Misericordes sicut Pater [= Weest barmhartig zoals de Vader]

7e zondag, 24 februari 2019
evangelie: Lukas 6,27-38
1Samuël 26,2-23. Psalm 103. 1Korinthiërs 15,45-49


Door het jaar heen gaan we stap voor stap door het Evangelie volgens een leesrooster. Het is niet zo dat wij een Bijbeltekst uitkiezen bij de gebeurtenissen van vandaag, maar andersom: wij laten de Schrift een licht werpen op de huidige gebeurtenissen. Soms is dit bijzonder toepasselijk, zoals afgelopen vrijdag toen wij een gedeelte lazen uit de eerste brief van Petrus, waar hij aangeeft dat een goede herder in de Kerk iemand moet zijn met een toegewijd hart die het goede voorbeeld geeft [1Pe 5,2v].

Ook de lezingen van vandaag geven met het oog op de bijzondere synode in Rome te denken: Weest barmhartig zoals God de Vader barmhartig is [Lk 6,36]. Barmhartig wil zeggen dat je geráákt wordt door het leed van een ander [je krijgt een erbarmelijk hart] en je vervolgens inzet om dat leed weg te nemen, zonder iets terug te verwachten, zonder bijbedoelingen – denk maar aan de Barmhartige Samaritaan [Lk 10,25-37]. Barmhartigheid is onvoorwaardelijk: het goede willen en doen voor de ander die het minder goed gaat dan jou, zelfs als diegene het zogezegd niet verdient [Rm 5,8].

Je bent dankbaar als iemand barmhartig voor je is. Maar er komt steeds minder ruimte voor barmhartigheid in onze samenleving. We vinden het blijkbaar veel gemakkelijker om hard te zijn, te schelden, te oordelen en te veroordelen dan om begaan te zijn met elkaar. Het is zelfs zo erg, dat Slachtofferhulp deze week opriep om op de sociale media nefaste commentaren bij ongelukken en calamiteiten achterwege te laten, omdat die zo kwetsend zijn. “Behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden” [Lk 6,31]? We worden niet meer geraakt door het leed van anderen, maar doen er nog een schepje bovenop!? De houding van barmhartigheid is ver te zoeken.

Meer nog, mensen die wel barmhartig zijn, roepen weerstand op. Bijvoorbeeld [1] rond Michelle Martin, de ex-vrouw van Marc Dutroux en “de meest gehate vrouw van België”. Zij kon nergens meer heen. Uiteindelijk besloten de Zusters in Thorn in 2011 haar op te nemen: niet omdat ze dit had verdiend, maar uit barmhartigheid. Dit kwam de zusters op uitingen van enorme verontwaardiging en haat te staan. In 2013 en in 2016 moest Martin om diezelfde reden naar een ander klooster uitwijken.
[2]
Met Oud-en-Nieuw verleent ambulancepersoneel aan gewonde mensen hulp, of het nu hun eigen schuld is of niet. Dit is een door de samenleving georganiseerde vorm van barmhartigheid. Deze hulpverleners worden soms echter met grote agressie bejegend.
[3]
Vrijwilligerswerk voor ouderen of een goed doel. In plaats van waardering krijgen deze vrijwilligers wel te horen: “Je bent gek dat je dat doet; daar kun je geld voor vragen, hoor.” De houding van barmhartigheid is ver te zoeken.

Barmhartigheid geldt echter óók voor de andere kant, jegens degenen die het kwade doen en hebben gedaan. “Heb uw vijanden lief” [Lk 6,27 cf. Rm 12,19. Heb 10,30]. Dat is nog veel moeilijker. Op de televisie worden misdadigers al gauw afgebrand. Dat ziet er stoer uit; zo geef je aan: “Ik sta aan de goede kant.” “Zero tolerance” betekent in de geest van Christus echter niet: degene die fout zit, moet kapot, dood. Ook naar daders toe is de houding van barmhartigheid ver te zoeken.

“Weest barmhartig zoals jullie hemelse Vader” [Lk 6,36]. Wat betekent dit dan? “Zo ver als het Oosten van het Westen vandaan is, zo ver van ons af werpt Hij al onze zonden” [Ps 103,12]. En tegelijkertijd doet deze God recht aan de verdrukten [Ps 103,6]. Want het kwade moet wel stoppen; dat hóórt bij barmhartigheid! Barmhartigheid van Godswege is niet “soft”.

De Eerste lezing laat goed zien hoe die barmhartigheid van God er uitziet. Saul is de koning van Gods volk. Hij is rechtmatig koning, door God gezalfd [1S 26,9], maar hij heeft er een enorme puinhoop [“een cleruszooi”] van gemaakt: hij was meer bezorgd om zijn eigen positie dan om de mensen voor wie hij koning was. Hij maakte zijn eigen naam groot, was jaloers en maakte misbruik van zijn macht. Het volk van God ging hier ernstig onder gebukt.

David is van Godswege geroepen en gezonden om rechtvaardig èn barmhartig te zijn. Saul moet weg als koning; vanwege zijn houding en zijn daden is hij niet geschikt. Maar hij moet niet kapot, niet dood [1S 26,9 cf. Ez 18,32. 33,11]. Van Godswege wordt Saul gespaard, maar wel afgezet. Die nuance doet recht aan zijn slachtoffers – medemensen – èn aan de dader – óók een mens – èn aan God, de Barmhartige.

Bij overlevers van misdaden en misstanden en bij hun verwanten roept kwaad in de Kerk en in de wereld boosheid op, teleurstelling, frustratie, het verlangen naar gerechtigheid – en bij mij ook schaamte: wat doen mensen ingodsnaam elkaar aan?! Maar kwaadheid zonder barmhartigheid slaat door en verwordt tot blinde woede en compleet wantrouwen. Daarmee doen wij geen recht aan elkaar [cf. 1S 18,9].

Want zodra wij het kwade volledig projecteren op misdadigers die grote fouten hebben gemaakt, zullen wij ons eigen aandeel in het kwade over het hoofd zien. Jezus instrueert ons vandaag om niet te oordelen en te veroordelen, maar om vrij te spreken, omdat wijzelf ook barmhartigheid nodig hebben [Lk 6,37 cf. Rm 2,1]. Kortom, behandel anderen die fouten maken zoals je zelf behandeld wilt worden als jij fouten maakt [cf. Lk 6,31], ook al zijn die in je eigen ogen veel minder groot [cf. Lk 6,41v].

Paulus in de Tweede lezing schrijft in dezelfde geest: wij allen zijn aards [1Kor 15,48 cf. Ps 103,14], d.w.z. onvolmaakt. Positief geformuleerd: wij hebben groeimogelijkheden. Daarom kunnen wij van niemand eisen – ook niet van onszelf – hemels te zijn; hemels is wat mensen zùllen zijn [1Kor 15,49], zegt hij – en niet doordat wij volmaakt worden op eigen kracht, maar doordat wij in Gods barmhartigheid tot vervulling gebracht wòrden.

Het Jaar van Barmhartigheid ligt alweer een paar jaar achter ons [8 december 2015 – 20 november 2016]. Maar de aandacht voor barmhartigheid als centrale waarde in het Evangelie moet juist in deze roerige tijden niet verslappen. Wie barmhartig is, wordt geráákt door het leed van medemensen en neemt het weg, in navolging van de Heer [Ps 103 cf. Ex 3,7-10. Mk 6,34-44 etc.], in het belang van hen die eronder lijden. Mogen Paus Franciscus en wij allen die verantwoordelijkheid dragen in Kerk en wereld door deze Geest worden bezield: omwille van de waarheid en de waarachtigheid en omwille het welzijn en het heil van àlle mensen [Lk 6,38]. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland