"We zijn het zat"

Hoogfeest van Kerstmis, 24/25 december 2018
evangelie: Lukas 2,1-14 / Johannes 1,1-18
Jesaja 9,1-6. Psalm 96. Titus 2,11-14 / Jesaja 52,7-10. Psalm 98. Hebreeën 1,1-6

“We zijn het zat.” Dat stond te lezen op de borden van “de gele hesjes” in Den Haag. We zijn het zat. Deze mensen op het Plein geven met deze heel algemene woorden in feite tamelijk precies aan wat er speelt. “Het”, het leven, de ingewikkeldheid van het gewone leven wordt velen teveel. Het gevoel er niet helemaal bij te horen en niet mee te mogen doen en niet te worden gezien. Dagelijks wordt van alles over je uitgestort en zoveel gaat langs je heen. En daarbij zijn de problemen in je eigen leven en in de wereld zo groot, dat ze onoplosbaar lijken. “We zijn het zat.”

En juist dan, op het Kerstfeest, klinkt iets heel anders:

[Kerstavond] Het juk dat zwaar op je schouders ligt en stok van degene die slaat, ze zijn gebroken [Js 9,3]; dit Goede Nieuws geldt voor iederéén – er is geen reden om bang of boos te zijn, maar wel om hoopvol te zijn [Lk 2,10v]; wij kunnen weer enthousiast worden voor het goede leven [Tit 2,14].

[Kerstochtend] De stad van God is één grote puinhoop, maar die puinhoop verheugt zich, omdat er van Godswege verlossing komt: een nieuw soort vrijheid die (niet eenzaam, maar) echt gelukkig maakt [Js 52,9. Heb 1,3b]. We zijn in goede handen [Heb 1,3a]. We blijven gewone mensen, maar we merken dat gaandeweg het goede in ons wordt versterkt en het duistere in ons en om ons wordt verlicht [Joh 1,5.16].

Kortom, we worden niet langer bepaald door ons verleden. Wij worden meer mens, omdat wij ons realiseren dat “God” voor ons en met ons iets nieuws is begonnen
[cf. Js 43,18v] en steeds weer iets nieuws begint.

Elk jaar vieren we Kerstmis. We worden dit niet zat, omdat het voor ons méér is dan gewoon een gezellig feest. Elk nieuwe jaar weer kunnen wij ontdekken wat dat nieuwe begin in ònze situatie betekent: bij een operatie, een overlijden, relatieproblemen, bij een bijzonder jubileum, bij het behalen van je diploma, bij de geboorte van je kind… We lezen de kerstverhalen over Maria & Jozef en het Licht tegen de achtergrond van de realiteit dat mensen óók vandaag gedwongen worden om hun land te verlaten
[Lk 2,1-5. Mt 2,13-16], dat er mensen zijn die vannacht onder de sterrenhemel moeten slapen [Lk 2,8], dat er zovelen zijn die hier en nu in duisternis zijn [Js 9,1. Joh 1,4v]

Wie “het” zat is, hoopt wellicht dat God-in-de-hemel met één druk op de knop even alles nieuw maakt. Anderen voelen zich misschien van Godswege gedwongen om nòg meer op zich te nemen en dan maar zelf de wereld te redden. Maar beide verwachtingen komen niet uit.

In het licht van Jezus’ leven gaan wij alles helderder zien. Met Kerstmis zien we dat God voor ons een nieuw begin maakt zoals wij dat zelf niet kunnen: herders en wijzen, eenvoudigen en “de elite”, vreemdelingen van hier en uit “het Oosten”
[Mt 2,1] - Hij brengt ze samen voor Zijn betere toekomst [het Rijk Gods]. Door een klein kind wordt iederéén uitgenodigd om te aanschouwen [Joh 1,14b], geráákt te worden, te antwoorden en in beweging te komen. Door Kerstmis te vieren dringt het tot ons door dat te midden van alles wat niet goed is, het goede van God doorbreekt – al is het misschien anders dan we hadden gedacht… Door Kerstmis te vieren realiseren we ons dat wij geroepen zijn om samen en met Hem dat goede tegemoet te gaan.

Daarom: deze dagen eerst maar eens ontvangen, dankbaar. Want als wij die stap overslaan, zijn we het heel gauw zat. Kerstmis ìs niet even een knop omzetten, maar: op weg gaan, met de Heer Zelf Die als mens met ons gaat
[cf. Lk 24,15v] en ons voorgaat [Mt 28,7] – het begin van een weg, want dat hoort nu eenmaal bij de mens: dat wij stapje voor stapje leren en wijzer worden, dagelijks groeien in geloof, hoop en liefde en zó het geluk vinden dat blijft. Dan wordt het niet alleen een Zalig Kerstmis, maar ook een Zalig Nieuwjaar. God-dank. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P.
, Provinciaal van de Passionisten in Nederland