De moslims hebben het beter begrepen (maar christenen trekken de juiste conclusie)

2e zondag van de Vastentijd / 40-dagentijd, 17 maart 2019
evangelie: Lukas 9,28b-36
Genesis 15,5-12.17-18. Psalm 27. Filippenzen 3,17-4,1


De moslims hebben het beter begrepen dan veel christenen, zou je kunnen zeggen. Dan heb ik het over de kruisiging van Jezus. Voor Mohammed was de kruisdood van de profeet Isa, Jezus voor ons, totáál onaanvaardbaar. Want hoe zou de almachtige en goede God het kunnen laten gebeuren dat zo’n grote profeet als een misdadiger ter dood zou worden gebracht? Dat zou toch een grof schandaal zijn? Onvoorstelbaar! Daarom zou, volgens de Koran, God hem van het kruis hebben gered; in plaats van Jezus zou een engel gekruisigd zijn.

Wanneer wij, christenen, horen spreken over “het schandaal van het Kruis” vinden we het al gauw te vreemd en overdreven vroom klinken. Want wij zijn zo gewend aan het kruis – met of zonder Jezus – dat we nauwelijks nog opmerken dat het in de huiskamer aan de muur hangt of aan een kettinkje om onze hals. Menige popzanger pronkt ermee. Ik vraag mij af wat dat kruis voor hen betekent. Een kruisbeeld boven je bed kan je een veilig gevoel geven (mij in ieder geval wel). De Matthäus Passion en de Passion nu ook in Ahoy zijn indrukwekkend. Maar het schandalige ervan is er zo wel van af.

Wat is er zo schandalig aan de kruisiging van Jezus? Wel, om te beginnen: dat God het niet heeft tegengehouden. Wij verlangen naar gerechtigheid, dat het goede overwint, dat goede mensen worden beloond en kwade worden gestraft. In dat plaatje past niet dat degene die door God gezonden wordt, door kwaadwillende mensen ter dood wordt gebracht. Op het moment suprême is God afwezig, zwak en grijpt niet in?

Schandalig is eveneens wat de mensen Hem aandoen: het moedwillig ombrengen van iemand die de goedheid zelve is. Had God de mens niet zeer goed gemaakt? [Gn 1,31]. We zien al jaren de verschrikkingen van IS. We zien terroristische aanslagen in het Midden-Oosten, op Utoya en in Parijs, Orlando en nu weer in Nieuw-Zealand. Het zijn relatief willekeurige slachtoffers; ze behoren tot de ‘verkeerde’ groep: (respectievelijk) christenen, socialisten, Westerlingen, homo’s, moslims. Zulke moorden zijn al onmenselijk. De gerichte moord op een rechtvaardige bij uitstek is dan een nog dieper dieptepunt van onmenselijkheid.

Te schandalig is het daarom in de ogen van moslims dat de op één na grootste profeet op een vernederende wijze zou worden gedood. Dat gaat er bij hen gewoon niet in. Voor de eerste christenen was dit ook een worsteling. Alle vier de evangeliën, de brieven van Paulus, Jakobus, Petrus en Johannes zijn alle bedoeld om het feit en de betekenissen van de kruisdood van Jezus te zien in het licht van het heilsplan van God [“Gij hebt ons bestemd voor het geluk in Jezus Uw Zoon, onze Heer,” canon VI]. Zij doen dit niet door de Kruisiging te ontkennen (zoals moslims dat zes eeuwen later doen), maar om de Kruisdood èn de Verrijzenis te ontdekken als dè uitdrukking van het mysterie van Gods liefde voor de mens tot het uiterste toe [Joh 3,14-17. 13,1 etc.]. Jezus was immers niet de op één na grootste profeet en ook niet de grootste; Jezus was de Zoon van God, Christus, de Heer, Gods rechterhand, Die Is En Blijven Zal, de Messias, de Verlosser [canon VI], kortom: Degene Die werd verwacht door Mozes, Elia en alle profeten vóór Hem [Lk 9,30], de vervulling van al onze verlangens: “Luistert naar Hem!” [Lk 9,35]

Het evangelieverhaal van vandaag helpt ons om beter te begrijpen wie Jezus is en zo wat de Kruisiging voor ons betekent èn wat heel Jezus’ leven voor ons betekent. Want door de verheerlijking op de berg zien wij Jezus voortaan in een ander licht [Lk 9,29.35 cf. Ps 27].

