Laat alles maar achter je

5e zondag door het jaar, 10 februari 2019
evangelie: Lukas 5,1-11
Jesaja 6,1-8. Psalm 138/Psalm 40. 1Korinthiërs 15,1-11

Je kent het wel. Je loopt een kathedraal binnen en je mond valt open: zo groots, zo overweldigend, prachtig. Je wordt er stil van. Zo kun je een innerlijke vrede ervaren, al is het misschien maar even. Of je kent een soortgelijke ervaring in de natuur: de sterrenhemel die tot de horizon reikt of een schitterend uitzicht, een zeldzame vogel of een geweldige storm. Je wordt dan geconfronteerd met “meer dan ik”, “groter dan ik”. Verstillend.

Zo’n overweldigende ervaring kan echter ook grote onrust in ons teweegbrengen. Zo gebeurt het in de lezingen van vandaag. Zowel Jesaja, Petrus als Paulus hebben zo’n overweldigende ervaring gehad: meer dan ik, ja zelfs onmetelijk veel groter dan ik! Het is een heel bijzondere belevenis, zeer indrukwekkend! Woorden schieten tekort. Maar deze ervaring confronteert hen ook met zichzelf. Zij ervaren hoe klein zij zelf eigenlijk zijn.

In je familie heb je misschien een goede naam. Bij je vrienden steek je goed af. Maar in een ontmoeting met een medemens of in de confrontatie met de goedheid van God kun je je ook bewust worden van je eigen schaduwkanten. Verwondering over iets moois, bewondering van een goed mens, de overrompelende ontdekking van Gods aanwezigheid en nabijheid kunnen in ons óók een gevoel van minderwaardigheid en zelfs angst oproepen.

Ja, wij zijn klein; t.o.v. God stellen wij niet zo heel veel voor [cf. W 11,22]. De grote namen voor Hem geven ook aan hoe oneindig veel groter Hij is: Eeuwige, Almachtige, Heilige. Toch zijn wij in Gods ogen niet te min. In tegendeel zelfs, zoals blijkt ook weer uit de lezingen van vandaag. Zowel Jesaja, Petrus als Paulus worden door de Heer uitgenodigd en geroepen tot een bijzondere taak. In feite zijn wij àllen door de Heer geroepen tot een bijzondere taak! Hij vertrouwt ons, om in de Geest van Christus mee te werken aan de komst van het Rijk van God. Een eerste reactie ook van ons kan zijn: Daar ben ik niet geschikt voor, want ik ben niet geleerd, ik ben niet sterk, ik ben niet perfect; ik ben te oud/te jong [Jr 1,6]; hoe dan?! Zoals in het evangelie antwoordt de Heer ook ons met de woorden: “Wees maar niet bang” [Lk 5,10]; Ik maak jou geschikt [cf. Js 6,6v], namelijk met geloof, hoop en liefde, met wijsheid, geduld, kracht en in ieder geval een goed hart.

Voor kleine mensen is Hij bereikbaar [Ps 72]; in Gods ogen zijn wij allen de moeite waard. Paulus benadrukt in de 2e lezing dat Christus voor ons gestorven is [1Kor 15,3]. We kunnen ons misschien nog wel voorstellen dat je je opoffert voor je kind, je partner of je beste vriend [cf. Rm 5,7v]. Maar zo’n grote liefde heeft de Heer dus voor ieder-één: tot het uiterste toe [Joh 13,1. Canon V] – en dus niet omdat wij volmaakt zouden zijn, maar omdat Hij groter is dan ons hart [cf. 1 Joh 3,20].

Jesaja, Petrus en Paulus hebben positief geantwoord: Zend mij! Dan gaat het er niet over dat zij zichzelf moeten bewijzen. Gòd, de Barmhartige, Die goed is en vrijgevig, bewijst Zichzelf: door ons kwade verleden uit te wissen en ons alles te geven wat we nodig hebben om Zijn Zoon te volgen en met Hem mee te werken. Wij moeten niet onszelf gaan bewijzen, maar leren leven vanuit vertrouwen. Het staat er zo kernachtig aan het eind van het evangelie: “Zij lieten àlles achter om Jezus te volgen” [Lk 5,11] – en dan gaat het dus niet alléén om materiële zaken!

Moge het vieren van deze Eucharistie ons daartoe brengen, omwille van ons welzijn nu en omwille van ons heil. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland