Geboren uit een maagd, of beter: uit een Maagd

4e zondag Advent, 23 december 2018
evangelie: Lukas 1,39-45
Micha 5,1-4a. Psalm 80. Hebreeën 10,5-10

We komen het steeds weer tegen, in de kerstverhalen en kerstgezangen, in de geloofsbelijdenis, in de prefatie van vandaag en het Eucharistisch gebed: Jezus werd geboren uit een máágd, uit de heilige Maagd Maria. Het klinkt zo vreemd, dat menigeen het afdoet als folklore – het is nu eenmaal zo overgeleverd – of als mythologisch. Medisch-technisch zijn wij thans zo ver, dat ook een maagdelijke vrouw zwanger kan worden. Dáár gaat het Kerstverhaal uiteraard niet over. Waarover dan wel? Waarom werd en wordt het maagd zijn van Maria zo benadrukt in de Schrift en in onze traditie?

In de Bijbelverhalen zien wij dat de maagdelijke geboorte een mysterie is: zij wordt wel aan-gekondigd, maar niet uitgelegd: Maria stelt de vraag die wij allen zouden stellen: Hoe kan dat, zonder gemeenschap met een man? [Lk 1,35] Het antwoord van de engel Gabriël maakt duidelijk dàt het gebeurt door de Heilige Geest, maar niet precies hóé. Jozef wordt in een droom gerustgesteld. Maar meer dan dat het kind van de Heilige Geest komt, krijgt hij daar-bij niet te horen [Mt 1,20]. Elisabeth in het evangelie vandaag prijst haar nicht Maria dat zij geloof geschonken heeft aan de woorden van de Engel: Maria heeft er vertrouwen in dat het goed komt, omdat het van de Heer komt [Lk 1,45]. Maar: begrijpen doet zij het niet [Lk 2,19].

Geloofsgeheimen zijn zo groot, dat ze ons tot zwijgen brengen; het woord mysterie komt van het Griekse woord voor zwijgen [muoo]. Het is zo onvoorstelbaar, dat het ons sprakeloos maakt. Je kunt er als het ware alleen maar eerbiedig “ja” en “amen” op zeggen [cf. Maria: Lk 1,38]. De maagdelijke geboorte is dus geen probleem om op te lossen: hoe zit het nou?

Wèl kunnen we bekijken wat het (heils)mysterie voor ons betekent: niet terugkijken [Mi 5,1b], tegen het licht in, maar vooruitkijken [Mi 5,2b-4a], met het licht méé: hoe werkt het uit voor ons (heil)? Dan zien wij met name dat de maagdelijke geboorte ons verzekert dat er geen enkel kwaad is in de persoon van Jezus. Want bij mensenwerk gaat het ontegenzeggelijk óók altijd over het kwade: iedere mens heeft minder goede kanten, schaduwzijden, tekorten [vandaar Ef 4,13. Heb 4,15]. Dit kind, geloven wij, komt evenwel niet door toedoen van een mens, maar van God, wat betekent dat het volkómen goed is. Want niemand is goed dan God alleen [Lk 18,19].

Bij “geboren uit een Maagd” slaan wij dicht: te vreemd, te groot of wellicht wekt het de indruk dat wij als Kerk “tegen sexualiteit” zouden zijn. Juist daarom wordt hier “Maagd” met een hoofdletter geschreven. Want het gaat niet zozeer om het biologische feit, maar om de betekenis van deze unieke geboorte: namelijk dat in Jezus Christus geen spoor van duisternis is [Joh 8,12 cf. 1Joh 1,5]. In de duisternis van ons leven, in de duisternis van de wereld straalt Hij voor ons als Gods pure licht [Joh 1,4 cf. Js 9,1].

Met Kerstmis zijn niet al onze moeilijkheden opeens voorbij. Wel hebben wij voortaan een absolúút houvast – en zoveel is er niet absoluut in ons leven! Dat Hij geboren is uit de Maagd Maria betekent voor ons onverwoestbare hoop; zonder enige terughoudendheid mogen wij het goede verwachten van Hem Die met ons is [Mt 1,23]. Hoop, die leven doet, want voor God is niets onmogelijk [Lk 1,37]. Dáárom wordt Jezus’ geboorte zo groots gevierd en zeggen wij God dank. Wij krijgen, zoals Maria, het vertrouwen dat het goed komt, omdat het van de Heer komt. Moge het vieren van Zijn geboorte ons dan sterken in dat geloof en ons levensvreugde geven [cf. Johannes de Doper: Lk 1,44], met Kerstmis en erna, elke dag. Amen.

Pater Mark-Robin Hoogland C.P., Provinciaal van de Passionisten in Nederland