Nú gebeurt het

3e zondag door het jaar, 27 januari 2019
evangelie: Lukas 1,1-4. 4,14-21
Nehemia 8,2-10. Psalm 19,8-15. 1Korinthiërs 12,12-14.27

“Het Schriftwoord dat jullie zojuist hebben gehoord, is nú in vervulling gegaan” [Lk 4,21 cf. Js 61,1v]. Het klinkt te mooi om waar te zijn. Want hoeveel mensen worden niet verdrukt en vervolgd om wie ze zijn of wat ze geloven, denken en willen? Hoevelen zijn niet blind: verblind door het eindeloze verlangen naar rijkdom en autonomie? Hoevelen zitten nog gevangen in hun angst, boosheid en eigen gelijk? En armoede, tja: er is een enorme materiële armoede en daarbij nog een geestelijke armoede, die beide mijn voorstellings-vermogen te boven gaan. Want de wijsheid van geleerden lijkt soms meer op waanzin [cf. 1Kor 1,18-25] en de rijkdom van de 26 rijkste mensen der aarde steekt schril af bij de armoede van de armste helft van de wereldbevolking [cf. Jak 2,14-16]. Wàt is er dan in vervulling gegaan?

Met “vervulling” wordt bedoeld dat de beloften van Godswege in het Oude Testament waarheid worden. We kunnen het met eigen ogen zien. Dit gebeurde al ten tijde van Mozes en de profeten: ook toen al werden mensen in Gods Naam gevoed en genezen van ziekte en zelfs van de dood. Maar als Lukas zijn evangelie schrijft – na Jezus’ kruisiging en opstanding en de gave van de Geest – heeft hij zich gerealiseerd dat al Gods beloften wonderlijk overvloedig zijn vervuld: niet feitelijk, in zwart-wit, maar in kleur; niet plat, maar drie-dimensionaal; niet alleen op een zichtbare manier, maar ook op een dieper niveau, dat we alleen met de ogen van het geloof kunnen waarnemen.

En die overvloedige vervulling is nú, zegt hij, dus: als Jezus die profetische woorden in de mond neemt en vanaf dan altijd! [cf. 2Kor 6,1v. Heb 4,7] Want Jezus en allen die leven in Zijn Geest, laten het niet bij mooie woorden. Alles wat Jezus zegt, doet en ondergaat wordt in het Evangelie aangewezen als teken dat Gods Koninkrijk inderdaad nu reeds doorbreekt: dat mensen weer heel worden naar lichaam en ziel, de overvloed van de broodvermenig-vuldiging en het lijdensverhaal als overwinning op het kwade en de dood enz..

Lukas schrijft zijn evangelie voor Teofilus. We weten niet wie dit is. Maar de naam Teofilus betekent “door God geliefd”. Het kan dus heel goed dat Lukas iedere lezer van zijn evangelie zo aanspreekt: als een door God geliefde mens; geen bangmakerij dus! Lukas neemt ons mee in dat verhaal: God heeft het goede met ons voor, omdat Hij ons liefheeft.

Waar dat goede van God uit bestaat, blijkt uit het gedeelte uit de profeet Jesaja dat Jezus leest in de synagoge van Nazareth, namelijk:
-genade: we verkrijgen dat goede niet omdat wij het verdienen, maar omdat Hij ons liefheeft.

-vrijheid: we zitten niet langer gevangen in angst en eigen schuld en we worden niet langer bepaald door wat anderen van ons denken en hoe zij ons behandelen (verdrukking).

-blind zijn is niet ons lot; in ontmoeting met Hem kunnen wij gaan zien.

-armoede is geen quaestie van “zo is het nu eenmaal”; bij de Heer is overvloed, genoeg voor iedereen – als we het maar zien!

Dit is geen onrealistisch programma van een politieke partij, maar het geloof-waardige programma van de Heilige Geest. Het gaat om héél ons leven. Bij het doopsel van Jezus werd duidelijk dat die Geest op Hem rust [Lk 3,21v]. Maar doordat Lukas dit aan Teofilus schrijft, aan ons, maakt hij ons ervan bewust dat die Heilige Geest óók rust op ieder van ons, die in Gods Naam gedoopt zijn:

-genade: wij willen misschien wel heel veel, maar laten we ons afvragen of wij met onze woorden en daden wel meewerken in de Geest van God; of zijn wij ons eigen programma aan het volgen?

-de gekregen vrijheid kunnen we ook misbruiken – en daar wordt uiteindelijk niemand beter van…

-sta ik ervoor open om steeds beter te gaan zien of ben ik verblind door mijn eigen gelijk, met name als het gaat om “de hete hangijzers” en quaesties die mijzelf betreffen?

-zet ik in de Geest ook daadwerkelijk een stap om in houding, woord en daad de overvloed die ik van God heb ontvangen te delen met de armen van deze tijd, of alleen voor zover het mij uitkomt?

Volgens Paulus, in de Tweede lezing [1Kor 12,13.27], vormen wij als gedoopten en gelovigen samen één lichaam; allen zijn wij deelgenoot gemaakt van dezelfde zending die Jezus ontving in de woorden van Jesaja: “De Geest is over mij gekomen en heeft mij uitgezonden”. Telkens wanneer we hier samenkomen, gaan we weer een stukje verder open voor de Geest van God Die ook op ons rust.

Dit besef kan een choc in ons teweeg brengen, zoals bij de mensen in de Eerste lezing [Neh 8,9]. Zij waren totaal vervreemd geraakt van God en Zijn Boodschap. Opeens realiseerden zij zich dat zij geen kwaliteit van leven hadden: in hun onwetendheid deden ze jaren lang maar wat, doelloos, zinloos – en zo hadden zij zichzelf en hun naasten enorm tekort gedaan; zij hadden niet gelééfd [cf. Joh 10,10].

Ja, het Schriftwoord is in vervulling gegaan: hier worden wij genezen van onze blindheid. Nú ontvangen wij van de Heer in Woord en Sacrament de overvloedige genade en vrijheid om met heel ons leven Hem te volgen. Dat vieren wij hier met vreugde en wij zeggen God dank [cf. Neh 8,10; Eucharistie betekent nota bene dankzegging,]. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland