namelijk niet het einde van al het lijden en kwaad en ook niet het einde van onze angst en onzekerheid…

Tegelijkertijd heeft Pasen, Jezus’ opstanding uit de dood àlles nieuw gemaakt. Zo kunnen wij Goede Vrijdag alleen maar Góéde Vrijdag noemen, omdat wij weten dat na Zijn Lijden en sterven de Verrijzenis uit de dood komt. Daarmee is het lijden zelf niet goed geworden, maar het lijden – ook ons lijden – is voortaan niet meer uitzichtloos. Als de dood het einde zou zijn “en dat is het dan”, was elk lijden ellendig. Of je nu rijk bent of arm, de dood is immers onvermijdelijk.

Wij gedenken Goede Vrijdag, om het lijden van vandaag de dag serieus te nemen en om te zien hoe Jezus Zelf ermee omging en om de rol van God, de goede Vader, erin te ontdekken.

Nu draai ik al heel wat jaren mee in het pastoraat. Mij valt het op dat juist mensen die zeggen dat ze niet echt kunnen geloven in de opstanding na de dood, een levende hoop hebben dat het met de dood niet eindigt. Ik herken in die voorzichtige hoop dezelfde houding als die van de vrouwen die ’s morgens vroeg naar het graf gaan met balsem [Lk 24,1]. Dat doe je niet als je zeker weet dat je het graf niet in kunt; er ligt een grote steen voor en er zijn soldaten om het graf te bewaken. Dat zegt je verstand. Maar tegelijkertijd is er een stem, een gevoel, een beweging die zegt dat de dood niet het einde is. Bij het graf aangekomen blijkt juist dat onvoorstelbare wáár.

Wij zijn gewend aan bewijzen: onderzoeksjournalistiek, het heropenen van “cold cases”, DNA-onderzoek – maar uiteindelijk blijkt het voor een mens niet genoeg; er is een drang in ons die sterker is en verder gaat. Ons geloof is niet slechts een persoonlijke overtuiging, maar een gedeeld basisvertrouwen. Van ongeletterde vrouwen en vissers uit Galilea tot en met geleerden van deze tijd – Pasen begrijpen wij niet, maar wij geloven het wèl! Het geeft ons de kracht om door ons lijden heen te gaan – met anderen en met Degene Die ons voorgegaan is [cf. Ps 118 etc.]. Jezus noemen we “de eerste uit de doden” [in een lied cf. Hnd 26,23], de eerste, d.w.z. na Hem volgen er meer. En: wij zijn “kinderen van God”; een goede Vader en Moeder die de Almachtige is, laat Zijn/Haar kinderen niet achter in de dood [Js 49,15. 1Joh 3,1]. Enzovoort.

Het mooie van de Paasverhalen vind ik dat het steeds weer gaat om ontmoeting: bij het graf, als de leerlingen samen zijn, als zij onderweg zijn [zelfs al is het de verkeerde kant op, naar Emmaüs bijvoorbeeld], als het brood wordt gebroken. Dáár gebeurt het [Ps 133]: niet koelbloedig met meetinstrumenten of met berekeningen, maar waar mensen bijeenkomen, dankbaar hun geloof, hoop en liefde delen en doen zoals Hij doet: met brood en wijn, de herinnering levend houden en in het leven van alledag begaan zijn met elkaar. Dáár laat Hij Zich kennen (als de Levende Die mèt ons is)!

Matthäus Passion en al het lijden in ons eigen bestaan en in de wereld: we ervaren het, we nemen het waar en nemen het serieus. Maar ik hoop en bid dat het vieren van Pasen de richting geeft aan onze roeping en vreugde geeft aan heel ons bestaan: door ons geloof, in hoop en met de liefde die alles overwint. Dat wij samen leven nu en hierna: door Hem en met Hem en in Hem. Zalig Pasen! Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciale Overste van de Passionisten in Nederland