Hoe verleidelijk is het om Jezus slechts te zien zoals wij Hem kunnen begrijpen: een wijsheidsleraar, een voorbeeld, een heel grote profeet of inderdaad de grootste van hen. Wie alleen zo naar Jezus kijkt, kan nog steeds in Hem geloven, maar heeft de Allerhoogste wel tot één van de velen gemaakt: een zeer bijzonder mens, de meest bijzondere, maar toch één van de velen.

Op de berg wordt Jezus in het licht van God gesteld; het is bovennatuurlijk, bovenmenselijk [cf. Mk 9,3. Mt 17,2]. De Stem uit de hemel, God, zegt erbij: “Deze is de Zoon van Mij, de Uitgekozene; luistert naar Hem” [Lk 9,35]. Jezus is niet “een zoon van Mij” zoals God wel profeten en heel Zijn volk heeft aangewezen als Zijn zonen en dochters. Jezus is ook niet kortweg “Mijn Zoon”, maar “dè Zoon van Mij”. Hij is uniek: dè Geliefde [cf. Mt 17,5. Mk 9,7].

Noch Petrus noch Jakobus noch Johannes spreken over deze ervaring met hun mede-leerlingen. Net als wij hebben zij er geen woorden voor. Na deze ervaring begrijpen zij nog steeds niet Wie Jezus is. En wij, na de Verrijzenis, herkennen wij Hem wel: als een profeet te midden van de andere profeten, zoals moslims? De ene profeet verdringt dan de andere profeet. Is Hij inwisselbaar voor iemand die het beter zou weten? Of is Hij uniek in onze ogen, de Enige, Die boven alles staat, de Maatstaf, voor als wij zelf keuzes moeten maken? Herkennen wij Hem als Degene Die Gods daden verricht als geen ander? “Wie Mij ziet, ziet de Vader”? [Joh 12,45 cf. 5,19] Herkennen wij Hem als Degene Die Gods woorden spreekt als geen ander: “luistert naar Hem”? [Lk 9,35]

De verheerlijking op de berg Tabor gaat niet alleen over Jezus’ lijden, sterven en verrijzen, maar over heel Zijn leven, Zijn betekenis voor ons: de weg die Hij is [Joh 14,6], de weg die Hij wijst, de weg die Hij gaat, met ons. Herkennen wij die weg als dè weg van ons heil of alleen als een optie?

Juist nu mensen op allerlei niveaus teleurstellen, juist nu niets meer zeker lijkt, kunnen wij meer dan ooit Jezus herontdekken als God-met-ons [Mt 1,23]; Hij licht op in de duisternis van ons bestaan. Alles wat Hij voor ons en voor heel de schepping doet, alles wat Hij tot ons zegt, heeft eeuwigheidswaarde. Dóór Hem wordt het heil van Godswege tastbaar concreet.

Het Kruis wordt een nog grotere schande dan het al was. Tegelijkertijd krijgt het Verhaal van Jezus’ leven en sterven voor ons een nieuwe glans: zó breekt Gods goedheid door in deze wereld, in ons eigen leven. En in dàt licht kunnen wij beter onderscheiden waar het op aankomt in ons bestaan. Aan Hem kunnen wij ons vasthouden. In tegenstelling tot anderen verkondigt Hij niet “een mening”, een optie, maar Hij is, spreekt èn doet Gods Woord, dat leven geeft, zelfs over de dood heen.

Mogen wij door het vieren van deze Eucharistie Hem voortaan nog beter herkennen als Gods aanwezigheid in ons midden. Dan kunnen wij harte blijven luisteren naar Hem en ons aan Hem toevertrouwen: in deze Vastentijd en heel ons leven. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland