Tot het uiterste toe

Witte Donderdag, 18 april 2019
evangelie: Johannes 13,1-17
Exodus 12,1-14. Psalm 96. 1Korinthiërs 11,23-26

“Ik heb jullie het voorbeeld gegeven: doe zoals Ik voor jullie heb gedaan” [Joh 13,15]. Zo eenvoudig kan de boodschap van het evangelie zijn: “Kom, volg Mij” [Mk 1,17. Joh 21,19].

Maar wat betekent deze oproep in het licht van de voetwassing tijdens het Laatste Avondmaal? In een tijd waarin veel mensen de Kerk verlaten hebben, zijn wij misschien geneigd om ons vast te klampen aan wat “nog” zeker lijkt: de kerkelijke leer of tenminste de letter van de Bijbel. Echter, als wij onze gewoonten en onze traditie absoluut maken, zullen zij hun betekenis verliezen. In veranderende omstandigheden moeten wij steeds weer op zoek gaan naar een accurate invulling van de navolging van Christus; anders wordt het pure imitatie of zelfs fundamentalisme.

In menige kerk wast vanavond de voorganger in de geloofsgemeenschap vrijwilligers en andere parochianen de voeten, symbolisch. Toen in Jezus' tijd iedereen op sandalen liep, werden voeten ongemerkt vies: gewoon van het lopen over straat. Als het niet regende, was het stof, en als het wel regende, was het modder. Onvermijdelijk. Wie slaven had, liet zijn voeten door hen schoon maken, want het was vies werk.

We kunnen dit imiteren: wij gaan ook elkaars voeten wassen, “zoals Jezus deed.” Maar in tegenstelling tot Zijn symbolische daad, refereert het wassen van de voeten bij ons dus niet meer aan een dagelijkse praktijk. Het wassen van de voeten kan daardoor iets vervreemdends worden, zelfs als je dit symbool goed uitlegt.

Bij navolging stellen wij ons de vraag: Wat betekent Jezus’ daad; waar lijkt het op in onze tijd? Wij krijgen van het dagelijkse leven misschien geen vieze voeten meer, maar wel vuile handen. Bijvoorbeeld als we chocola eten. Ik bedoel niet dat de chocola smelt in je handen, maar dat “nog steeds” een groot deel van onze cacao geproduceerd wordt door mensen en met name kinderen die als slaven op plantages moeten werken. Hetzelfde geldt voor diamanten en mobiele telefoons; de grondstoffen worden onder erbarmelijke omstandigheden gewonnen door groepen die elkaar ervoor afslachten. Daarom spreken we van “bloeddiamanten”. En: we willen er niet teveel over nadenken, maar elk mobieltje is met bloed doordrenkt... Onze maatschappij is evenwel zo ingericht, dat je een mobiele telefoon nodig hebt. Op een ander niveau krijgen we vuile handen als we reizen. “Vliegschaamte” voelt misschien onaangenaam als wij een vliegvakantie boeken, maar dat schuldgevoel is wel terecht. Want zowel het winnen van olie als het gebruik van kerosine, (benzine en diesel) brengt enorme schade toe aan het milieu, aan de schepping. En aan de alternatieven van aardgas uit Groningen, biobrandstof èn elektrisch reizen kleven weer andere nadelen. Zelfs als we het OV gebruiken, houden we onze handen niet helemaal schoon. En: geld brengen we naar de bank. Maar wat financiert de bank ermee? En zo kunnen we nog wel even doorgaan.

Kortom, in Jezus’ tijd werden de voeten van de mensen vies gewoon, door op straat te lopen. Zo maken wij nu vuile handen, onbedoeld, zelfs als wij geen vliegvakantie boeken, minder vlees eten, fair-tradeproducten gebruiken en ook verder bewust willen leven.

Iemand zei pas op TV dat hij het katholieke geloof vaarwel had gezegd, omdat we in elke viering om vergeving bidden. “Ik heb toch niks verkeerds gedaan?” Gelach in het publiek, u kunt het zich wel voorstellen. Maar in ieder geval maken wij dus ook ongemerkt vuile handen. De man in dat televisieprogramma waste zijn eigen handen in onschuld. Ironisch genoeg lijkt hij daarmee op Pilatus – een pijnlijke constatering. “Ik heb hier geen schuld aan” [Ps 26,6. Mt 27,24]. “Ik doe toch niks verkeerd?”

Als je je handen niet helemaal schoon kunt houden en ze zelf niet schoon kunt wassen, wat dan te doen? In ieder geval kun je God vragen of Hij je handen schoon wast [cf. Ps 51,9-12. Mk 14,36a]. Vraag erom in persoonlijk gebed, aan het begin van een viering, en als het iets heel ernstigs is, in het sacrament van boete en verzoening [cf. Lk 15,7. 1Joh 3,20]. En vraag om meer bewustzijn, wijsheid en inzicht, zodat je handen niet onnodig vuil worden. Zoals we in de Eerste lezing immers al lazen, is God Degene Die Zijn volk de vrijheid geeft, ware vrijheid.

Het kwade proberen te vermijden is echter niet voldoende; bij navolging van Christus hoort ook actief het goede doen voor je naaste: dienstbaarheid. Barmhartigheid triomfeert over het oordeel” [Jak 2,13], zegt Jakobus. M.a.w., wij maken ons aan kleine en grote dingen schuldig, maar voor wie van harte het goede doen voor medemensen, worden zonden uitgewist, worden hun handen schoongewassen. Wij maken wel vuile handen, maar met diezelfde handen doen we ook het goede. Door de handen uit de mouwen te steken, slijt het vuil van onze handen.

Zo wordt de priester bij elke Eucharistieviering de handen gewassen. En dadelijk zal ik enige mensen uit deze parochie die heel de geloofsgemeenschap representeren, in diezelfde geest in Christus’ naam de handen wassen. Telkens wanneer we samen Eucharistie vieren, brengen we in herinnering dat Hij onder ons is als Degene Die bedient [Lk 22,27]. Als een dienaar die het vuil van ons afwast, is Jezus Christus Zelf steeds weer onder ons aanwezig. En Hij maakt ons tot dienaren van elkaar: iets voor elkaar over hebben, elkaar de hand reiken, elkaar ver-geven.

Hoe ver wij daarin moeten gaan? Wel, we lazen net in het evangelie: Jezus heeft zelfs Judas nog gediend, ofschoon Hij wist wat Judas van plan was [Joh 13,11]. Dus, in Zijn voetspoor: “tot het uiterste toe” [Joh 13,1].

“Doet dit tot Mijn gedachtenis” [1Kor 11,24b.25b]. Dat geeft te denken vanavond en ook na Goede Vrijdag en Pasen, hoop ik [1Kor 11,27]. Gelukkig ben je als je dit begrijpt en er ook naar leeft [Joh 13,17]. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland