Ik voel me vrij (maar ben het misschien toch niet helemaal)


1e zondag van de Veertigdagentijd / Vastentijd, 10 maart 2019
evangelie: Lukas 4,1-13
Deuteronomium 26,4-10. Psalm 91. Romeinen 10,8-13

Aan het begin van de Veertigdagentijd lezen we steevast over de beproevingen van Jezus in de woestijn. Als je het verhaal kent of meent te kennen, vind je het zo heel spannend niet meer; Jezus doorstaat de beproeving glansrijk. Tegen Hem kan de duivel, de Beproever, natuurlijk niet op!

Maar dit verhaal krijgt wel zeker meer betekenis, als wij die woestijn herkennen in ons eigen leven: het kan een krisis zijn, waarin je zoekt naar richting en keuzes moet maken. Als je ziek wordt of werkeloos of anderen je de vrijheid ontnemen, worden je keuzes beperkt en daarbij vertroebeld door emoties van verdriet, angst, boosheid, vertwijfeling. We zien dat een krisis mensen kwetsbaar maakt. We zien dat er jongeren èn ouderen zijn die zich dan afsluiten voor hun omgeving, tot een verslaving vervallen en misdaad ligt zelfs op de loer.

De woestijn kan ook neutraler zijn, zoals in het evangelie: afstand nemen van alles, om je beter te kunnen oriënteren: Waar ga ik voor? Welke weg legt God voor mij open? De woestijn als de plek waar je je terugtrekt, om zonder de dagelijkse afleidingen je opnieuw te oriënteren.

Maar ook als wij niet in een krisis verkeren en wat afstand hebben genomen van het alledaagse, zijn we nog niet per se vrij van verleidingen. Integendeel, ze dringen zich juist dan meer dan ooit aan je op. “Er moet wel brood op de plank komen,” kan alle creativiteit in ons zoeken doodslaan. Je bezorgdheid om je goede naam, wat andere mensen van je denken, kan maken dat je toch maar je mond houdt en meehobbelt met de massa. En de drang om te doen wat je zelf wilt – het klinkt normaal, iedereen wil vrij zijn, toch? Maar wie alleen maar aan zichzelf denkt, heeft zichzelf tot het Doel, tot God gemaakt.

Waar gaat het dan mis? Vanuit ons geloof zeggen wij dat het misgaat in ons denken over vrijheid. U kent het wel van de tekenfilms: de hoofdpersoon moet een keuze maken. Op zijn rechterschouder zit een engeltje en op zijn linkerschouder een duiveltje. Elk fluisteren zij hun goede raad respectievelijk kwade plannen in. Het is alsof de hoofdpersoon vrij kan kiezen naar welke kant hij zijn oor laat hangen. Maar in werkelijkheid is het niet zo simpel.

Wij leven in een super vrij land, gelukkig. Toch zijn veel minder vrij dan we zouden willen, ook in het maken van keuzes. Wij leven immers allen in een bestaande situatie, die ons geen absolute vrijheid geeft: we leven met onze lichamelijke en verstandelijke beperkingen, met onze verantwoordelijkheid voor anderen en verwachtingen van anderen. De situatie waarin wij verkeren ontneemt ons de vrije blik: wij hebben geen overzicht, als een helikopter zwevend boven alles. Nee, wij staan midden in het leven, wij zitten er midden in. Ons denken en voelen zijn grotendeels bepaald door onze cultuur en door wat wij hebben meegemaakt. Het kan niet anders, maar dit vertroebelt dus wel ons zicht.

Zelfs op ons geweten kunnen wij ons niet geheel verlaten. Denk maar aan de apostel Paulus: naar eer en geweten vervolgde hij christenen en liet hen ter dood brengen. Hij meende daarmee God te dienen. Na zijn bekering realiseerde hij zich dat hij zo precies het kwade had gedaan! Ons geweten is immers gevormd door onze opvoeding en cultuur en is gewoon een deel van onszelf, niet iets tegenover onszelf.

We lezen er misschien overheen, maar Jezus gaat de woestijn in nadat Hij gedoopt is, “vervuld van de Heilige Geest” [Lk 3,21v. 4,1v]. Dat is niet zomaar een inleidend zinnetje. Dit is cruciaal voor de wijze waarop Jezus omgaat met de verleidingen die op Hem afkomen. Vervuld van de Heilige Geest is Hij, dàt maakt het verschil! Ons kan het verbazen dat Jezus zo gemakkelijk de verleidingen van de duivel ter zijde legt. Maar voor Hem zijn deze helemaal geen verleidingen meer. Hij is vervuld van de Heilige Geest. Hij is zo vol van het goede, dat er geen plaats meer is voor het kwade; “vol = vol.” Jezus’ mens zijn is van Godswege tot vol-tooiing gebracht.

Laten wij ons realiseren dat ook wij gedoopt zijn! De Geest van God woont in ons. Hij beweegt ons: niet van buitenaf, als een engeltje op onze schouder, maar van binnenuit. Verleidingen worden niet overwonnen door meer en duidelijkere regels en opgelegde sancties. Wij overwinnen verleidingen door, zoals Jezus, mee te bewegen met de Geest van God en het goede te gaan dóén, met overgave – en niet omdat het nou eenmaal moet. Hoe vaker wij van harte het goede doen, des te vanzelfsprekender het wordt. We hoeven er a.h.w. niet eens meer over na te denken; het wordt een gerichtheid, een houding en daarom ligt het voor de hand. Het gaat (bijna) vanzelf.

Zolang wij onszelf centraal blijven stellen – onze overlevingsdrang, onze geldingsdrang en ons “genieten” – blijft de strijd tegen verleidingen. Als onze eerste zorg ons “ik” is, blijven de verleidingen komen waartegen wij moeten vechten. Zelfs het goede kunnen we doen met het doel er zelf beter van te worden. Dan blijf“ik” de focus.

Wie echter beseft dat wij in ons goede willen, denken en doen meebewegen met de Geest van God, zal daarin een ongekende vrijheid kunnen ervaren: zonder innerlijke dwang of druk van buitenaf om open te zijn en eerlijk, vriendelijk, vrijgevig en behulpzaam, liefdevol, solidair en barmhartig – niet omdat wij zo goed zijn, maar omdat Hij ons in staat stelt om met Hem mee te werken.

Om ons steeds beter te realiseren wat leven in vrijheid voor ons inhoudt, brengen wij ons telkens weer het verhaal van Jezus in herinnering: Hij leefde waarlijk vrij met de mensen en met God. Om de vrijheid die Hem eigen was, zelf steeds beter te ervaren, willen wij ons blijven verbinden met de Geest waar Hij vol van was.

Dit kunnen wij niet individueel; ondanks alle goede bedoelingen blijken de verleidingen te groot. Daarom brengt de Geest van God mensen die in Zijn Naam gedoopt zijn hier samen: in verbondenheid met Hem en met elkaar laat Hij ons met Woord en Sacrament vieren dat wij vrij zijn, zolang wij niet leven van brood alleen, zolang wij God alleen aanbidden en dienen (gebed en naastenliefde) en Hem niet op de proef stellen [Lk 4,3-12].

Moge deze Vastentijd voor ons zo’n woestijnervaring worden waardoor wij gesterkt worden in ons verlangen om vrij om te leven en keuzes te maken zoals Hij – omwille van ons welzijn en omwille van ons heil. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland