Het tussengerecht is aangebrand

2e zondag door het jaar, 20 jananuari 2019
evangelie: Johannes 2,1-12
Jesaja 62,1-5. Psalm 96. 1Korinthiërs 12,4-11

Er was eens een bruiloft. Alles was tot in de puntjes verzorgd: voor de liturgie was de kerk prachtig versierd en het bruidspaar had een groot koor op de been gebracht. Voor de receptie en het diner waren kosten noch moeite gespaard. Wat kon er nog mis gaan? Wel – u weet het misschien uit eigen ervaring – op zo’n dag gaat altijd wel wat mis: meestal iets kleins, soms is het dramatisch. Het blijft immers ook altijd mensenwerk. Zo eveneens op die trouwdag: tijdens het diner kwam het bericht van de keuken dat het tussengerecht de mist in was gegaan. De kok had zich echter snel herpakt en bood een alternatief aan. De bruidegom werd zichtbaar chagrijnig; zijn gezicht stond op onweer. Hij kwam er de rest van het feest niet overheen…

Het Johannesevangelie wijst een bruiloft aan als de gelegenheid waar Jezus Zijn publieke optreden begon. We weten niet wie er trouwden (!) Wel vernemen we dat het in Kana was en dat dit in Galilea ligt; dat vermeldt het evangelie zelfs twee keer [Joh 2,1.11]. (Nu zijn er drie plaatsen in Galilea die Kana heetten, maar) “in Galilea” betekent in ieder geval dat de bruiloft in de marge plaatsvond, nog verder noordelijk dan het afvallige Samaria; ver van de hoofdstad Jeruzalem, een “God-forsaken place”, zeer afgelegen [cf. de verhalen van Jezus’ geboorte en openbaring in Mt 2,1-11 en Lk 2,7-20].

Jezus begint Zijn openbare optreden daar op een bruiloft, op een bruiloft van iemand ànders dus [Joh 2,2]; vanaf het begin plaatst Jezus niet Zichzelf in het middelpunt. Jezus verkondigt niet Zichzelf; met woorden en daden kondigt Hij het Koninkrijk van God aan [cf. Mt 4,17.23 etc.]; de “heerlijke” tekenen die Hij doet, onthullen dat het reeds gekomen is [Joh 2,11].

De evangelist Johannes herkent Jezus’ optreden op deze bruiloft in Kana als beginpunt. Als eerste kunnen wij Gods heerlijkheid herkennen waar mensen trouw het goede geven aan elkaar en elkaar in liefde opbouwen: “Hier is God aanwezig,” zeggen we dan; “Dit is niet alleen maar mensenwerk” [cf. Js 62,2]. Het gebeurt in de marge, buiten de camera’s, maar iedereen die deelneemt, realiseert zich: het is “heerlijk”!

Op een feest is het misschien niet zo moeilijk om het goede van Godswege te herkennen en dankbaar te zijn – hoewel… we kunnen zo in het feest opgaan, dat we Hem compleet vergeten èn onze naaste [Lk 16,19-31]. Mensen die het voor de wind gaat, kunnen heel hun leven ervaren als zo’n feest; “het is mijn feestje.”

Op de bruiloft in Kana dreigt het feest echter voortijdig tot een einde te komen: niet omdat er een alternatief tussengerecht moet worden geserveerd, maar veel erger: omdat de wijn op is. Wellicht had het bruidspaar een rekenfoutje gemaakt of was het een zeer innemend gezelschap, zogezegd. In ieder geval is dit niet iets kleins: geen wijn, geen vreugde [Sir 31,27 etc.]. Dit is echt een enorme krisis!

Een krisis is de aanleiding voor Jezus om Zich te openbaren. Zo gaat het vaker in een mensenleven: we zijn niet zo met ons geloof bezig, we zijn niet zo op zoek naar de zin van het bestaan tòtdat er iets mis gaat, als je levensvreugde verdwijnt. Dit bedoel ik niet zozeer als een verwijt, maar we doen onszelf zo wel tekort! Hoe dan ook, de bruiloft van Kana herinnert ons eraan dat we in een krisis niet hoeven te wanhopen, maar beter op zoek kunnen gaan naar tekenen van Zijn heerlijkheid. Twee kenmerken ervan komen naar voren: overvloed [Joh 2,6 cf. 10,10] en de beste kwaliteit [cf. Joh 2,10 cf. Js 25,6].

Hoe kan dat er dan uitzien? Wel, soms heel anders dan we hadden gedacht. De tafelmeester reageerde positief toen hij de nieuwe wijn proefde: dit is heel goede wijn! [cf. Mt 9,17] Maar hij had ook anders kunnen reageren: “Deze wijn had ik niet besteld!” Het gaat niet zoals de tafelmeester had gedacht: hij heeft er geen controle over; het gaat niet zoals hij het had gepland.

Bijvoorbeeld: iemand wordt ziek en verliest zijn baan en zelfs een aantal vrienden: de wijn, de levensvreugde, dreigt op te raken. Maar dan leert hij zijn partner en zijn goede vrienden op een heel andere manier kennen: trouw, zorgzaam, solidair. Goud wordt in het vuur beproefd en gezuiverd [cf. Spr 17,3. W 3,6].

Of, ouders verliezen een kind – wat ergers kan een mens overkomen? Alle wijn is ineens op… De wijn die anderen aanbieden, smaakt niet. Er blijft alleen een heel klein vlammetje branden in het diepst van je hart: net genoeg licht om elkaar nog te vinden. Waar het precies vandaan komt, weet je dan misschien niet [cf. Joh 2,9], maar in die verbondenheid ontstaat in de loop van de tijd weer wat ruimte: voor de liefde voor elkaar, voor dankbaarheid voor wat was en voor het vertrouwen dat het leven sterker is dan de dood, óók voor je kind.

Of gewoon alledaags: het tussengerecht brandt aan, zogezegd. Het gaat niet altijd zoals we hadden gehoopt en verwacht. We realiseren ons dat wij niet alles kunnen bepalen, maar dat wij kracht ontvangen om het te verdragen en geholpen worden om ons te heroriënteren en gezamenlijk het goede dat er is tegemoet te gaan.

Jezus’ heerlijkheid openbaart zich voor menigeen dikwijls pas in een krisis. Maar met de Bruiloft te Kana in gedachte beseffen wij: ervóór was Hij er ook al! Hij was namelijk uitgenodigd op het feest [Joh 2,2]. Hij was niet pas uitgenodigd toen er een krisis dreigde; Hij was al aanwezig! En daarom was het niet moeilijk om Hem aan te spreken [Joh 2,3].

Op een bruiloft in Kana maakte Jezus een begin om het Koninkrijk van God bekend te maken: waar Hij aanwezig is, is overvloed en de beste kwaliteit van leven te vinden. Zijn leerlingen geloofden in Hem – niet alleen op dat moment zelf, maar ook toen zij met Hem verder door het leven trokken [Joh 2,11vv].

Jezus nodigt ons hier uit tot een bijzonder bruiloftsmaal: de Eucharistie [cf. Op 19,17]. Hier verbindt Hij Zich in liefde aan ons [cf. Js 62,3-5] en laat Hij ons de tekenen zien van Zijn heerlijkheid: brood om van te leven, wijn die een blijvende vreugde geeft [Ps 104,15]. Onze deelname aan dit bruiloftsmaal moge ons vertrouwen op Hem versterken.

Laten wij daarom in antwoord hierop Hem uitnodigen op het feest van ons eigen leven: dan wordt onze vreugde vermeerderd [Ps 96] en kunnen wij als onze wijn op dreigt te raken, tekenen ontdekken die hoop en richting geven aan ons bestaan – omwille van het goede leven nu en hierna. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland