De weg naar God

6e zondag door het jaar, 17 februari 2019
evangelie: Lukas 6,17-26
Jeremia 17,5-8. Psalm 1. 1Korinthiërs 15,12-20

Misschien is het niet zo bedoeld, maar mij valt het op dat “de weg naar God” op de voorkant van het boekje naar bóven loopt. Het doet denken aan de Bergrede van Mattheüs: Jezus gaat de Berg op – a.h.w. dichter bij of meer in contact met de hemel – en zo spreekt Jezus Zijn leerlingen toe: de wijsheid van Godswege [Mt 5,1vv].

Bij Lukas is het anders: daar komt Jezus met Zijn twaalf leerlingen juist de Berg àf [Lk 6,17a]. Boven op de Berg heeft Hij gebeden [Lk 6,12]. Daarboven heeft Hij van Godswege ontvangen wat Hij vervolgens, beneden, zal uitdelen in woord en daad. De Heer laat Zich ontmoeten op vlàk terrein: bereikbaar is de Heer, ook voor hen die geen Berg kunnen of willen beklimmen. Die weg naar God is dus begaanbaar voor iedereen.

Lukas rekt het nog verder op: zowel Joden uit Jeruzalem, echte gelovigen zogezegd, als de bewoners van het kustland van Tyrus en Sidon, “halve en hele heidenen”, de mengelmoes van een multi-etnische en multiculturele samenleving [Lk 6,17b]. Voor ons niks nieuws; de weg die Jezus openlegt, is bestemd voor iedereen [Mk 11,17. Joh 12,32].

Daarmee lijkt de menigte de weg naar God te hebben voltooid; voor kleine mensen is Hij bereikbaar. Maar in werkelijkheid staat de menigte pas aan het begin van die weg. Zoals hier, vanmorgen: de kerk is open, iedereen is welkom, zowel “echte gelovigen” als “halve heidenen”. Maar dit is niet het eindpunt van de weg. De woorden van Godswege in de lezingen wijzen ons de weg voor het vervolg. En met de Communie worden wij gevoed, zodat wij in Zijn Geest ook de weg willen en kunnen bewandelen.

Want voor de hand liggend is die weg gewoon niet. Is het niet logischer om mensen zalig te prijzen, gelukkig te noemen die rijk zijn, die tot zich nemen wat ze maar willen, die lachend door het leven gaan en populair zijn? Ja, dàt klinkt als een gelukkig leven: de Privé en de Story, RTL-Boulevard en SBS6-inside bevestigen dit.

Maar als het niet meer is dan dat, is zo’n leven vergelijkbaar met een woestijn. Wie zo leeft, zegt de profeet Jeremia, is als een dorre struik: hij bestaat wel, maar is aan het overleven. Hij wordt niet gevoed – door de regen, “van boven” – en daarom draagt hij ook geen vrucht. Wie zo oppervlakkig leeft, draagt niets goeds bij. Vandaar dat beeld: zo’n kale struik staat eenzaam en alleen in een woestijn [Jr 17,6]. De leegheid van het bestaan. We kunnen die leegheid vol proppen met van alles, het lijkt misschien op geluk, maar het blijft leeg.

Toch blijft het vreemd om mensen zalig te prijzen die arm zijn, honger hebben en verdriet, en die gehaat en in de hoek gedrukt worden, het andere uiterste. Maar lees goed: Jezus prijst niet de armoede zelf zalig; onze ellende is in de ogen van de Heer niet iets goeds! Wat Jezus doet, is dat Hij moed geeft aan de mensen die lijden onder dit kwaad. Hij zegt: Laat je niet ontmoedigen door het kwade dat je onderweg ervaart. Want als je met vertrouwen op de weg naar God blijft, zul je goed aankomen, ondanks alles [Lk 6,23a]. Laat je niet ontmoedigen! [Lk 6,23b]

Jeremia geeft precies aan waar het verschil in zit: wie onderweg op de Heer vertrouwen, weten zich veilig bij Hem [Jr 17,7]. Er staat nota bene niet dat ons nooit iets zal overkomen: hitte en droogte – lijden en dood – overkomen óók hen die op de Heer vertrouwen. Ik spreek uit ervaring: ‘zelfs’ als je priester en kloosterling bent, blijf je hiervoor niet gespaard. Maar het verschil is: wie leven met vertrouwen gaan er niet aan onderdoor. Zij zijn als een diepgewortelde struik die gevoed wordt met leven gevend water uit de Bron. Zij overleven niet alleen; óók in droge tijden dragen zij nog vrucht, omdat zij gevoed blijven worden [Jr 17,8].

We zien om ons heen hoe mensen zich afkeren van God, geloof en Kerk: algemene desinteresse en een constante negatieve berichtgeving – alsof er in de Kerk nooit iets goeds zou gebeuren – het helpt allemaal niet mee. Maar waar richten zij zich vervolgens op? Zijn het niet precies de doodlopende wegen waar Jezus ons vandaag voor waarschuwt: “genieten,” heet dat; wij willen genieten – een manier om te zeggen dat we vooral met onszelf bezig zijn.

Jezus ging in gebed op de Berg. Op een berg heb je een mooi uitzicht, een helder overzicht: je ziet de weg, waar je heen gaat [Lk 6,23]. Als het stil wordt in ons en wij bidden, staat ons duidelijker voor ogen waarheen wij gaan en wordt ons vertrouwen voor onderweg gesterkt. Evenzo, als we hier samenkomen om te vieren rond het Woord en de tafel van de Heer, herinneren wij ons dat wij op weg zijn, op weg naar Hem toe, tijdens dit leven en hierna, zoals Paulus de Korinthiërs in herinnering brengt [1Kor 15,19]. Ook als wij arm zijn, pijn en verdriet hebben of in een hoek gedrukt worden, kunnen wij weer perspectief gaan zien, richting voor ons leven: Zalig die het nu niet zo fijn hebben, maar wel op weg blijven naar God.

Die weg van God loopt dus niet zomaar naar boven: wij zetten stap voor stap op vlàk terrein, door droogte en hitte heen. Of we nu als dorre struiken zijn of vruchtdragend, als wij Eucharistie vieren raken we (opnieuw) geworteld in de Bron, die Jezus Zelf is. Zo kan ieder van ons voor anderen zèlf een weg worden naar God.

Zo kan ieder van ons zelf voor een ander een weg worden naar God. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland